Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-14
ECLI:NL:RBDHA:2025:19000
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,947 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.51346
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C.M.W. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 5 december 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 december 2024 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij de afwijzing gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 18 maart 2025 is het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, zodanig dat de opvang van eiser wordt voortgezet totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank heeft het beroep op 1 oktober 2025 op zitting in Breda behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2001 en de Senegalese nationaliteit te hebben. Verweerder heeft ambtshalve onderzocht of eiser uitstel van vertrek moet krijgen op grond van artikel 64 van de Vw. Op 22 juni 2023 heeft verweerder het Bureau Medische Advisering (BMA) gevraagd om advies te geven.
2. Op 30 oktober 2023 heeft het BMA een advies uitgebracht over de gezondheidssituatie van eiser. In dat advies is opgenomen dat eiser onder medische behandeling staat. Er is sprake van PTSS met depressieve klachten, gepaard gaande met suïcidaliteit en auditieve hallucinaties waarbij eiser opdracht krijgt om zelfmoord te plegen en dissociaties. Eiser krijgt begeleiding van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en hij neemt de medicatie olanzapine, paroxetine en promethazine. Bij het uitblijven van behandeling voor PTSS verwacht het BMA dat een medische noodsituatie zal ontstaan binnen een termijn van drie tot zes maanden. Eiser is in staat om te reizen als een fysieke overdracht wordt geregeld, hij begeleid wordt door een psychiatrisch verpleegkundige en hij wordt overdragen aan een psychiater in zijn land van herkomst. Ook beveelt het BMA aan om voldoende medicatie mee te nemen om de periode van de reis te overbruggen. Uit het BMA-advies volgt verder dat medische behandeling en medicatie aanwezig is in Senegal en dat de beschikbare behandeling voldoende is om een medische noodsituatie binnen de termijn van drie tot zes maanden te voorkomen.
3. Met het primaire besluit heeft verweerder de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw afgewezen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Bij uitspraak van 2 januari 2024 van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van de ambtshalve beoordeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het BMA-advies een deskundigenadvies is. Eiser is er niet in geslaagd om aan te tonen dat het advies niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Uit het BMA-advies volgt dat de medische behandeling die eiser nodig heeft aanwezig is in Senegal. Op eiser rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat die zorg voor hem feitelijk niet toegankelijk is in zijn land van herkomst. Eiser is daar niet in geslaagd. De vergewisplicht reikt verder niet zo ver dat al ten tijde van het nemen van het besluit de fysieke overdracht van eiser geregeld en gegarandeerd moet zijn. Verweerder heeft op grond van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb afgezien van het horen van eiser.
5. Eiser voert aan dat aan hem ten onrechte geen uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 van de Vw. Hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de medische zorg die hij nodig heeft in Senegal voor hem persoonlijk niet toegankelijk is. Eiser voert in dat verband aan dat hij alleen ongeschoold werk kan verrichten. De inkomsten die daaruit voortkomen zullen onvoldoende zijn om zijn medische behandeling te betalen. Ongeschoolde arbeiders komen daarnaast niet in aanmerking voor een zorgverzekering vanuit de Senegalese overheid. Eiser wijst ter onderbouwing op twee rapporten van Vluchtelingenwerk Nederland van 16 en 23 november 2023. Daarin staan onder meer de prijzen voor medicatie in Senegal vermeld. Eiser zal de medicatie die hij nodig heef niet kunnen betalen. Tot slot kan eiser niet bij zijn familie in Senegal terecht. Eiser is immers uit Senegal gevlucht vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Bovendien is zijn familie te arm om eiser te ondersteunen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Vrijstelling griffierecht
6. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van zijn beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door eiser overgelegde formulier heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt daarom definitief toegewezen.
Juridisch kader
7. Op grond van artikel 64 van de Vw blijft uitzetting achterwege zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling, niet verantwoord is om te reizen. Op grond van het beleid van verweerder, neergelegd in paragraaf A3/7.1 van de Vc, kan verweerder uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 van de Vw als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM om medische redenen. Van zo’n risico is uitsluitend sprake als (1) uit het advies van het BMA blijkt dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie en (2) de noodzakelijke medische behandeling in het land van herkomst of bestendig verblijf niet beschikbaar is of (3) als in geval de noodzakelijke medische behandeling wel beschikbaar is, gebleken is dat deze aantoonbaar niet toegankelijk is.
8. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling, gebaseerd op het arrest Paposhvili, volgt dat het in de eerste plaats aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst op grond van zijn slechte gezondheidstoestand een reëel risico in de zin van artikel 3 van het EVRM loopt omdat, indien de noodzakelijke medische zorg aldaar beschikbaar is, deze in zijn geval niet feitelijk toegankelijk is.
Beoordeling
9. Niet in geschil is dat eiser bij het achterwege blijven van een medische behandeling op korte termijn in een medische noodsituatie terecht zal komen. Ook is niet in geschil dat de benodigde zorg in Senegal beschikbaar is. In geschil tussen partijen is of deze zorg voor eiser in Senegal feitelijk toegankelijk is.
10. De vraag of de zorg die eiser nodig heeft in Senegal voor hem feitelijk toegankelijk zal zijn, is ook aan bod gekomen in de uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 januari 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening van eiser. Het oordeel van de voorzieningenrechter luidde dat eiser er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat de voor hem benodigde zorg in Senegal niet toegankelijk is. Hoewel het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel betreft ziet de rechtbank in dit beroep geen aanleiding om van dat oordeel af te wijken. De rechtbank stelt namelijk vast dat eiser in beroep dezelfde argumenten en informatie ten grondslag heeft gelegd aan zijn stelling dat de zorg voor hem in Senegal niet toegankelijk is, als in zijn verzoek om een voorlopige voorziening, waarover door de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel is gegeven. Zo heeft eiser in beroep dezelfde twee rapporten van Vluchtelingenwerk Nederland van 16 en 23 november 2023 overgelegd met daarin de prijsindicatie van 2007 van medicijnen in Senegal. Echter met deze rapporten maakt eiser niet aannemelijk dat hij in Senegal enkel ongeschoolde arbeid zal kunnen verrichten, hij niet in aanmerking komt voor een zorgverzekering en dat zijn financiële situatie ontoereikend zal zijn om de zorg in Senegal te betalen. Deze rapporten bevatten namelijk algemene informatie die niet is toegespitst op eisers individuele situatie in Senegal. Dit geldt ook voor de algemene informatie over de gezondheidszorg in Senegal van onder andere World Health Organization en Health Action International, waarnaar eiser verwijst in zijn brief van 29 september 2025. Eiser heeft geen andere informatie overgelegd waarmee hij aannemelijk maakt dat de medische behandeling die hij nodig heeft in Senegal voor hém feitelijk niet toegankelijk is. Zijn stelling dat hij vanwege zijn geaardheid dan wel vanwege de financiële situatie van zijn familie geen hulp van hen kan krijgen is evenmin onderbouwd. In rechte staat vast dat eisers gestelde homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig is geacht en eiser heeft geen inzicht gegeven in de financiële situatie van zijn familie. De brief van 1 september 2025 van [psychiater] leidt ook niet tot een ander oordeel. Uit deze brief volgt dat eiser sinds zes weken geen medicatie meer krijgt en dat zijn medische toestand als gevolg daarvan is verslechterd. Deze informatie vormt enkel een bevestiging dat een medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan indien behandeling uitblijft en ziet niet toe op de toegankelijkheid van zorg in Senegal.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 14 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vreemdelingenwet 2000.
ECLI:NL:RBDHA:2025:4216.
ECLI:NL:RBDHA:2024:322.
Zie de uitspraken van de Afdeling van 1 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO6324 en van 1 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:5672.
Algemene wet bestuursrecht.
Vreemdelingencirculaire 2000.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:744.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 13 december 2016, Paposhvili tegen België, ECLI:CE:ECHR:2016:1213JUD00417381.
Bij uitspraak van 23 augustus 2023 van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2023:7497 en de uitspraak van de Afdeling van 6 oktober 2023, (202305990/1/V2). Deze uitspraak is niet gepubliceerd.