Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:16451
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
857 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.52248
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], eiser I
V-nummer: [V-nummer 1]
[eiser 2], eiser II
V-nummer: [V-nummer 2]
samen: eisers
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Eisers hebben op 31 december 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de door eiser II ingediende aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor eiser I.
Bij besluit van 11 augustus 2025 heeft verweerder meegedeeld dat hij de ambassade in Istanbul heeft gemachtigd om de mvv af te geven.
Desgevraagd hebben eisers meegedeeld het beroep in te trekken als verweerder de proceskosten vergoedt.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de door referent ingediende aanvraag, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eisers gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer hebben.
2. Omdat eisers vanwege het niet tijdig beslissen op de aanvraag om een mvv terecht beroep hebben ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 187 moet vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50;
bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 187 moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.