Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:24110
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
635 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39831
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. G. Ocak),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 10 december 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling
2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser (het minderjarige kind) procesbelang heeft bij een beoordeling van het door hem ingestelde tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Eiser is opgenomen in de aanvraag van zijn moeder (NL25.39828) en heeft geen zelfstandige aanvraag gedaan waarop verweerder apart hoeft te beslissen. Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld met dezelfde strekking, namelijk dat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Nu eiser met een tweede beroep niet meer kan bereiken dan hij met het eerste beroep heeft beoogd, heeft hij geen procesbelang bij het tweede beroep.
Conclusie
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)