Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:16931
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
786 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.25551
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 14 juni 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
2. Eiser heeft op 28 februari 2025 een eerste beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Op 9 juni 2025 heeft eiser nogmaals een beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Bij uitspraak van 22 juli 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, uitspraak gedaan in het eerste beroep van 28 februari 2025 (NL25.9907).
3. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, immers al beslist op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eiser. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft eiser geen belang bij zijn tweede beroep.
4. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eiser geen nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel een relevante wijziging van recht aan dit beroep ten grondslag heeft gelegd.
Conclusie
5. Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
K.D.M. Nijholt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).