Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:20629
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
851 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52723
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 9 augustus 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank van deze voortduring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 4 november 2025 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 20 augustus 2025.
4. Eiser wijst er in zijn reactie op de voortgangsrapportage op dat hij de onderhavige procedure niet is gestart en dat er geen beroepsgronden zijn om aan te voeren. Wel stelt hij dat verweerder de informatieplicht heeft geschonden door slechts één vertrekgesprek aan het dossier toe te voegen.
5. De rechtbank stelt vast dat het digitale dossier inmiddels compleet is gemaakt met het verslag van de vertrekgesprekken van 16 september 2025 en 22 oktober 2025. Daarmee staat vast dat maandelijks met eiser een vertrekgesprek is gevoerd. Verder leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Vreemdelingenwet 2000.
Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15824.