Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-10
ECLI:NL:RBDHA:2025:18731
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
651 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.15164, NL25.15168 en NL25.15173
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] , verzoeker 1,
V-nummer: [nummer 1] ,
[naam 2]
, verzoekster,
V-nummer: [nummer 2] ,
[naam 3]
, verzoeker 2,
V-nummer: [nummer 3] ,
tezamen verzoekers,
mede namens de kinderen
[naam 4] , [naam 5] en [naam 6]
(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol)
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. I. van Es).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken van verzoekers tot het treffen van voorlopige voorzieningen om gedurende de behandeling van hun beroepen tegen de afwijzing van hun aanvragen niet te worden uitgezet.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 16 mei 2025 en 29 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de minister.
Beoordeling
2. Bij uitspraken van vandaag heeft de rechtbank de beroepen van verzoekers gegrond verklaard. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken daarom af.
3. Nu de beroepen gegrond zijn verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoekers. Omdat sprake is van samenhangende beroepen worden de zaken voor wat betreft de hoogte van de proceskosten beschouwd als één zaak. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,- (één punt voor het indienen van de verzoeken om een voorlopige voorziening, met een waarde van € 907,- per punt).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
NL25.15163, NL25.15167 en NL25.15172.