Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:16084
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
1,188 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31253
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 11 juli 2025 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het besluit tot het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat mede aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het besluit tot het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland op 26 juni 2025 een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek op 27 juni 2025 aanvaard.
Welke lidstaat is verantwoordelijk voor de asielaanvraag?
5. Eiser stelt dat het onduidelijk is waarom er een claim is gedaan bij Duitsland, terwijl hij ook in andere landen zoals Zwitserland en Portugal is geweest. Volgens eiser heeft de minister onvoldoende onderbouwd waarom Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor zijn asielaanvraag.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich mag baseren op het door Duitsland geaccepteerde claimverzoek. Uit het dossier blijken geen concrete aanwijzingen die duiden op de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat dan Duitsland. Daarom rustte op de minister geen verplichting tot nader onderzoek naar de verantwoordelijkheid van andere lidstaten.
Persoonlijke ervaringen
6. Eiser stelt voorts dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn individuele relaas over zijn behandeling in Duitsland. Ook is voor eiser onduidelijk welke waarborgen hem worden geboden ten aanzien van de overdracht en in hoeverre hij nog recht heeft op een asielprocedure in Duitsland.
6.1.
De rechtbank overweegt dat de autoriteiten van Duitsland met het accepteren van het claimakkoord verantwoordelijk zijn geworden voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming van eiser. Ten aanzien van Duitsland kan nog altijd worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Mocht eiser in Duitsland toch problemen ervaren met betrekking tot zijn asielaanvraag of zijn individuele behandeling, dan is het aan hem om hierover te klagen bij de Duitse autoriteiten. Niet is gebleken dat de Duitse autoriteiten eiser niet kunnen of willen helpen.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser kan worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Postma, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 14 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:588.