Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-31
ECLI:NL:RBDHA:2025:18460
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,509 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.48945 en NL24.48946
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. P.A. Blaas),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A. de Graaf).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 22 november 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 7 december 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 16 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Fawzy als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1999 en heeft de Egyptische nationaliteit. Hij heeft het volgende aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiser is christen van geloof en heeft hierdoor regelmatig te maken met discriminatie. Hij werkte als chauffeur op een minibus. Sinds september of oktober van 2023 heeft eiser een relatie met een regelmatige passagier, [naam 1] . Zij is moslim. Ondanks de voorzichtigheid van beiden is de familie van [naam 1] erachter gekomen dat zij een relatie hebben. [naam 1] ’s neef, [naam 2] , heeft eiser bedreigd met de dood om de relatie te stoppen. Eiser en [naam 1] hebben de bedreiging niet serieus genomen en de relatie voortgezet. Op 9 november 2024, terwijl eiser in zijn minibus reed met zijn vader en oom, is hen de weg versperd door de vader van [naam 1] met drie of vier andere mannen. Zij waren bewapend met messen. Eisers vader en oom zijn de bus uit gestapt en hebben geprobeerd eiser te beschermen. Hierbij zijn beiden neergestoken – en uiteindelijk overleden – waarna eiser met de bus is gevlucht. Direct daarna heeft eiser Egypte verlaten. Bij terugkeer vreest eiser gedood te worden door de familie van [naam 1] .
Het bestreden besluit
3. Verweerder heeft drie asielmotieven uit het asielrelaas van eiser herleid. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofd. Eisers problemen als gevolg van zijn relatie met [naam 1] worden niet geloofd. Verweerder stelt zich hiervoor op het standpunt dat eiser zijn relaas niet met documenten heeft kunnen onderbouwen en dat zijn verklaring geen samenhangend en aannemelijk geheel vormt. Zo werpt verweerder eiser tegen dat hij geen overlijdensaktes van zijn vader en oom heeft, noch enige bewijzen van zijn relatie met [naam 1] . Daarnaast zitten er meerdere tegenstrijdigheden in eisers verklaring over de bedreiging door [naam 2] , wanneer eiser zijn paspoort heeft opgehaald en waarom eiser de relatie met [naam 1] heeft doorgezet terwijl ze beiden wisten dat ze niet zouden kunnen trouwen. Ook vindt verweerder dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over wanneer hij precies heeft vernomen dat zijn vader en oom zijn overleden en of hij nu wel of niet zijn vader en oom neergestoken heeft zien worden. Verder heeft eiser oppervlakkig en summier verklaard over zijn relatie met [naam 1] en vindt verweerder zijn onsamenhangende gedragingen niet aannemelijk. Zo zou eiser tijdens zijn vlucht uit Egypte – slechts uren na de aanval – zijn moeder om de overlijdensaktes hebben gevraagd, werd volgens eiser niet verwacht dat de gewapende mannen hem wilden vermoorden, heeft eiser de politie niet gebeld en hiermee zijn vader en oom in gevaar achtergelaten, en heeft hij de minibus eerst naar de eigenaar gebracht. Daarnaast is eiser geen vluchteling in de zin van het vluchtelingenverdrag. De door eiser ervaren discriminatie vanwege zijn religie heeft verweerder direct op zwaarwegendheid getoetst. Dit is echter niet dusdanig ernstig geweest dat eiser onmogelijk maatschappelijk en sociaal heeft kunnen functioneren. Daarbij neemt verweerder geen reëel risico op ernstige schade aan. Ook heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond omdat hij verklaringen heeft afgelegd die worden beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig. Tot slot wordt eiser een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is van mening dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en gebrekkig is gemotiveerd. Hiervoor stelt eiser zich op het standpunt dat zijn relaas voldoende aannemelijk is. Daarbij worden er ten onrechte tegenstrijdigheden door verweerder tegengeworpen. Eiser en [naam 1] hebben primair telefonisch contact gehad waar geen bewijzen van zijn. Dat hij het nodig heeft gevonden om zijn gespreksgeschiedenis te verwijderen is daarbij niet bevreemdend. Ook doet hun verschillende geloof niet af aan hun gevoelens en zij hadden geen reden om te vermoeden dat anderen van hun relatie afwisten. Het doorzetten van hun relatie ondanks de bedreiging van [naam 2] is dan ook niet tegenstrijdig. Daarnaast heeft eiser duidelijk verklaard over dat hij zijn paspoort voor vertrek moest ophalen en zijn moeder op dat moment niet wilde confronteren met de vermoedelijke dood van zijn vader. Vooral gezien de taboe op zijn relatie met [naam 1] . Wanneer eiser bevestigd heeft gekregen dat zijn vader en oom overleden zijn, volgt uit zijn verklaring. Eiser heeft verder voldoende kunnen verklaren over zijn relatie met [naam 1] en wat hem tot haar aantrok. Zij hebben echter geen gelegenheid gehad zich in elkaar te verdiepen omdat zij hun relatie geheim moesten houden. Ook is het niet tegenstrijdig dat eiser, wanneer hij zijn moeder op het vliegveld telefonisch spreekt, vraagt om bewijsstukken. Onderweg heeft eiser gelegenheid gehad om na te denken en te voorzien dat hij internationale bescherming nodig heeft. De teruggave van de minibus aan de eigenaar is daarbij ook niet tegenstrijdig omdat eiser verdere problemen wilde voorkomen. Verder heeft eiser ter onderbouwing van zijn relaas de overlijdensaktes van zijn vader en zijn oom overgelegd samen met kopieën van identiteitsbewijzen. Hiermee is zijn vluchtrelaas voldoende met documenten onderbouwd en geeft verweerder eiser ten onrechte niet het voordeel van de twijfel omdat eiser niet zou hebben voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Naar oordeel van de rechtbank heeft verweerder de problemen vanwege eisers relatie met [naam 1] niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden. De rechtbank ligt haar oordeel hieronder toe.
5.1.
Verweerder heeft eiser tegen kunnen werpen dat hij zijn relatie met [naam 1] niet heeft kunnen onderbouwen. Eiser heeft verklaard zelf alle bewijzen van hun contact te hebben gewist, uit angst dat dit in zijn telefoon gevonden zou worden. Hierbij heeft verweerder onduidelijk kunnen vinden wat eiser precies heeft gewist. Zo heeft eiser eerst verklaard dat hij foto’s en gesprekken heeft verwijderd maar volgt kort daarna dat eiser en [naam 1] alleen met elkaar zouden hebben gebeld. Verweerder heeft ook kunnen vinden dat het gebrek aan bewijs afbreuk doet aan eisers geloofwaardigheid. Daarnaast heeft verweerder tegen kunnen werpen dat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn relatie met [naam 1] . Eiser heeft bijvoorbeeld niet kunnen vertellen voor welk bedrijf [naam 1] werkt, wat voor studie zij doet en hij heeft weinig over haar persoonlijkheid kunnen vertellen. Dit terwijl eiser ruim een jaar een relatie met [naam 1] heeft gehad, zij elkaar in die tijd vaak hebben gezien en ze zelfs voornemens waren te trouwen. Het argument van eiser dat zij onvoldoende tijd hebben gehad om hun relatie te verdiepen heeft verweerder daarmee niet zonder meer hoeven volgen. Daarbij heeft verweerder het tegenstrijdig kunnen vinden dat eiser en [naam 1] nooit over hun verschillende religies hebben gesproken omdat zij wisten dat het niet mogelijk zou zijn voor hun om te trouwen. Eiser heeft immers verklaard dat ze wilden vluchten om ergens anders te trouwen. Dit wekt de indruk dat ze het hierover hebben gehad. Verweerder heeft kunnen vinden dat dit afbreuk doet aan eisers geloofwaardigheid.
5.2.
Ook wat betreft de aanval op eisers vader en oom en zijn verdere stappen daarna heeft verweerder tegenwerpingen kunnen doen. Zo heeft verweerder het tegenstrijdig kunnen vinden dat eiser ervoor heeft gekozen de relatie voort te zetten omdat hij niet dacht dat het zo ver zou komen, terwijl hij door [naam 2] wel duidelijk met de dood is bedreigd. Bovendien heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser voldoende bekend is met eerwraak.
Conclusie
7. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
7.1.
Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
7.2.
Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.
Op grond van paragraaf C1/4.1, onder 5, van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) en informatiebericht (IB) 2022/102.
Verslag nader gehoor, pag. 23.
Eiser verwijs naar de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:841, het rapport ‘Judicial analysis on evidence and credibility in the context of the Common European Asylum System’ van de EUAA van 17 februari 2023 en naar het ‘Advies: De geloofwaardigheid gewogen’ van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) uit 2016.
Verslag nader gehoor, pag. 16 en 17.
Verslag nader gehoor, pag. 17.
Verslag nader gehoor, pag. 11 en 15.
Verslag nader gehoor, pag. 13.
Verslag nader gehoor, pag. 12.
Verslag nader gehoor, pag. 17.
Verslag nader gehoor, pag. 17 en 18.
Verslag nader gehoor, pag. 13.
Verslag nader gehoor, pag. 6.
Verslag nader gehoor, pag. 18.
Verslag nader gehoor, pag. 7.
Verslag nader gehoor, pag. 21.
Verslag nader gehoor, pag. 7.
Verslag nader gehoor, pag. 23.
Zie de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1943.
Beoordeling
Ook heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser eerst heeft verklaard dat hij tijdens het incident is weggereden nadat zijn vader en oom waren uitgestapt en eiser niet verwachtte dat ze zouden worden vermoord. Later heeft eiser aangegeven te hebben gezien dat zij werden neergestoken. Verweerder heeft het daarbij vreemd kunnen vinden dat eisers vader en oom zijn uitgestapt om de mannen tegemoet te lopen terwijl ze zichtbaar bewapend waren met messen. Vooral gezien de doodsbedreiging die eiser eerder al had gehad. Zo ook over wat direct na het incident is gebeurd. Eiser heeft eerst verklaard dat hij de minibus heeft teruggebracht en direct na het terugbrengen van de minibus naar Caïro is vertrokken – inclusief paspoort. Hierover heeft eiser later verklaard eerst naar huis te zijn gegaan om zijn paspoort op te halen voordat hij de minibus terug bracht. Verder heeft verweerder tegenstrijdig kunnen vinden dat eiser eerst heeft aangegeven onderweg naar Caïro te horen dat zijn vader en oom naar het ziekenhuis zijn gebracht, denkend dat ze gewond zijn geraakt. Later zou eiser op dat moment ook hebben vernomen dat ze zijn overleden. Ook is wisselend verklaard of eiser eerder wel of niet vanuit de bus heeft gezien dat zijn vader en oom werden neergestoken. Daarnaast heeft verweerder heeft vreemd kunnen vinden dat eiser bij het eerste gesprek met zijn moeder kort na het incident en het bekend worden van het overlijden van zijn vader en oom, direct om de overlijdensaktes heeft gevraagd. Mede omwille het feit dat verwacht wordt dat eiser zo in shock zou zijn dat het door verweerder niet aannemelijk wordt gevonden dat eiser op zo’n moment bezig is met een eventuele asielaanvraag.
5.3.
Eiser heeft in beroep twee overlijdensaktes en een vertaald transcript van een geluidsfragment over een bedreiging aan eiser ingediend. Deze zijn niet met de beoordeling in het bestreden besluit meegenomen omdat deze niet eerder zijn overgelegd. Verweerder heeft ter zitting voorop kunnen stellen dat het bevreemdend is dat de familie eerst de overlijdensaktes niet wilde opsturen maar eiser nu toch nog documenten opgestuurd heeft gekregen. Verder betwist verweerder de authenticiteit van de aktes niet maar heeft verweerder voldoende gedragen gemotiveerd waarom er niet de waarde aan toegekend kan worden die eiser eraan toegekend wil zien. Hiervoor heeft verweerder erop kunnen wijzen dat uit de aktes niet zonder meer blijkt dat het eisers vader en oom betreft. Ook volgt er alleen uit dat beide personen zijn omgekomen door messteken maar niet wat de omstandigheden daarvan waren en of dit overeenkomt met eisers verklaring. Zodoende heeft verweerder er geen meerwaarde in hoeven zien om de documenten alsnog te laten onderzoeken. Daarnaast kent verweerder ook aan de dreigberichten niet de waarde die eiser eraan toegekend wil zien. Hiervoor heeft verweerder erop kunnen wijzen dat dit niet te onderzoeken valt op echtheid en dat hieruit niet blijkt wie ze heeft verstuurd.
5.4.
Eisers standpunt dat verweerder hem ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegeven omdat zijn asielrelaas voldoende is onderbouwd met documenten en zijn verklaringen aannemelijk zijn, slaagt dan ook niet. In de voorgaande rechtsoverwegingen heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder niet ten onrechte eisers asielrelaas ongeloofwaardig heeft bevonden. Daarbij heeft verweerder ter zitting kunnen motiveren dat de voorwaarden uit artikel 31, zesde lid, van de Vw cumulatieve voorwaarden zijn en aan voorwaarden d en c is niet voldaan. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om eiser het voordeel van de twijfel te geven. 5.5. Voor zover eiser nog heeft betoogd dat in de werkinstructie WI 2024/6 een onjuist toetsingskader wordt gehanteerd, begrijpt de rechtbank deze stelling zo dat de nieuwe werkinstructie in strijd zou zijn met het Unierecht. Nu echter niet is toegelicht waarom de toepassing van de nieuwe werkinstructie in deze zaak heeft geleid tot een (geloofwaardigheids)beoordeling die in strijd is met het Unierecht, houdt het betoog geen stand.
Kennelijk ongegrond
6. Eiser heeft zich ter zitting subsidiair op het standpunt gesteld dat verweerder zijn asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiervoor verwijst eiser naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 12 augustus 2020. Eiser meent namelijk dat er in zijn zaak geen sprake is van ernstige vormen van ongeloofwaardigheid en verklaringen die alle overtuigingskracht ontnemen.
6.1.
Uit de uitspraak van 12 augustus 2020 waar eiser naar heeft verwezen volgt dat verweerder in die zaak voldoende heeft toegelicht dat de tegenstrijdigheden de kern van het asielrelaas raken. Dit heeft ertoe geleid dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat aan de verklaringen van de vreemdeling alle overtuigingskracht werd ontnomen. Verweerder heeft in deze zaak kunnen toelichten dat de kennelijke inconsequente en tegenstrijdige verklaring volgt uit het samenstel van inconsequenties en tegenstrijdigheden zoals tegengeworpen in het bestreden besluit. Onder rechtsoverwegingen 5.1 en 5.2 heeft de rechtbank al overwogen dat verweerder eiser niet ten onrechte meerdere ongerijmdheden en tegenstrijdigheden heeft tegengeworpen. Deze ongerijmdheden en tegenstrijdigheden raken de kern van eisers asielaanvraag, namelijk zijn relatie met [naam 1] en de opvolgende aanval op zijn vader en oom. Eiser heeft deze tegenwerpingen daarbij niet weg kunnen nemen en hij heeft geen verschoonbare reden kunnen geven voor deze ongerijmdheden en tegenstrijdigheden in zijn verklaring. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om anders te oordelen dan dat verweerder de asielaanvraag van eiser niet ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond.