Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:19334
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,674 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.11956
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
geboren op [geboortedatum] 1974, van onbekende nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. S. de Schutter),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Gigengack).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod.
1.1.
Op 29 februari 2024 heeft de minister een terugkeerbesluit aan eiser
uitgevaardigd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en daarbij ook vermeld dat hij beroep instelt tegen een inreisverbod.
1.2.
Het beroep van eiser is op 14 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser aan de hand van de beroepsgronden die hij heeft aangevoerd.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Op 4 februari 2024 is eiser aangehouden vanwege een verdenking van diefstal. Op vordering van de verbalisant om een identiteitsbewijs, gaf eiser aan dat hij die niet had. Tijdens een identiteitsfouillering trof de verbalisant een Franse identiteitskaart aan. Volgens de Koninklijke Marechaussee was deze identiteitskaart mogelijk vals. Hierop is deze in beslag genomen. Vervolgens is op 29 februari 2024 een terugkeerbesluit genomen.
Toetsingskader
5. Op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is verweerder gehouden de vreemdeling, niet zijnde gemeenschapsonderdaan, die niet of niet langer rechtmatig verblijf in Nederland heeft, schriftelijk in kennis te stellen van de verplichting Nederland uit eigen beweging te verlaten en van de termijn waarbinnen hij aan die verplichting moet voldoen. Volgens het tweede lid van bovengenoemd wetsartikel geldt de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid als terugkeerbesluit en kan deze tevens een inreisverbod inhouden.
Beoordeling
Ten aanzien van het beroep tegen het inreisverbod
6. De rechtbank stelt vast dat eiser beroep heeft ingesteld tegen een inreisverbod. Volgens verweerder is er echter geen inreisverbod opgelegd. De rechtbank volgt verweerder daarin. Hoewel er uit het dossier volgt dat er meerdere keren over een inreisverbod is gesproken, valt uit het besluit van 29 februari 2024 noch uit de overige stukken op te maken dat deze daadwerkelijk is opgelegd. De rechtbank zal het beroep voor zover dat is gericht tegen een inreisverbod dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
Ten aanzien van het beroep tegen het terugkeerbesluit
7. Eiser stelt dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is, omdat in het terugkeerbesluit niet het juiste land van herkomst is genoemd. Gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van de Afdeling moet in het terugkeerbesluit het land van vertrek (de rechtbank begrijpt: herkomst) worden vermeld. In het geval van eiser is het land van herkomst Sahrawi Arabische Democratische Republiek. Ten onrechte is in het terugkeerbesluit dit land van herkomst niet genoemd maar de [plaats 2] en Marokko.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit rechtsoverweging 5.1.4. van de uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2024 volgt dat voor het nemen van een terugkeerbesluit niet is vereist dat de nationaliteit en herkomst van de vreemdeling zijn vastgesteld. Verweerder kan ook landen van terugkeer noemen waarmee een vreemdeling zelf heeft gesteld een band te hebben, zoals in dit geval de [plaats 2] en Marokko.
8. Eiser stelt tot slot dat hij ten onrechte niet in staat is gesteld zijn zienswijze, over het uit te vaardigen terugkeerbesluit, naar voren te brengen. Dit is alleen gebeurd ten aanzien van het inreisverbod.
8.1.
Deze beroepsgrond slaag niet. De rechtbank stelt vast dat in het terugkeerbesluit een kopje ‘zienswijze’ is opgenomen en daaronder de zienswijze van eiser is opgenomen. Verder volgt uit het proces-verbaal van gehoor M110 dat verweerder aangeeft dat hij van plan is om een terugkeerbesluit en inreisverbod op te leggen en dat eiser in de gelegenheid wordt gesteld om hierop zijn zienswijze te geven.
Conclusie
9. Het beroep tegen het inreisverbod is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
10. Er bestaat geen aanleiding om de proceskosten te vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep voor zover gericht tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk; en
verklaart het beroep voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. K.C. van der Vegt, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Het arrest van 14 mei 2020, FMS e.a., ECLI:EU:C:2020:367, punt 115 en het arrest van 24 februari 2021, M e.a., ECLI:EU:C:2021:127.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ook bekend als Arabische Democratische Republiek Sahara (ADRS).
ECLI:NL:RVS:2024:1970.
Eiser heeft gesteld dat hij uit de stad [plaats 1] komt. Dit is een stad in het door Marokko bezette deel van de [plaats 2] .