Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:21402
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,925 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23518
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A.E. Sojo).
Procesverloop
Bij besluit van 21 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 14 december 2023 aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen van de Afdeling door het Hof over de behandeling van asielaanvragen van personen die door Griekenland zijn erkend als vluchteling.
Op 26 februari 2025 heeft verweerder verzocht om nadere aanhouding van het beroep, om verweerder in de gelegenheid te stellen om navraag te doen bij de Griekse autoriteiten over de internationale bescherming die eiser in Griekenland heeft gekregen.
De rechtbank heeft hierop het beroep aangehouden tot 1 juni 2025.
Desgevraagd hebben partijen reacties ingediend naar aanleiding van de verkregen documenten over de asielprocedure van eiseres in Griekenland.
De rechtbank heeft het beroep op 2 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum 1] 1993 en de Somalische nationaliteit te hebben. Op 29 november 2021 heeft zij een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Aan de asielaanvraag heeft eiseres het volgende ten grondslag gelegd. In Somalië had eiseres een eigen restaurant, waar veel politieagenten klant waren. Eiseres is op 2 april 2018 door Al-Shabaab telefonisch bedreigd omdat veel politieagenten in haar restaurant kwamen: ze moest stoppen met haar werk of ze zou gedood worden. Op 5 april 2018 heeft Al-Shabaab een bomaanslag gepleegd op het restaurant. Eiseres was hierna werkloos, tot ze in 2019 ging werken als straatveger. In september 2020 is eiseres begonnen met werken als schoonmaakster op het politiebureau. Na twee dagen is zij door Al-Shabaab telefonisch bedreigd vanwege haar werkzaamheden. Toen eiseres haar werkzaamheden voortzette, is haar broer is door Al-Shabaab meegenomen en vermoord. Haar vader is mishandeld door Al-Shabaab. Verder is Al-Shabaab ook op zoek gegaan naar haar man. Een leraar van de Koranschool is bij vergissing aangezien voor haar man en vermoord door Al-Shabaab. Eiseres is hierna vertrokken uit Somalië.
3. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Dit leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat eiseres een gegronde vrees heeft voor vervolging of bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. De problemen die eiseres met Al-Shabaab stelt te hebben, heeft verweerder niet geloofwaardig geacht. Verweerder heeft er allereerst op gewezen dat de verklaringen van eiseres over de bomaanslag niet concreet worden bevestigd door berichten uit openbare bronnen. Eiseres heeft daarnaast niet aannemelijk verklaard. Eiseres heeft wisselend verklaard over het doelwit van de aanslag: zijzelf of de politiemannen die in haar restaurant kwamen. Het is volgens verweerder niet logisch dat de gestelde bomaanslag zou hebben plaatsgevonden buiten de werktijd van eiseres als zij stelt persoonlijk doelwit te zijn geweest. Evenmin is het dan logisch dat zij na de aanslag gedurende enkele jaren ongemoeid is gelaten door Al-Shabaab. Eiseres heeft oppervlakkig verklaard over de reden dat zij een persoonlijk doelwit zou zijn van Al-Shabaab. Ook heeft eiseres wisselend verklaard over hoe zij wist dat zij door Al-Shabaab werd bedreigd. Eiseres kan alleen vermoeden dat de dood van haar broer met haar te maken heeft en zij verklaart hierover summier, wisselend en onlogisch. Verweerder vindt het ook vreemd dat eiseres na de dood van haar broer niets meer heeft vernomen van Al-Shabaab. Eiseres kan volgens verweerder veilig terugkeren naar Somalië en via Mogadishu doorreizen naar [plaats] , waar haar familie woont.
Bij brief van 19 juni 2025 heeft verweerder zich aanvullend op het standpunt gesteld dat de verklaringen die eiseres in Griekenland heeft afgelegd geen ondersteuning bieden voor het asielrelaas van eiseres. Zo heeft eiseres in Griekenland met geen woord gesproken over de aanslag op het restaurant in 2018. In Griekenland heeft zij juist verklaard dat zij vijf jaar lang als schoonmaakster heeft gewerkt. Ook heeft zij in Nederland en Griekenland tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de contactmomenten met Al-Shabaab. Dit alles doet voor verweerder sterk afbreuk aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres.
4. Eiseres voert het volgende aan. Ten onrechte zijn de verklaringen van eiseres over de bedreigingen van Al-Shabaab inconsistent geacht. Anders dan in het voornemen wordt gesteld, passen de verklaringen van eiseres bij wat bekend is over de algemene situatie in Somalië. Verder is het logisch dat eiseres – gevraagd naar haar werkzaamheden voor vertrek – in het aanmeldgehoor niets heeft gezegd over haar eethuisje, aangezien zij daar al meer dan twee jaar niet meer werkte. Ook is ten onrechte onlogisch geacht dat de bomaanslag buiten de werktijd van eiseres heeft plaatsgevonden, terwijl zij stelt persoonlijk doelwit te zijn. De bomaanslag was gericht op haar persoonlijke bezittingen. Toen zij later bij de politie ging werken werd haar duidelijk dat haar werk in het restaurant haar nog steeds werd aangerekend. Eiseres heeft niet wisselend verklaard over de vraag of het haar restaurant betrof of dat zij daar slechts werkte en evenmin over de vraag wie het doelwit was van de bomaanslag. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres over de bedreigingen die zij heeft ontvangen van Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn, nu verweerder niet langer tegenwerpt dat deze verklaringen tegenstrijdig zijn. Verder is het onredelijk van verweerder om van eiseres een verklaring te verwachten voor de omstandigheid dat zij twee dagen na de start van haar werkzaamheden op het politiebureau is bedreigd door Al-Shabaab. Evenmin kan van haar verlangd worden dat zij een bevredigend antwoord geeft op de vraag hoe Al-Shabaab aan haar telefoonnummer is gekomen. Over de dood van haar broer heeft eiseres niet wisselend en onlogisch verklaard; wat eiseres heeft verklaard past bij wat bekend is over de werkwijze van Al-Shabaab. Ten aanzien van de overweging dat eiseres terug dient te keren naar [plaats] wijst eiseres erop dat uit rapportages van de EUAA niet blijkt dat de situatie in het gebied verbeterd is. Het gezin van eiseres is bovendien vertrokken uit [plaats] en eiseres kan met hen geen contact meer krijgen. Met betrekking tot het Griekse asieldossier van eiseres stelt verweerder ten onrechte dat een groot deel van het asielrelaas gebaseerd zou zijn op de bomaanslag in 2018. Dat is niet het geval; die aanslag was namelijk niet op haar gericht. Ten onrechte is geconcludeerd dat wat eiseres in Griekenland heeft verklaard afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van haar asielrelaas in Nederland. Tot slot wijst eiseres erop dat zij in april 2025 een dochter heeft gekregen. Eiseres vreest dat haar dochter bij terugkeer genitaal verminkt zal worden en dat zijzelf ook te vrezen heeft omdat haar dochter buiten het huwelijk is geboren.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Vluchtelingstatus in Griekenland
5. Eiseres heeft internationale bescherming gekregen in Griekenland. Uit het arrest
QY volgt dat, nu verweerder niet heeft besloten de asielaanvraag van eiseres om die reden niet-ontvankelijk te verklaren, hij een volledig onderzoek naar de actuele stand van zaken moet doen en daarbij ten volle rekening moet houden met de eerder verleende internationale bescherming en de elementen die deze beslissing ondersteunen. Verweerder heeft pas in beroep navraag gedaan bij de Griekse autoriteiten over achtergrond van de aan eiseres verleende asielstatus. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit aldus onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is alleen al om die reden gegrond en het bestreden besluit zal daarom worden vernietigd.
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit gebrek in beroep voldoende heeft hersteld en dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit daarom met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht in stand kunnen worden gelaten. De rechtbank licht dit oordeel hieronder toe.
Geloofwaardigheid asielrelaas
7. Verweerder heeft niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres persoonlijk problemen heeft met Al-Shabaab. Verweerder heeft er allereerst terecht op gewezen dat de bomaanslag, in Mogadishu op 5 april 2018, waarover eiseres heeft verklaard tijdens het nader gehoor niet is gedocumenteerd. De enkele omstandigheid dat de verklaringen van eiseres passen in een breder beeld van bomaanslagen in Mogadishu is niet voldoende om de verklaringen van eiseres aannemelijk te achten. Verder heeft verweerder uitgebreid en voldoende gemotiveerd op welke punten eiseres onvoldoende verklaringen heeft afgelegd. Verweerder wijst er daarbij niet ten onrechte op dat eiseres niet aannemelijk heeft weten te maken dat zij persoonlijk belangrijk is voor Al Shabaab.
Conclusie
12. Eiseres krijgt weliswaar gedeeltelijk gelijk, maar de afwijzing van haar asielaanvraag blijft in stand.
13. Vanwege de gegrondverklaring van het beroep veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814.
Deze uitspraak is gedaan op 11 november 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Hof van Justitie van de Europese Unie.
Deze prejudiciële vragen zijn beantwoord in het arrest ‘QY’ van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 18 juni 2024, C-753/22, ECLI:EU:C:2024:524.