Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-04
ECLI:NL:RBDHA:2025:20762
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
669 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.48831
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
de Minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 8 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2025 op zitting behandeld. Omdat eerder al een beroep tegen het bestreden besluit is ingediend (met zaaknummer NL24.48827) is dit beroep ter zitting ingetrokken. Na de zitting heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 4 augustus 2025 de intrekking van dit beroep bevestigd, en een verzoek om veroordeling in de proceskosten ingediend.
Overwegingen
De gemachtigde van eiser heeft het verzoek om veroordeling in de proceskosten toegelicht met de tekst “dubbele beroepschriften”. Nadat de gemachtigde van eiser niet heeft gereageerd op meerdere terugbelverzoeken, heeft de rechtbank bij bericht van 10 september 2025 een termijn van twee weken verleend om het verzoek nader te onderbouwen en gewezen op het bepaalde in artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook hierop is binnen de gegeven termijn geen reactie gekomen.
Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten zodat het verzoek zal worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
04 november 2025
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.