Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-16
ECLI:NL:RBDHA:2025:18703
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,201 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:18703 text/xml public 2026-03-06T12:54:44 2025-10-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-09-16 C/09/656849 / FA RK 23-8276 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18703 text/html public 2025-10-17T16:57:28 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:18703 Rechtbank Den Haag , 16-09-2025 / C/09/656849 / FA RK 23-8276 Afwijzing verzoek vaststelling omgangsregeling tussen grootouders en kleinkind. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 23-8276 Zaaknummer: C/09/656849 Datum beschikking: 16 september 2025 Omgang Beschikking op het op 30 oktober 2023 ingekomen verzoek van: [grootvader] en [grootmoeder] , de grootouders, wonende op een bij de rechtbank bekend (geheim) adres, advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend (geheim) adres, advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans te Delft. Procedure Bij beschikking van deze rechtbank van 14 november 2024 is de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten naar de vraag of er sprake is van bezwaren als genoemd in artikel 1:377a, derde lid, van het BW die in de weg staan aan het recht op omgang, dat de grootouders met [minderjarige] hebben en, zo nee, te adviseren welke omgangsregeling tussen de grootouders en [minderjarige] het meest in het belang is van [minderjarige] en wat er nodig is om het contact tussen de grootouders en [minderjarige] weer op te bouwen, mede gelet op het bepaalde in artikel 1:377a BW. Iedere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling is aangehouden in afwachting van de resultaten van het raadsonderzoek. De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook: de brief van 10 maart 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming, met als bijlage het rapport en advies met kenmerk KZ-1-61CVH1K; de brief van 14 mei 2025 van de zijde van de grootouders; de brief van 2 juni 2025 van de zijde van de moeder; de brief van 12 augustus 2025, met bijlage, van de zijde van de grootouders; de brief van 18 augustus 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder. De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld haar mening gegeven over het verzoek. Op 19 augustus 2025 is de behandeling van de zaak ter zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de grootouders, bijgestaan door hun advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Beoordeling De rechtbank moet nog een beslissing nemen over het verzoek van de grootouders om een omgangsregeling vast te stellen tussen hen en [minderjarige] , en over het verzoek van de moeder om de grootouders de omgang met [minderjarige] te ontzeggen. De rechtbank handhaaft alles wat in de eerdere beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Rapport en advies van de Raad Uit het rapport en advies van de Raad is gebleken dat de Raad zich zorgen maakt over de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] , omdat haar vader niet meer betrokken is in haar leven, maar zij ook geen contact heeft met andere familie van vaderszijde (zoals de grootouders). Ook maakt de Raad zich zorgen dat [minderjarige] last heeft van loyaliteitsproblemen, nu zij haar grootouders niet meer ziet terwijl zij wel een belangrijke rol in haar leven hebben gespeeld. [minderjarige] ervaart echter angst ten aanzien van het contact met haar grootouders, onder andere door een incident waarbij de grootouders haar niet terug wilden brengen naar de moeder om haar te beschermen tegen mishandeling door de toenmalige partner van moeder. [minderjarige] heeft haar grootouders sinds de voorjaarsvakantie 2022 niet meer gezien. Zij heeft bij de Raad aangegeven dat zij het ook wel ‘een beetje gezellig’ heeft gehad met grootouders. Het is mogelijk dat zij dus ook wel heeft genoten van het contact en dit contact mist. Over de opvoedomgeving van [minderjarige] heeft de Raad geen grote zorgen. Volgens de Raad zal een opgelegde omgangsregeling met de grootouders op dit moment in ieder geval voor de moeder onrust en spanning meebrengen, wat zijn weerslag zal hebben op [minderjarige] . Om de weg naar onbelast contact tussen de grootouders en [minderjarige] mogelijk te maken, zal eerst herstel van contact en vertrouwen tussen moeder en grootouders moeten plaatsvinden. Hiervoor is volgens de Raad nodig dat [minderjarige] speltherapie volgt voor het verwerken van de gebeurtenissen in het verleden: de spanningen en stress tijdens de relatie tussen de ouders en in het conflict tussen de moeder en de grootouders. Daarnaast adviseert de Raad hulpverlening door middel van Words en Pictures voor [minderjarige] , zodat zij leert haar eigen emoties te begrijpen en te uiten. De moeder zal de dreiging die zij heeft ervaren en de angsten die zij nog altijd heeft, moeten verwerken door middel van haar therapie bij GGZ. Daarnaast kan opvoedondersteuning haar helpen in het omgaan met haar rol als ouder in een situatie van conflicten en stress. Daarna kunnen de moeder en de grootouders samen systeemtherapie volgen, voor begrip en verbetering van de relatie en het maken van een start richting het opbouwen van vertrouwen. Voordat eventueel sprake kan zijn van een omgangsregeling, dient volgens de Raad de hiervoor geadviseerde hulpverlening te worden ingeroepen en doorlopen. Als alle hulpverlening is doorlopen zou [instelling 1] kunnen worden ingeschakeld voor begeleide omgang, waarbij gestart zou kunnen worden met belcontact en van daaruit kan worden opgebouwd naar – uiteindelijk – omgang tussen [minderjarige] en de grootouders van eens per twee weken een middag in het weekend. Deze omgang moet plaatsvinden op een wijze die voor [minderjarige] veilig en vertrouwd voelt, in het tempo van [minderjarige] . Op de zitting heeft de raadsvertegenwoordiger nog aangevuld dat dit advies nog steeds geldt, maar dat het tijd nodig zal hebben in verband met de te volgen hulpverlening. De eerste stap zal bij de moeder vandaan moeten komen. Een beslissing van de rechtbank als drukmiddel zou hierop mogelijk een averechts effect kunnen hebben. Standpunt van de grootouders De grootouders stellen dat zij samen systeemtherapie hebben gevolgd en afgerond in juli 2025. De systeemtherapie liep al toen de Raad het advies uitbracht, om de grootouders te helpen omgaan met het verlies van het contact met [minderjarige] . De grootouders zouden graag samen met de moeder systeemtherapie volgen, zoals door de Raad is geadviseerd, maar daar hebben zij de moeder ook voor nodig. Zij missen [minderjarige] en hebben veel verdriet door de ontstane situatie. De grootouders zouden graag willen dat er – door middel van een duidelijk stappenplan – wordt toegewerkt naar een omgangsregeling, en handhaven dan ook hun verzoek. Zij begrijpen echter dat daar tijd voor nodig zal zijn. Standpunt van de moeder De moeder heeft aangegeven dat zij er moeite mee heeft hoe de gebeurtenissen uit het verleden in het raadsrapport zijn omschreven. De gebeurtenissen zijn voor haar traumatisch geweest, en zij is hard bezig met de verwerking hiervan met behulp van hulpverlening. Daarnaast heeft zij vorig jaar een fors ongeluk gehad waardoor zij nog enkele operaties voor moet ondergaan. Desondanks doet de moeder er alles aan om [minderjarige] een liefdevolle opvoeding te geven en is zij aan de slag gegaan met het advies van de Raad. De moeder heeft begin augustus 2025 een intake gehad bij GGZ voor traumatherapie. Verder heeft [minderjarige] de weerbaarheidstraining “Ho, tot hier en niet verder” afgerond in februari 2025 en staat zij op de wachtlijst voor speltherapie met Words en Pictures bij [instelling 2] . [minderjarige] heeft aangegeven dat zij de grootouders in de toekomst wel weer een keer wil zien, maar dat zij niet met hen alleen wil zijn en niet naar hun huis wil. Het vaststellen van een omgangsregeling, dan wel een stip aan de horizon, is volgens de moeder echter volstrekt niet aan de orde.
Volledig
Zij handhaaft daarom haar verweer, en verzoekt om afwijzing van het verzoek van de grootouders. Overwegingen en oordeel van de rechtbank Op basis van alles wat uit de stukken blijkt, het raadsrapport en wat op de zitting is besproken, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt voorop dat zij niet kan vaststellen dat het contactverlies tussen de grootouders en [minderjarige] is te wijten aan de grootouders zelf. Er is één moment geweest waarop zij [minderjarige] bij de moeder hebben weggehouden; dit was omdat zij zorgen hadden over haar veiligheid bij de moeder en haar toenmalige partner. Daarnaast zijn zij één keer door een misverstand niet op komen dagen bij een contactmoment met [minderjarige] . Het contactverlies is met name het gevolg van de acties van hun twee zoons. Allereerst heeft de broer van de vader een valse melding gedaan van een doodsbedreiging (door de grootouders) aan het adres van de moeder. De moeder heeft daardoor een tijd in enorme angst en spanning geleefd en zij moet dat nog steeds verwerken. Daarnaast heeft de vader van [minderjarige] afstand gedaan van het contact met [minderjarige] . Dat alles bij elkaar maakt de situatie enorm complex en daardoor moeten er heel veel stappen gezet moeten worden voordat er contact met de grootouders kan komen. Het advies van de Raad was om deze procedure een half jaar aan te houden, zodat de hulpverlening kon worden opgestart. Inmiddels is er een half jaar verstreken sinds het advies van de Raad. Op de zitting is gebleken dat de grootouders en de moeder nog geen gezamenlijke systeemtherapie hebben gevolgd, wat ook niet mogelijk is omdat de moeder eerst haar eigen therapie zal moeten doorlopen voordat zij er klaar voor is om het contact met de grootouders aan te gaan. Er moeten dan ook nog te veel stappen worden genomen, waar veel tijd overheen gaat, voordat een eerste stap kan worden gemaakt richting contactherstel en een vorm van omgang tussen de grootouders en [minderjarige] . De rechtbank vindt het niet realistisch om daarop vooruitlopend nu alvast iets te bepalen leggen over de omgang, ook omdat totaal niet te voorzien is wanneer contactherstel plaats zou kunnen vinden en op welke wijze. Tijdens de zitting is de mogelijkheid besproken om de procedure nog langer aan te houden, of om een eindbeslissing te nemen. Beide partijen en de Raad hebben op de zitting aangegeven dat de procedure moet eindigen en niet langer moet worden aangehouden. Het aanhouden van deze procedure zou betekenen dat de spanningen die hiermee samenhangen ook voortduren. De rechtbank ziet dat ook. Op basis van wat hiervoor is overwogen ziet de rechtbank op dit moment geen andere mogelijkheid dan het verzoek van de grootouders tot het vaststellen van een omgangsregeling met [minderjarige] af te wijzen. Het ligt naar het oordeel van de rechtbank niet in de lijn der verwachting dat de omgang tussen de grootouders en [minderjarige] binnen de termijn van een jaar kan worden hersteld. De traumatherapie van de moeder moet nog starten en zij moet nog operaties ondergaan, daarnaast moet ook de speltherapie van [minderjarige] nog starten. Vervolgens zullen de moeder en de grootouders nog systeemtherapie met elkaar moeten volgen. Pas daarna kan er sprake zijn van een vorm van omgang tussen [minderjarige] en de grootouders, waar in deze complexe situatie bovendien zorgvuldig mee om zal moeten worden gegaan gelet omdat de vader – die geen contact meer heeft met [minderjarige] – mogelijk ook weer in beeld komt als er contact is met de grootouders. De afwijzing van het verzoek van de grootouders heeft tot gevolg dat er op dit moment geen omgang zal zijn tussen hen en [minderjarige] . Voor ontzegging van de omgang, zoals de moeder heeft verzocht, ziet de rechtbank daarom ook geen aanleiding. Het is nu aan de moeder, en aan [minderjarige] , om aan te geven wanneer zij open staan voor contact. De rechtbank vertrouwt erop dat zij dat ook zullen doen, nu niet is gebleken dat de moeder volledig tegen contact tussen de grootouders en [minderjarige] is en [minderjarige] zelf ook bij haar moeder heeft aangegeven dat zij in de toekomst haar grootouders wel weer een keer zou willen zien. De rechtbank begrijpt dat dit lastig en verdrietig is voor de grootouders, het is nu echter ook aan hen om geduldig te zijn en de moeder en [minderjarige] hiervoor de tijd te gunnen. Beslissing De rechtbank: wijst de verzoeken van de grootouders en van de moeder af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2025.