Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-06
ECLI:NL:RBDHA:2025:20718
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,170 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.26740 en NL25.26741
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser],
V-nummer: [nummer]
en
[eiseres 1],
V-nummer: [nummer]
en
[eiseres 2],
V-nummer: [nummer]
en
[eiseres 3],
V-nummer: [nummer]
gezamenlijk: eisers
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. G.J. Douma).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het niet-ontvankelijk verklaren van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit tot niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvragen in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben op 20 juni 2023 aanvragen ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvragen met het bestreden besluit van 12 juni 2025 niet-ontvankelijk verklaard.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft de beroepen op 15 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
Het asielrelaas
3. Eisers hebben als gezin (vader, moeder, meerderjarige dochter en minderjarige dochter) op 20 juni 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Zij hebben de Colombiaanse nationaliteit. Zij zijn in Colombia verschillende malen bedreigd en om die reden naar Chili gevlucht. Ze zijn Chili op legale wijze ingereisd. In Chili hebben zij ongeveer anderhalf jaar verbleven (moeder is eerst naar Chili gereisd, vader kwam een maand later en dochters daarna). In het begin woonden ze bij een vriendin van moeder en later hebben zij een bescheiden eigen woonruimte gevonden en betrokken. Ze konden rondkomen van de werkzaamheden die vader en moeder konden uitvoeren (onder andere als kapper of door verkoop van vis). Omdat ze zich niet veilig voelden in Chili zijn ze naar Nederland gevlucht.
Het bestreden besluit
4. De minister heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat Chili volgens de minister voor eisers kan worden aangemerkt als veilig derde land. De minister stelt zich op het standpunt dat eisers een zodanige band met Chili hebben, dat redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij daarheen gaan. De minister heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat eisers anderhalf jaar in Chili hebben verbleven, daar zelfstandig woonruimte hebben gevonden, dat zij in Chili indien nodig toegang hadden tot de medische zorg en dat de ouders aldaar verschillende banen hebben gehad. Daarnaast acht de minister het aannemelijk dat eisers met hun Colombiaanse paspoort opnieuw worden toegelaten tot Chili.
Wat zeggen eisers in beroep?
5. Eisers stellen dat zij in Chili geen bescherming kunnen krijgen. Zij hebben negatieve ervaringen gehad in Chili waaronder met discriminatie. Eisers brengen naar voren dat in Chili sprake is van structurele discriminatie van Afro-Chilenen en dus ook Afro-Colombianen. Dit uit zich volgens eisers in sociaaleconomische achterstelling, waardoor er moeilijkheden zullen ontstaan op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en huisvesting. Om die reden vinden eisers het niet verantwoord om hen naar Chili te sturen. Doordat er een verblijfsalternatief is aangenomen is niet ingegaan op de gestelde problemen in Colombia. Dit vinden zij niet terecht.
Overwegingen
6. De rechtbank overweegt als volgt.
6.1.
Een aanvraag van een vreemdeling kan op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw, niet-ontvankelijk worden verklaard als een derde land voor die vreemdeling als veilig derde land kan worden beschouwd. Daarbij moet de minister de band met het betrokken land meewegen. Daarnaast moet de minister beoordelen of de vreemdeling toegang heeft tot dit land.
Banden met Chili
7. Op grond van artikel 3.106a, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt de aanvraag slechts niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Vw indien de vreemdeling een zodanige band heeft met het betrokken derde land dat het voor hem redelijk zou zijn naar dat land te gaan. Uit paragraaf C2/6.3 van de Vc volgt dat de minister onder andere aanneemt dat een vreemdeling een band met een derde land heeft, als de vreemdeling eerder in dat land heeft verbleven. Op grond van artikel 3.106a, derde lid, van het Vb worden bij de beoordeling of sprake is van een band als bedoeld in het tweede lid, alle relevante feiten en omstandigheden betrokken, waaronder de aard, duur en omstandigheden van het eerdere verblijf.
7.1.
In C2/6.3 Vc wordt genoemd dat een band met een derde land wordt aangenomen wanneer de vreemdeling in dat land heeft verbleven. De minister stelt terecht dat hier geen duur aan is verbonden. Wel moet de minister rekening houden met de aard, duur en omstandigheden van het verblijf. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende aannemelijk gemaakt dat eisers een dergelijke band hebben met Chili. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat eisers (moeder en vader) voor hun komst naar Nederland ongeveer anderhalf jaar legaal in Chili hebben verbleven en de dochters ongeveer acht maanden. In die periode hebben de ouders eigen woonruimte gevonden, hebben zij gewerkt en zijn zij op zoek gegaan naar onderwijs. Verder hebben eisers in Chili geen gebruik hoeven maken van de gezondheidszorg, maar was deze mogelijkheid er wel. In het besluit is onder verwijzing naar diverse bronnen uitgelegd waarom er op basis van de verklaring van eiser tijdens het nader gehoor van uitgegaan wordt dat eiser een nationaal identiteitsbewijs heeft gekregen dat toegang geeft tot werk, gezondheidszorg, onderwijs, bankdiensten en andere basisvoorzieningen vergelijkbaar met die van een Chileense burger. Eiser heeft verder geen stukken overgelegd die kunnen afdoen aan de door de minister getrokken conclusie.
Toegang tot Chili
8. Daarna moet de minister beoordelen of aannemelijk is dat de vreemdeling tot dit land wordt toegelaten. Dit moet hij doen aan de hand van informatie uit algemene bronnen of op basis van verklaringen van de vreemdeling. Vervolgens is het aan de vreemdeling om met tegenbewijs te komen dat doet twijfelen aan de door de minister geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dit land. Dit heeft de Afdeling aangevuld met het vereiste dat de vreemdeling inspanningen moet verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten, tenzij van de vreemdeling niet kan worden verlangd dat hij of zij opnieuw probeert toegang tot en verblijf in dat land te krijgen.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eisers zullen worden toegelaten tot Chili. Daarbij heeft de minister terecht betrokken dat uit geraadpleegde - en in het besluit genoemde - informatie blijkt dat eisers met hun geldige Colombiaanse paspoorten, zonder visum, Chili kunnen inreizen. Zij zijn eerder ook op deze manier naar Chili gereisd. Daarbij heeft de minister kunnen meewegen dat eiser (vader) zelf heeft aangegeven dat terugkeren naar Chili en aanvragen van een Chileense identiteitskaart een mogelijkheid is. Ook heeft de minister er in dit verband terecht op gewezen dat eiser (vader) op basis van een ‘carnet’, (een nationaal identiteitsbewijs dat men krijgt bij een geldige verblijfsvergunning en toegang geeft tot werk, gezondheidszorg, onderwijs, bankdiensten en ander basisvoorzieningen) in Chili heeft kunnen werken. Het is vervolgens aan eisers om dit standpunt van de minister te weerleggen maar dit hebben zij niet gedaan.
Veilig derde land
9. Tenslotte moet de minister beoordelen of het derde land voor de vreemdeling als een veilig derde land kan worden beschouwd.
9.1.
De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd waarom wordt geoordeeld dat Chili een veilig derde land is. Bij deze beoordeling heeft de minister voldoende actuele informatie betrokken. Voor zover eisers stellen dat zij in het verleden in Chili slachtoffer zijn geworden van dreigtelefoontjes en discriminatie, werpt de minister terecht tegen dat eisers hiervoor de hulp kunnen inschakelen van de Chileense autoriteiten. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat het voor hen niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is om de Chileense autoriteiten te benaderen. Voor zover eisers stellen dat zij werden gediscrimineerd omdat zij geen school voor de dochters konden vinden heeft de minister kunnen meewegen dat eisers hierover hebben verklaard dat is aangegeven dat er geen plek was of dat er niet werd voldaan aan toelatingsvereisten. Van discriminatie is dan ook niet gebleken. Daarbij heeft de minister mee mogen wegen dat Chili is aangesloten bij de drie relevante mensenrechtenverdragen op het gebied van vluchtelingen en refoulement en dat eisers ook in Chili asiel zouden kunnen aanvragen.
9.2.
Tot slot hebben eisers geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat zij geen toegang kunnen krijgen tot de basisvoorzieningen. In de gehoren is verklaard dat er gedurende het eerdere verblijf toegang was tot de arbeidsmarkt, huisvesting en medische zorg, al is van deze zorg geen gebruik gemaakt. Niet is aannemelijk gemaakt dat eisers bij terugkeer naar Chili geen toegang meer zullen hebben tot deze voorzieningen.
10. Nu de minister de asielaanvragen van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard hoeft de minister niet inhoudelijk in te gaan op het asielrelaas ten aanzien van Colombia. Eisers hoeven immers niet terug naar Colombia. Daarnaast was de minister door de niet-ontvankelijk verklaring gehouden om aan eiser een terugkeerbesluit op te leggen met een vertrektermijn van vier weken. Daarbij heeft de minister terecht Chili aangewezen als land waar eisers naar kunnen terugkeren, aangezien dit land als veilig derde land voor eisers is aangemerkt.
Conclusie
11. De minister heeft Chili als veilig derde land voor eisers kunnen beschouwen.
De beroepen zijn ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Op grond van paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
Nader gehoor eiser, blz. 5: met het carnet en paspoort kon ik verblijven in Chili.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480.
Vgl. de uitspraken van de Afdeling van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2255, van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:128 en van 2 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:421.