Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-06
ECLI:NL:RBDHA:2025:20704
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
727 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27983
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 29 september 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling
Is het beroep ontvankelijk?
2. Niet in geschil is dat de termijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken.
3. Eiser heeft de minister bij brief van 23 mei 2025 in gebreke gesteld en vervolgens op 24 juni 2025 zijn beroep ingediend.
4. Met het besluit van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, heeft de minister een Besluit- en Vertrekmoratorium(BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Op het moment van indienen van de ingebrekestelling was het door de minister ingestelde BVM nog in werking, waardoor de minister niet kon beslissen op de aanvraag en de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van zo’n beroep.
5. De rechtbank merkt op dat eiser de minister opnieuw in gebreke kan stellen, nu het BVM inmiddels is geëindigd.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van O.T. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (Stscrt. 2024, 41538).
Artikel 6:12 van de Awb.