Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:1810
Civiel recht
Wraking
1,181 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker.
Procesverloop
1.1.
Op 16 januari 2025 heeft verzoeker per e-mail een wrakingsverzoek ingediend.
1.2
Verzoeker heeft blijkens zijn e-mailbericht, voor zover van belang, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd:
“Weer een anonieme wappierechter die mijn zaak weigert in te boeken.
Graag een andere rechter, als ook het zaaknummer.
Een zaak dient direct bij binnenkomst aan een rechter gekoppeld te worden. U kunt mij niet van de rechter die mij toekomt afhouden. (art. 17 Gw)
Uw domme werkwijze is derhalve evident in strijd met de grondwet. (ECLI:NL:RBDHA:2024:5951)
Verder voldoe ik aan de criteria voor vrijstelling van het griffierecht.
Recent ontving ik in diverse andere kantonzaken overigens bericht dat zaken weliswaar worden ingeboekt, maar griffierecht wordt afgewacht. Ook dat lijkt mij een bizarre paradox: Ik voldoe aan de criteria voor vrijstelling en rechtsweigering is immers strafbaar. Of de gemeente betaalt weet ik niet, want ze sturen al jaren post naar het verkeerde adres: Deze werkwijze werkt u alleen maar in de hand.
Graag een niet-wappie die de wet, het recht en de jurisprudentie, met name het recht op een eerlijk proces, het wel snapt. De rest kan met vervroegd pensioen en aan de bingo. Wat hebben ze het toch weer zwaar, al de stakende rechtersstakkers.
Mocht de wrakingskamer weer oneigenlijk een domme beslissing nemen, dan wraak ik hierbij ook de wrakingskamer. (…)………… rechters.”
Beoordeling
2.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
2.2.
Uit het verzoek blijkt dat verzoeker zijn wrakingsverzoek heeft ingediend, omdat geweigerd is een zaak van hem (opnieuw) in te boeken.
2.3.
Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Onder het ‘behandelen van een zaak’ valt elke rechterlijke bemoeienis met een zaak, van welke aard en omvang dan ook. Een beslissing een zaak al dan niet in te boeken is echter geen rechterlijke beslissing. Dit betreft een administratieve handeling zodat daartegen geen wrakingsverzoek kan worden ingediend. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.
2.4.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Dictum
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
3.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, Rv wordt toegezonden aan:
de verzoeker;
de voorzitter van team kanton van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M. Kramer, E.E. Schotte en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.