Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:20430
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,859 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/25/1079 R
vonnis van 3 november 2025
op het verzoek van:
[verzoekster]
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 3 november 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan mevrouw [verzoekster] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- [naam 1] , beschermingsbewindvoerder bij Mando B.V.,
- [naam 2] namens [naam 3] , WSNP-bewindvoerder bij Schuldsanering Flevoland B.V.
Beoordeling
Toelating tot de WSNP
2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
Hardheidsclausule
2.2.
Mevrouw [verzoekster] heeft een beroep gedaan op de hardheidsclausule. De rechtbank oordeelt dat de hardheidsclausule wordt toegepast. Een deel van de schulden op de schuldenlijst lijkt te zijn ontstaan na het op 27 september 2024 uitspreken van het beschermingsbewind, maar ter zitting is gebleken dat de op de schuldenlijst vermelde ontstaansdata niet accuraat zijn en dat de werkelijke ontstaansdata liggen vóór het uitspreken van het beschermingsbewind. De schulden vallen weliswaar nog steeds binnen de drie jaartermijn van de te-goeder-trouw-toets, maar ter zitting is gebleken dat geen aanwijzingen bestaan dat een of meer van de betreffende schulden niet te goeder trouw ontstaan zijn en dat bovendien de financiële situatie al ruim een jaar stabiel is. Mevrouw [verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de WSNP nu ook aan de andere vereisten is voldaan.
2.3.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan mevrouw [verzoekster] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als mevrouw [verzoekster] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
Mevrouw [verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 1 juli 2025.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor de aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag of een ontbrekende afdrachtcapaciteit. Vanaf 1 juli 2025 is sprake geweest van beslagleggingen waarbij aan de beslagleggers bedragen zijn afgedragen die tenminste gelijk zijn aan de bedragen die volgen uit de berekening van de afloscapaciteit op basis van de geldende normen, zodat mevrouw [verzoekster] zich voldoende heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP op 1 juli 2025 begint te lopen.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster]
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] .
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 1 juli 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. van Nooijen en tot bewindvoerder:
D.H.H. Graven-Quasters (‘het WSNP-kantoor’)
Postbus 12
2270 AA Voorburg.
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.