Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-04
ECLI:NL:RBDHA:2025:1552
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
960 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.47797, NL24.47798 en NL24.47799
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser 1], v-nummer: [nummer 1], eiser,
[eiseres]
, v-nummer: [nummer 2], eiseres,
en
[eiser 2]
, v-nummer: [nummer 3], eiser,
samen: eisers
(gemachtigde: mr. B. Anik),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. K. Bruin).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 31 januari 2025 op zitting behandeld. Eisers, de gemachtigde van eisers en de minister zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen op de zitting.
Beoordeling
2. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eisers geen procesbelang meer hebben bij hun beroepen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeelt komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Hebben eisers nog procesbelang?
3. De omstandigheid dat een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 echter overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Er mag van uitgegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure.
4. De minister heeft in het bericht van 28 januari 2025 aan de rechtbank laten weten dat eisers op 24 januari 2025 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers zijn geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. De rechtbank heeft op 28 januari 2025 aan de gemachtigde van eisers verzocht om aan te geven of de gemachtigde nog contact onderhoudt met eisers. De gemachtigde van eisers heeft met het bericht van 29 januari 2025 laten weten geen contact meer te hebben met eisers. De rechtbank neemt dan ook aan dat eisers geen prijs meer stellen op de door hen aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eisers hebben daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke behandeling van hun beroepen.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Raat, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Berendsen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.