Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:21489
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,122 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34065
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. A.J. Sojo).
Procesverloop
Bij besluit van 21 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 2 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Een neef van eiser, [tolk] , heeft opgetreden als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2007 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 9 september 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hij legt daaraan ten grondslag dat hij de Somalische nationaliteit heeft en afkomstig is uit Baraawe, in Zuid-Somalië. Eiser stelt bij terugkeer te vrezen voor problemen met Al Shabaab. Eisers gestelde nationaliteit en herkomst is onderzocht met behulp van een taalanalyse. Daarvan zijn, op 8 en 9 januari 2025, twee rapporten opgesteld.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder acht eisers - niet met documenten onderbouwde - identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig. Op 25 november 2024 is een taalanalysegesprek gevoerd met eiser. Uit het naar aanleiding daarvan opgestelde rapport volgt dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot een spraakgemeenschap binnen Somalië, omdat eiser enkel Chimwiini spreekt en vrijwel geen Somalisch. Dat is niet te rijmen met eisers verklaring dat hij vanaf zijn geboorte tot zijn vertrek uit Somalië in Baraawe heeft gewoond. Verweerder heeft de asielmotieven van eiser niet inhoudelijk beoordeeld, nu deze slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst. Verder overweegt verweerder dat eiser hem heeft misleid over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst.
3. Eiser wijst er in beroep op dat het Chimwiini het dialect van Baraawe is en stelt dat hij de hem gestelde herkomstvragen op overtuigende wijze heeft beantwoord. Verder vindt hij dat hij concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht voor twijfel aan de zorgvuldige totstandkoming van de taalanalyse. Verweerder heeft niet onderbouwd dat de gebrekkige kennis van de Somalische taal relevant is. Eiser heeft het Somalisch geleerd van zijn vrienden op de Koranschool. Dat deze kennis te beperkt is om zich te kunnen handhaven is een onjuiste conclusie. Eiser heeft geen Somalisch nodig om zich in Baraawe te kunnen handhaven. Swahili is de lingua franca aan de oostkust van Afrika. Eiser stelt dat de achtergrond van de taalanalist SOM 16 in dat licht erg summier is. Het is daarbij onzorgvuldig om te stellen dat eiser een substantieel aantal Engelse woorden heeft gebruikt. Eiser en de Somalische tolk begrepen elkaar het grootste gedeelte van de opname niet, dus is het logisch dat eiser zich tot het Engels wendde om zich verstaanbaar te maken.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat verweerder, als hij een taalanalyse ten grondslag legt aan zijn besluitvorming, zich ervan moet vergewissen dat de taalanalyse zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de conclusies inzichtelijk zijn en aansluiten op de verdere inhoud van de taalanalyse. Daarbij wordt als uitgangspunt aangenomen dat een door TOELT verrichte taalanalyse tot stand is gekomen onder gedeelde verantwoordelijkheid van een deskundige linguïst die bij TOELT in dienst is en van wie de kwaliteit voldoende is gewaarborgd en van een extern ingeschakelde taalanalist die op zorgvuldige wijze is geselecteerd en onder voortdurende kwaliteitscontrole staat. Ook de bij het rapport taalanalyse gevoegde Vakbijlage Taalanalyse vermeldt deze kwaliteitscontrole op het werk van taalanalisten en de controle door een linguïst.
5. Het bestreden besluit is gebaseerd op het rapport taalanalyse van 9 januari 2025. Daarin wordt geconcludeerd dat eiser eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. Het daarvóór op 8 januari 2025 over eiser verschenen rapport taalanalyse concludeerde dat het op basis van de beschikbare gegevens niet mogelijk was om tot een herleiding te komen. Vastgesteld was dat eiser het Chimwiini beheerst. De aanwezige tolk sprak echter alleen Somalisch, welke taal niet wordt beheerst door de uit Kenia afkomstige taalanalist SWA 3. Deze taalanalist sloot niet uit dat eiser een Chimwiini-achtergrond in Zuid-Somalië heeft, maar merkte op dat een analyse van het Somalisch van eiser noodzakelijk is om de gestelde herkomst te beoordelen.
6. Verweerder heeft zich vervolgens terecht op het standpunt gesteld dat het rapport taalanalyse van 9 januari 2025 wel aan het bestreden besluit ten grondslag kan worden gelegd. De voor dit rapport verantwoordelijke taalanalist SOM 16 is afkomstig uit Zuid-Somalië en beheerst zowel het Somalisch als het Swahili. In wat eiser naar voren heeft gebracht over de achtergrond van deze taalanalist ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de zorgvuldigheid waarmee de taalanalyse is uitgevoerd. De beide rapporten taalanalyse en het weerwoord van TOELT op de zienswijze van eiser verwijzen naar een raadpleegbare bron waaruit volgt dat van eiser verwacht mag worden dat hij de Somalische taal beheerst. Het is dan vervolgens aan eiser om het tegendeel met openbare informatie of een contra-expertise te onderbouwen om zo twijfel te zaaien aan de bruikbaarheid van de taalanalyse. De publicatie uit 2019, zoals door eiser aangehaald in zijn aanvullend beroepschrift van 26 september 2025, weerlegt als zodanig niet de conclusie van de taalanalist dat mag worden verwacht dat inwoners van Baraawe ook Somalisch spreken, maar vermeldt juist dat tweetaligheid in Baraaawe breed aanwezig is. Hiermee is er dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de uitkomst van de taalanalyse. Eiser heeft geen contra-expertise laten uitvoeren. Niet is gesteld of gebleken dat het onmogelijk is voor eiser om dit te laten doen. De omstandigheid dat eiser in staat is gebleken om herkomstvragen grotendeels correct te beantwoorden is als zodanig niet voldoende om de gerezen twijfel over zijn gestelde herkomst uit Baraawe weg te nemen.
7. Gelet op de uitkomst van de taalanalyse heeft verweerder niet ten onrechte geoordeeld dat de door eiser gestelde identiteit en nationaliteit ongeloofwaardig zijn. Een beoordeling van eisers asielmotief is onder die omstandigheden niet aan de orde.
8. Verweerder heeft de asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 11 november 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) juncto artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw.
Team Onderzoek en Expertise Land en Taal.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1921.
C.W. Kisseberth & M.I. Abasheikh (2004). “The Chimwiini lexicon exemplified.” Asian and African Lexicon, deel 45.
Zie bijvoorbeeld Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 6 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292.