Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:17256
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,241 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.47329
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseresV-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Procesverloop
Bij besluit van 3 juli 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel verblijf bij familie of gezinslid afgewezen, maar is aan haar een afgeleide verblijfsstatus verleend op grond van het Chavez-Vilchez arrest. Op 8 juli 2022 is de (opvolgende) asielaanvraag van eiseres ingewilligd, waarmee aan haar een asielvergunning voor bepaalde tijd is toegekend.
Bij besluit van 12 juni 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het Chavez-verblijfsrecht van eiseres op 8 juli 2024 is geëindigd wegens de toekenning van een asielvergunning. Bij besluit van 30 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2025 op zitting behandeld in Breda. De gemachtigde van eiseres heeft vlak voor de zitting aangekondigd dat zowel hij als eiseres niet bij de zitting aanwezig zijn. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
Het beroep is tijdig ingesteld en ook de gronden van beroep zijn tijdig aangevuld. Eiseres stelt dat zij eerder in staat is om een definitief verblijfsrecht te verkrijgen vanwege haar Chavez-verblijfsrecht. De rechtbank neemt daarom aan dat eiseres belang heeft bij de behandeling van de procedure. Er is sprake van procesbelang dus dit staat niet aan de ontvankelijkheid in de weg.
Er is door eiseres geen griffierecht betaald, maar verzocht om vrijstelling daarvan. Gelet op de informatie die in het formulier van vrijstelling is gegeven, stelt de rechtbank eiseres definitief vrij van haar verplichting om griffierecht te betalen.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat zij na het verkrijgen van haar asielvergunning voor bepaalde tijd niet langer voldoet aan de criteria voor het Chavez-verblijfsrecht. Verweerder heeft daarom dit Chavez-verblijfsrecht ten onrechte ingetrokken.
Eiseres heeft de Ugandese nationaliteit en zij heeft een kind met de Nederlandse nationaliteit. Uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat een derdelander een afgeleid verblijfsrecht ontleent aan het verblijfsrecht dat een Unieburger van rechtswege heeft, indien vanwege de afhankelijkheid van de Unieburger de weigering van verblijf aan die derdelander tot gevolg zou hebben dat de Unieburger feitelijk gedwongen wordt het grondgebied van de EU te verlaten, en daardoor het feitelijk genot van het verblijfsrecht aan de Unieburger wordt ontnomen.
5. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet langer voldoet aan de primaire voorwaarde voor het Chavez-verblijfsrecht. Eiseres had een afgeleid Chavez-verblijfsrecht via haar Nederlandse zoon. Een paar dagen nadat zij haar Chavez-vergunning heeft verkregen, is haar een zelfstandig verblijfsrecht toegekend met de verlening van een asielvergunning. Er is niet langer een situatie dat haar kind de EU moet verlaten vanwege het ontbreken van een eigen verblijfsrecht van eiseres. Al het overige door eiseres in het beroep gestelde treft geen doel en doet niets af aan dit oordeel.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 10 mei 2017, C-133/15.
Op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.