Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:15455
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
978 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/3801
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 juni 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , Zwitserland, verzoeker,
tegen
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder.
Inleiding
1. Met het (primaire) besluit van 21 januari 2025 heeft verweerder verzoeker een cursus over verantwoord rijgedrag (LEMG) opgelegd.
1.1.
Met het bestreden besluit van 15 april 2025 op het bezwaar van verzoeker is
verweerder bij dat besluit gebleven.
1.2.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit bij de
rechtbank Midden-Nederland (UTR 25/3142). De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep doorgezonden naar deze rechtbank. Het beroep is bij de rechtbank Midden-Nederland geregistreerd met zaaknummer SGR 25/3142. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (UTR 25/3331). De rechtbank Midden-Nederland heeft het verzoek doorgezonden naar deze rechtbank. Het verzoek is bij deze rechtbank geregistreerd met zaaknummer SGR 25/3801.
1.3.
Verweerder heeft de gedingstukken en het verweerschrift op 6 juni 2025 ingediend.
Verweerder stemt niet in met het door verzoeker gevraagde uitstel voor het volgen van de cursus.
Beoordeling
2. In artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat
de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak kan doen indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze mogelijkheid gebruik te maken.
3. Verweerder heeft verzoeker bij brief van 23 april 2025 meegedeeld dat hij uiterlijk
op 7 mei 2025 de opgelegde cursus moet inplannen. De cursus wordt op verschillende locaties gegeven. Indien verzoeker niet binnen twee weken reserveert, dan zal verweerder de cursus voor verzoeker inplannen. Verzoeker krijgt dan een bevestiging met de cursusdata en deze cursusdata kunnen dan niet meer worden aangepast.
4. Bij brief van 8 mei 2025 heeft verweerder de cursusdata ingepland op 13 juni 2025
(middag) en op 20 juni 2025 (middag) op de locatie Eindhoven. Op 11 juli 2025 wordt de cursus afgesloten met een eindgesprek, dat online plaatsvindt via beeldbellen.
5. Nu het om organisatorische redenen niet mogelijk blijkt om het verzoek op korte
termijn te behandelen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om buiten zitting onmiddellijk een ordemaatregel te treffen, zoals vermeld onder beslissing in deze uitspraak. De beslissing is partijen bij e-mail van 12 juni 2025 meegedeeld.
6. De behandeling van het verzoek zal worden voortgezet.
Dictum
De voorzieningenrechter
- bepaalt bij wijze van ordemaatregel dat de door verweerder bij brief van 8 mei 2025 vastgestelde cursusdata worden geschorst en door verweerder geen nieuwe cursusdata worden vastgesteld tot uitspraak zal zijn gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende het beroep tegen het bestreden besluit van 15 april 2025.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2025.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Licht Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer.