Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-27
ECLI:NL:RBDHA:2025:19789
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
795 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30494
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag van 27 juni 2023.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 27 juni 2023. Uit het dossier blijkt dat verweerder naar aanleiding van die aanvraag op 13 november 2023 een voornemen heeft uitgebracht (stuk 17 in het digitale dossier) en dat hij op 21 december 2023 op de aanvraag heeft beslist (stuk 18 in het digitale dossier). Daarna heeft eiser een nieuwe asielaanvraag ingediend (stuk 19 in het digitale dossier).
3. Eiser heeft verweerder op 12 juni 2025 schriftelijk in gebreke gesteld. Zowel in de ingebrekestelling als in het beroepschrift is expliciet naar de asielaanvraag van 27 juni 2023 verwezen. Een kopie van de asielaanvraag van 27 juni 2023 is ook bij het beroepschrift gevoegd. De rechtbank gaat er dus van uit dat eiser zich niet heeft verschreven in de datum van de asielaanvraag.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder op eisers aanvraag van 27 juni 2023 heeft beslist voordat eiser verweerder in gebreke stelde en voordat hij beroep instelde. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 27 oktober 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.