Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:2672
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
841 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44648
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: N. Ulutas).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser stelt van Eritrese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2006. Hij heeft op 12 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 11 november 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.
Beoordeling
3. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De minister heeft de rechtbank meegedeeld dat uit de administratie van het Coa is gebleken dat eiser op 8 januari 2025 met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd bij bericht van 21 januari 2025 laten weten dat hij geen contact meer met eiser heeft. Daaruit leidt de rechtbank af dat eiser niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft hij geen belang bij een beoordeling van het beroep. De rechtbank verwijst hierbij naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 13 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5162).
Conclusie
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 februari 2025
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.