Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:18586
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,528 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3426
Zaaknummer: C/09/684844
Datum beschikking: 8 juli 2025
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 8 mei 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B. Özateş te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. O. Huisman te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift tevens verzoekschrift.
Op 24 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de vrouw en van de zijde van de man zijn pleitnotities overgelegd.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [dag] 2015 te [plaats 1] , België.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- De kinderen verblijven op dit moment in de echtelijke woning met de ouders.
- De man heeft de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit en de vrouw heeft de Belgische en de Marokkaanse nationaliteit.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt, na wijziging:
- te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- te bepalen dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 1.130,- per maand vast te stellen, bij vooruitbetaling voor de 25e van de maand te voldoen, met ingang van datum verzoekschrift, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van
€ 2.000,- bruto per maand vast te stellen, bij vooruitbetaling voor de 25e van de maand te voldoen, met ingang van datum verzoekschrift, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;
Kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Ook verzoekt de man zelfstandig:
- primair te bepalen dat partijen gaan birdnesten waarbij de man en de vrouw om de beurt een week in de echtelijke woning verblijven waarbij het wisselmoment zondagmiddag om 15.00 uur is;
- subsidiair te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd en de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] , met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- meer subsidiair te bepalen dat de kinderen in de even weken bij de man zullen verblijven, waarbij het overdrachtsmoment op zondag om 15.00 uur is;
- meer meer subsidiair te bepalen dat de kinderen in de even weken van maandag tot en met vrijdag uit school tot 20.00 uur en zaterdag en zondag van 9.00 uur tot 20.00 uur en de helft van de vakanties en de feestdagen bij de man zullen verblijven;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige- voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik van de echtelijke woning
De vrouw wenst dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd en dat zij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning krijgt. De vrouw voert daartoe aan dat zij en de man een traditioneel huwelijk hadden waarbij zij volledig verantwoordelijk was voor de dagelijkse zorg voor de kinderen en de man de kostwinner was. De betrokkenheid van de man beperkte zich tot de sportactiviteiten van de kinderen en recreatieve uitjes. Volgens de vrouw is zij gedurende het huwelijk mishandeld door de man. De man had regelmatig last van plotselinge woedeaanvallen en was onvoorspelbaar in zijn gedrag. Zij heeft daarvan pas begin 2024 melding durven te maken bij haar huisarts. De sfeer in huis wordt inmiddels steeds grimmiger en de vrouw wil niet dat de kinderen nog langer blootgesteld worden aan de onveilige situatie. Het baart de vrouw zorgen dat [minderjarige 2] angstig is voor de man en niet alleen met hem gelaten wil worden. De vrouw wil samen met de kinderen in de voor hen vertrouwde woonsituatie blijven, totdat zij een eigen zelfstandige woonruimte heeft. De man heeft zijn familie en netwerk hier in Nederland waar hij naar toe kan gaan, terwijl zij hier geen familie heeft en dus geen alternatieve verblijfplek.
De man wil graag dat een birdnestregeling wordt vastgesteld. Volgens de man is het voordeel daarvan dat de kinderen in de echtelijke woning kunnen blijven, wat de kinderen rust zal geven. Partijen zullen om de beurt een week elders moeten gaan logeren. Dat is volgens de man goed mogelijk, omdat hij bij zijn moeder in [plaats 3] kan logeren en de vrouw bij haar moeder in [plaats 4] . De man betwist nadrukkelijk dat er sprake is geweest van huiselijk geweld en dat de situatie in huis niet veilig zou zijn. Er moet volgens de man geen waarde gehecht worden aan de verklaring van de vrouw bij de huisarts. De vrouw probeert hem in een kwaad daglicht te stellen met als doel het contact tussen hem en de kinderen te beperken. Volgens de man is hij, net als de vrouw, nauw betrokken bij de zorg voor de kinderen. Hij haalt de kinderen vaak op uit school, op maandag traint hij het voetbalteam van [minderjarige 1] en aansluitend gaat hij met [minderjarige 1] naar zijn schaakles, op dinsdag en donderdag gaat hij met [minderjarige 1] naar kickboksen, op woensdag gaat hij met [minderjarige 1] naar voetbaltraining en op zaterdagochtend is hij als scheidrechter of coach aanwezig bij de voetbalwedstrijd van [minderjarige 1] . Verder brengt hij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op zondag naar Arabische les en onderneemt hij uitjes met de kinderen in het weekend. Subsidiair verzoekt de man hem het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en de kinderen aan hem toe te vertrouwen.
De rechtbank overweegt dat zij het niet in het belang van de kinderen acht als partijen de woning voorlopig nog zullen delen en een birdnestregeling zullen uitvoeren. Voor birdnesting is een goed onderling contact en overleg tussen de ouders nodig, zonder dat er telkens ruis op de lijn komt. De rechtbank ziet hiervoor op dit moment geen mogelijkheden bij partijen. Dit zou betekenen dat partijen zich nog steeds in elkaars omgeving bevinden en in elkaars nabijheid leven en dat is in dit geval niet wenselijk. De rechtbank zal daarom beslissen over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de toevertrouwing van de kinderen en daarvoor een belangenafweging moeten maken.
Omdat er sprake was van een traditioneel huwelijk en de vrouw, anders dan de man, geen familie in de omgeving heeft wonen, oordeelt de rechtbank dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd en dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar wordt toegekend. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de vrouw geen (betaald) werk heeft en de man wel, zodat de rechtbank het aannemelijk vindt dat de vrouw tijdens het huwelijk meer verzorgingstaken op zich nam dan de man. Ook weegt de rechtbank mee dat het onbetwist is dat [minderjarige 2] zeer aan de vrouw hangt.
Voorlopige zorgregeling
Voor het geval de kinderen aan de vrouw toevertrouwd worden en aan de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning wordt toegekend, verzoekt de man om een voorlopige zorgregeling vast te stellen, die inhoudt dat de kinderen in de even weken bij hem zullen zijn, waarbij het overdrachtsmoment op zondag om 15.00 uur is. De man heeft daarbij aangegeven dat hij dan tijdelijk bij zijn moeder in [plaats 3] gaat logeren en dat de kinderen daar ook kunnen verblijven en overnachten.
De rechtbank overweegt dat uit de stukken blijkt dat de man heel veel van de buitenschoolse activiteiten van [minderjarige 1] voor zijn rekening nam zoals de voetbal en het kickboksen. De vrouw heeft op de zitting aangegeven dat zij het prima vindt als dat wordt voortgezet. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de man deze taken voor zijn rekening zal blijven nemen.
Daarnaast is het nog de vraag welke voorlopige zorgregeling er moet gelden tussen de man en de kinderen. De vrouw heeft op de zitting te kennen gegeven dat zij mee wil werken aan een ruime zorgregeling, maar ook dat de kinderen thuis bij haar moeten blijven slapen. De vrouw voert daarvoor aan dat de man niet eerder de dagelijkse zorg voor de kinderen heeft gehad. Ook maakt zij zich zorgen over de mentale gesteldheid van de man en het effect daarvan op de kinderen. De rechtbank volgt de vrouw hierin niet. De vrouw heeft met geen enkel argument onderbouwd waarom de kinderen niet gewoon volgens een normale regeling ook bij de man kunnen slapen. De overnachting zal in het huis van oma vaderszijde zijn, waar de kinderen vaker zijn geweest en op de zitting heeft de vrouw verklaard dat oma vaderszijde een goede oma is voor de kinderen. Dit maakt dat de rechtbank geen bezwaren ziet voor een regeling met overnachting. Alles afwegende zal de rechtbank bepalen dat de kinderen voorlopig bij de man zullen zijn, één keer in de twee weken een weekend van vrijdag uit school tot zondagavond 18.30 uur en iedere week van woensdag uit school tot donderdagochtend naar school.
Voorlopige kinderalimentatie
De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen van € 1.130,- per maand. De man voert verweer. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Als de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.
De hoogte van de voorlopige kinderalimentatie moet worden afgestemd op de behoefte van de kinderen en op de draagkracht van de ouders. Bij de vaststelling van de voorlopige kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (hierna: het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.
Behoefte
Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen € 632,- per maand per kind bedraagt.
Conclusie
Uitgaande van het bovenstaande zal de rechtbank de door de man met ingang van 8 mei 2025 aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie bepalen op € 427,- per maand per kind.
Partneralimentatie
De vrouw heeft op de zitting haar verzoek om voorlopige partneralimentatie gewijzigd in een bedrag van € 2.000,- bruto per maand.
Behoefte en behoeftigheid vrouw
De man heeft niet betwist dat de vrouw behoefte heeft aan een voorlopige bijdrage in haar levensonderhoud. Omdat tussen partijen niet in geschil is dat de draagkracht van de man de beperkende factor zal zijn, zal de rechtbank (de hoogte van) de behoefte en behoeftigheid van de vrouw in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure niet bespreken en beoordelen.
Draagkracht man
De man is ondernemer. Hij is directeur-grootaandeelhouder van [bedrijf] BV. Deze BV is opgericht op 2 maart 2022. De rechtbank constateert dat van de zijde van de man geen jaarstukken zijn ingediend. Alleen de aangiften IB 2022 en 2023 en de jaaropgaven 2024 zijn door hem overgelegd. De man heeft op de zitting toegelicht dat in 2024 een dividenduitkering is gedaan van € 67.000,- en dat dat in het kader was van het zogenoemde kasrondje om de rekening-courant schuld af te lossen. De man heeft ook een verklaring van zijn adviseur overgelegd waarin wordt gemeld dat de man nu geen dividenduitkering kan doen en dat er op dat moment een bedrag van ongeveer € 300.000,- aan liquide middelen in de onderneming aanwezig is. Uit de stukken blijkt dat de jaarrekening 2023 is gedeponeerd op 30 april 2025. De rechtbank overweegt dat de man desondanks heeft nagelaten om de jaarstukken te overleggen en informatie over het jaar 2024 en een prognose over het jaar 2025. De man heeft verder in de stukken aangevoerd dat hij bij het UWV een procedure is gestart voor het ontslag van de vrouw en dat hij verwacht dat dit binnen één á twee maanden rond is. Ten aanzien van het dienstverband van de vrouw heeft de man het standpunt ingenomen dat tegenover de betaling van het salaris ook daadwerkelijk administratieve handelingen van de vrouw stonden. De vrouw heeft dit nadrukkelijk betwist.
Bij ontbreken van verificatoire financiële bescheiden waaruit de rechtbank kan vaststellen welke draagkracht de man nu daadwerkelijk heeft, oordeelt de rechtbank in het kader van deze voorlopige voorzieningen procedure dat de man aan de vrouw een bruto partneralimentatie van € 2.000,- per maand kan betalen. De rechtbank neemt daartoe in aanmerking dat de uitbetaling van het salaris van de vrouw van € 2.000,- bruto per maand na haar ontslag wegvalt. De rechtbank vindt het aannemelijk dat tegenover dit salaris geen daadwerkelijke werkzaamheden van de vrouw stonden, zodat de man deze gelden niet heeft te reserveren voor het inhuren van iemand die deze werkzaamheden zou overnemen. De rechtbank oordeelt daarom dat de man dit bedrag extra aan zichzelf uit zijn onderneming kan uitkeren en vervolgens aan de vrouw kan betalen als een bruto partneralimentatie. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat in 2024 dit is het derde bestaansjaar van de onderneming ook al een dividend uitkering mogelijk was van € 67.000,-.
Ingangsdatum
De vrouw verzoekt als ingangsdatum aan te houden de datum van indiening van het verzoekschrift. Op de zitting is naar voren gekomen dat er een ontslagprocedure van de vrouw bij het UWV loopt en dat zij zolang zij nog in dienst is, een inkomen heeft van € 2.000,- bruto per maand. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank de ingangsdatum van de door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie alles afwegende bepalen op het moment dat het salaris van de vrouw uit de onderneming daadwerkelijk wegvalt, waarbij het wel van belang is dat dit salaris ook daadwerkelijk wordt uitbetaald op een door de vrouw aan te wijzen bankrekening, zodat zij hierover ook daadwerkelijk de beschikking heeft.
Conclusie
Uitgaande van het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om een door de man te betalen voorlopige partneralimentatie van € 2.000,- bruto per maand toewijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] , [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat de minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben:
één keer in de twee weken een weekend van vrijdag uit school tot zondagavond 18.30 uur; en
iedere week van woensdag uit school tot donderdagochtend naar school;
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 8 mei 2025, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)van € 427,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van het moment dat het salaris van de vrouw uit [bedrijf] B.V. wegvalt, voorlopig een partneralimentatie van € 2.000,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partijen de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 juli 2025.