Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-10
ECLI:NL:RBDHA:2025:16722
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
532 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28713
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] ,
V-nummer: [v-nummer] , verzoeker,
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: B.J.W. Immink).
Procesverloop
1. De minister heeft de aanvraag van verzoeker om uitstel van vertrek op grond van zijn medische situatie met het besluit van 16 juli 2024 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Met het bestreden besluit van 20 mei 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening hangende een beslissing op bezwaar is op dat moment omgeklapt naar een verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 21 augustus 2025, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.23081 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
NL25.23081