Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:20325
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
497 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.40061
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] ,
van Azerbeidzjaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. D.L. Boer).
Procesverloop
1. Bij besluit van 21 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.40060 (het beroep), op 27 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen; verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.40060, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.