Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:18768
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
890 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23326
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. Aan het onderhavige beroep heeft eiser de ingebrekestelling van 7 juni 2024 ten grondslag gelegd. Deze ingebrekestelling was al eerder gevolgd door het beroep van
26 juni 2024. Dat beroep is niet-ontvankelijk verklaard bij uitspraak van deze zittingsplaats van 16 augustus 2024.3 Nog daargelaten dat geoordeeld is dat deze ingebrekestelling prematuur was ingediend, is het niet mogelijk om op basis van dezelfde ingebrekestelling een nieuw beroep in te stellen. Het had op de weg van eiser gelegen om de minister eerst opnieuw in gebreke te stellen, alvorens hij het onderhavige beroep indiende. Feitelijk ligt
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 ECLI:NL:RBDHA:2024:14387.
aan het onderhavige beroepschrift nu geen ingebrekestelling ten grondslag. Dat is niet conform het wettelijke stelsel, zoals onder 2 is vermeld. Om die reden is het beroep niet- ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
S.J. Simorangkir, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 augustus 2025
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.