Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:17417
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,032 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:17417 text/xml public 2026-04-03T14:18:11 2025-09-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-09-24 NL25.38395 en NL25.38396 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17417 text/html public 2026-04-03T14:17:37 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:17417 Rechtbank Den Haag , 24-09-2025 / NL25.38395 en NL25.38396 Dublin Spanje; kennelijk ongegrond; totstandkoming van het besluit; interstatelijk vertrouwensbeginsel. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.38395 en NL25.38396 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser), (gemachtigde: mr. R.J. Schenkman), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 augustus 2025 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag. Beoordeling door de rechtbank Geen zitting 2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dit uit. Waar gaat deze zaak over? 3. Eiser stelt de Armeense nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1991. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser voert aan dat de aanvraag voor een verblijfvergunning asiel ten onrechte niet in behandeling is genomen. Spanje heeft niet gereageerd op het verzoek tot terugname van eiser. Dit is een indicatie dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt. In het bestreden besluit wordt daarnaast gesteld dat eisers partner is mishandeld in Spanje, maar gezien eiser en niet zijn partner zelf is mishandeld geeft dit een onjuiste voorstelling van zaken. Het bestreden besluit is om deze reden onzorgvuldig tot stand gekomen en ondeugdelijk gemotiveerd. De door eiser ondergane mishandeling in Spanje vormt een reden om van overdracht naar Spanje af te zien. Niet ter discussie staat dat deze mishandeling heeft te maken met seksuele gerichtheid. Ten onrechte wordt in het bestreden besluit gesteld dat eiser op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat een situatie zoals die in het AIDA-rapport wordt geschetst van toepassing is. Eiser is een asielzoeker die dreigt te worden overgedragen aan Spanje in het kader van de Dublinverordening. Verweerder erkent daarnaast dat het in de praktijk lastig kan zijn om toegang tot de opvangvoorzieningen en asielprocedure te verkrijgen in Spanje. Eiser heeft tevens gemotiveerd aangegeven dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid behoort tot een kwetsbare groep asielzoekers in Spanje die onvoldoende bescherming geniet in de Spaanse opvangcentra. Gelet hierop stelt het bestreden besluit ten onrechte dat eiser zich kan wenden tot de Spaanse autoriteiten bij problemen. Wat is het oordeel van de rechtbank? Totstandkoming van het besluit 5. In wat eiser aanvoert over verweerders onjuiste voorstelling van zaken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat dit leidt tot een ondeugdelijk gemotiveerd of onzorgvuldig tot stand gekomen besluit. Hoewel verweerder inderdaad eiser met zijn partner [partner] heeft verward, is dit op zichzelf onvoldoende voor het oordeel dat verweerder in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld. Het enkele feit dat verweerder zich hierin heeft vergist, maakt niet dat verweerder ten aanzien van eiser en zijn partner is uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken. Gezien de besluiten van eiser en zijn partner samen door verweerder zijn afgedaan, heeft verweerder de gestelde mishandeling van eiser meegenomen in de besluitvorming. De rechtbank ziet daardoor niet in hoe de afwezigheid van de vergissing tot een ander besluit had geleid. Interstatelijk vertrouwensbeginsel 6. In Dublinzaken geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat als uitgangspunt geldt dat verweerder erop mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken als eiser aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem dusdanige tekortkomingen vertoont dat hij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Om onder de tekortkomingen van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest te vallen, moeten deze een hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Of deze bereikt wordt, hangt af van de gegevens van de zaak. 6.1 De rechtbank overweegt dat eiser er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat van dit uitgangspunt moet worden afgeweken. De hoogste bestuursrechter heeft in de uitspraak van 27 juli 2023 geoordeeld dat ten aanzien van Spanje kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit heeft de hoogste bestuursrechter in de uitspraken van 24 juni 2024 en 23 december 2024 nogmaals bevestigd. Niet is gesteld dat het door eiser aangehaalde AIDA-rapport blijk geeft van een voor hem relevante verslechtering van de omstandigheden in Spanje ten opzichte van de situatie die al door de hoogste bestuursrechter is beoordeeld. Eisers verwijzingen naar het AIDA-rapport maken derhalve niet dat ten aanzien van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. 6.2 De rechtbank overweegt bovendien dat de Spaanse autoriteiten met het claimakkoord hebben gegarandeerd het asielverzoek van eiser in behandeling te nemen. Dat het hier een fictief akkoord betreft, omdat Spanje niet binnen de gestelde termijn heeft gereageerd op het terugnameverzoek, maakt dat niet anders. Een fictief claimakkoord wordt immers volgens artikel 25, tweede lid, van de Dublinverordening gelijkgesteld met een expliciet gegeven claimakkoord. Daarmee garanderen de Spaanse autoriteiten dat zij zich zullen houden aan de internationale verplichtingen die voortvloeien uit de verdragen en Europese richtlijnen die horen bij het behandelen van een asielaanvraag. Verweerder mag ervan uitgaan dat de medische voorzieningen en opvangvoorzieningen in Spanje vergelijkbaar zijn met die in Nederland en dat de Spaanse autoriteiten eiser hetzelfde zullen behandelen als de Nederlandse autoriteiten. 6.3 Over de gestelde ervaringen van eiser in Spanje overweegt de rechtbank dat eiser zijn stelling over de mishandeling vanwege zijn seksuele gerichtheid niet heeft onderbouwd met stukken. Het is hierdoor niet duidelijk geworden of eiser zou zijn mishandeld, door wie en met welk oogmerk dat is gedaan. De rechtbank kan hier gelet op het voorgaande dan ook geen consequenties aan verbinden. Uit de gestelde ervaringen van eiser kan dus ook niet worden afgeleid dat hij bij overdracht zal terechtkomen in een situatie in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest. Verder mag van eiser worden verwacht dat hij zich bij voorkomende problemen in de Spaanse opvangvoorzieningen of anderszins beklaagt bij de (hogere) Spaanse autoriteiten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat die mogelijkheid er voor hem niet is of dat de Spaanse autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen, dan wel dat het inroepen van hulp bij voorbaat zinloos is. Dat de Spaanse autoriteiten eiser niet zullen helpen vanwege zijn seksuele gerichtheid, betreft een onzekere toekomstige gebeurtenis die eiser niet heeft onderbouwd met stukken die hem zelf betreffen. Verweerder mocht dan ook uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Conclusie en gevolgen 7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond. 8.