Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:15355
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,716 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.30780
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]
, V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres stelt van Ecuadoraanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1978. Zij heeft op 7 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 9 juli 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Eiseres was niet aanwezig.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van eiseres haar asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
5. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres voelt zich sinds haar tiende levensjaar een vrouw. Haar familie in Ecuador accepteert dit niet. Eiseres ontmoette in Ecuador een vriendin die haar gesteund heeft in haar transitie en haar heeft geholpen om in 2001 naar Nederland te komen. Bij terugkeer naar Ecuador vreest eiseres gediscrimineerd en vermoord te worden door haar familie omdat ze transgender is en omdat ze HIV heeft.
Het bestreden besluit
6. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Eiseres is transgender en heeft daardoor problemen ervaren;
Eiseres heeft HIV.
De minister acht alle drie de elementen geloofwaardig. De minister heeft zich verder, onder verwijzing naar algemene bronnen, op het standpunt gesteld dat de algehele veiligheidssituatie in Ecuador niet zodanig is dat er geen sprake is van een veilig land van herkomst. Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat niet aannemelijk is dat eiseres vanwege haar huidige verschijningsvorm te vrezen heeft voor haar familie. De minister stelt dat het aannemelijk is dat eiseres bij terugkeer naar Ecuador te maken kan krijgen met enige vorm van discriminatie vanwege het zijn van transvrouw. Deze discriminatie is echter niet zwaarwegend genoeg voor verlening van een verblijfsvergunning asiel omdat niet gebleken is van discriminatie waardoor eiseres dermate ernstig wordt beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat zij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Gelet hierop is niet aannemelijk dat eiseres in Ecuador een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
De algemene veiligheidssituatie in Ecuador
7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat gelet op de uitgeroepen noodtoestand, op 30 april 2024 in Ecuador1, er geen sprake kan zijn van een veilig land van herkomst. De situatie is enorm verslechterd waardoor het Informatiebericht 2020/16 over de beoordeling veilige derde landen – Ecuador (het informatiebericht)2 niet langer geldig is.
8. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat de uitgeroepen noodtoestand in bepaalde provincies, reeds in de bestreden beschikking is meegewogen. Er is pas sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM indien de algehele gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst, of in een bepaald gebied in dit land zo uitzonderlijk slecht is dat voor elke vreemdeling, ongeacht de individuele omstandigheden bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade is. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat in het landgebonden beleid3 van Ecuador niet is opgenomen dat er van een dergelijke situatie sprake is. Daarnaast beroept de minister zich op het informatiebericht waaruit blijkt dat er in Ecuador vooral sprake is van gewelddadige berovingen en incidenten vanwege drugshandel en strijd tussen criminele organisaties. Eiseres heeft niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een uitzonderlijke situatie betreffende de algehele gewelds- en mensenrechtensituatie in Ecuador waarin eiseres door haar enkele aanwezigheid al een reëel risico loopt op ernstige schade. De beroepsgrond slaagt niet.
Discriminatie vanwege transgenderidentiteit en HIV
9. Eiseres stelt zich op het standpunt dat ze als transgenderpersoon en vanwege haar ziekte HIV persoonlijk doelwit zal zijn van willekeurig geweld. Hierbij verwijst eiseres naar het Ecuador Country Report 2023.4 Uit dit rapport volgt dat er 25 personen vanwege hun LHBTI-identiteit vermoord zijn. Dit getal ligt volgens eiseres waarschijnlijk nog hoger, omdat over het algemeen gewelddadige incidenten tegen de LHBTI-gemeenschap niet op de juiste manier geregistreerd worden, wat leidt tot onderrapportage.5 Daarnaast voert eiseres aan dat de situatie in Ecuador wettelijk gezien beter lijkt te zijn geworden, maar dat dit in de praktijk niet zo blijkt te zijn. Zo blijkt uit het rapport dat haatmisdrijven bij wet verboden zijn in Ecuador, maar dat er sinds de wettelijke codificatie in 2008 nog geen veroordelingen voor haatmisdrijven tegen LHBTI-personen zijn geweest.6
1. Ministerie van Buitenlandse Zaken, Reisadvies Ecuador, [internetsite].
2 Informatiebericht 2020/16 Beoordeling veilige derde landen- Ecuador, 5 februari 2020.
3 Paragraaf C7 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
10. In paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 staat dat bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt vormt. De minister weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De presumptie van veilig derde land kan niet worden gehandhaafd wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd.
11. De rechtbank oordeelt dat de minister niet ten onrechte en voldoende gemotiveerd aan eiseres tegenwerpt dat ze niet aannemelijk heeft gemaakt dat de discriminatie vanwege haar transgenderidentiteit en HIV haar zodanig beperken in haar bestaansmogelijkheden dat het voor haar onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. De minister werpt haar in het voornemen van 21 mei 2024 tegen dat uit haar verklaringen niet is gebleken dat ze in het verleden eerder is blootgesteld aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Eiseres heeft over een aantal incidenten in Ecuador verklaard inhoudende dat er stenen naar haar zijn gegooid en ze wel eens is nageroepen bij de bus,7 dat er naar haar is geschreeuwd en zij geduwd is omdat ze achteraan moest sluiten in een rij.8 De rechtbank oordeelt dat de minister– gezien deze verklaringen van eiseres - voldoende heeft gemotiveerd dat zij niet is blootgesteld aan een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Daarnaast heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij geen bescherming zou kunnen krijgen van de autoriteiten in Ecuador. De beroepsgrond slaagt niet.
12. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat het Ecuador Country Report 2023 geen aanleiding geeft om van bovengenoemd oordeel af te wijken. Uit het Country Report blijkt niet dat eiseres persoonlijk bij terugkeer gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege het zijn van een transgender vrouw of vanwege haar HIV-besmetting. Bovendien blijkt niet uit het rapport dat overheidsinstanties nalatig zijn geweest bij de bescherming van deze mensen. Over het algemeen is de situatie voor LHBTI-personen juist verbeterd. Zo volgt uit het rapport dat er in Ecuador geen wetten zijn die genderidentiteit en de uiting daarvan, strafbaar stellen.9 Ook bevat de grondwet van Ecuador het beginsel van non- discriminatie met betrekking tot genderidentiteit en seksuele geaardheid. De wet verbiedt discriminatie op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit.10 Bovendien blijkt dat het sinds kort mogelijk is om het wettelijke geslacht te laten wijzigen op de identiteitskaart.11 In het licht hiervan heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat eiseres niet persoonlijk, aan de hand van haar individuele omstandigheden, aannemelijk heeft gemaakt dat ze bij terugkeer naar Ecuador een reëel risico op schade loopt.
Conclusie
17. Het beroep is ongegrond. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.M. van de Wijdeven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 april 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Beoordeling
Deze beroepsgrond slaagt niet.
4 Ecuador: Country Report (Country Reports on Human Rights Practices 2023).
5 Ecuador: Country Report (Country Reports on Human Rights Practices 2023), pagina 37.
6 Ecuador: Country Report (Country Reports on Human Rights Practices 2023), pagina 38.
7 Verslag nader gehoor, pagina 7.
8 Verslag nader gehoor, pagina 21.
9 Ecuador: Country Report (Country Reports on Human Rights Practices 2023), pagina 37.
10 Ecuador: Country Report (Country Reports on Human Rights Practices 2023), pagina 38.
Vrees voor familie
13. Eiseres voert aan dat ze bij terugkeer naar Ecuador vreest vermoord te worden door haar familieleden omdat ze een transgender vrouw is met HIV. Eiseres verklaart hierover dat een aantal familieleden, geen contact met haar willen en haar op Facebook hebben geblokkeerd. Ondanks dat haar ouders wel contact willen, willen haar broers dat niet. Haar familie is ook niet op de hoogte van de HIV-besmetting. Daarnaast voert eiseres aan dat haar huidige verschijningsvorm niet overeenkomt met die van 2001, toen ze haar familie voor het laatst zag. Eiseres is in Nederland verder in transitie gegaan en vreest dat haar broers haar zullen vermoorden vanwege haar nieuwe verschijningsvorm.
14. De rechtbank volgt dat de minister in het standpunt dat eiseres haar vrees om door haar familie vermoord te worden niet aannemelijk heeft gemaakt. Uit het nader gehoor en tijdens de zitting is gebleken dat eiseres haar broers wel eens dat soort dingen op de achtergrond heeft horen zeggen terwijl ze met haar ouders aan de telefoon was.12 Dat eiseres verklaart dat als zij contact zoekt met haar broers, zij haar blokkeren en negeren betekent niet dat zij te vrezen heeft dat zij daadwerkelijk door haar broers zal worden vermoord. Daarnaast heeft eiseres met haar ouders wel af en toe contact via videobellen. Dit betekent dat haar ouders wel op de hoogte zijn van de veranderde verschijningsvorm van eiseres. Voorts is van belang dat eiseres sinds 2001 in Nederland verblijft en dat zij eerst in 2023 asiel heeft aangevraagd. De minister werpt niet ten onrechte tegen dat dit tijdsverloop van 23 jaar afbreuk doet aan de oprechtheid en de noodzaak van de asielaanvraag. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres, terzake de door haar gestelde vrees voor haar familie, bij terugkeer geen risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Uitstel van vertrek en 3 EVRM
15. Tijdens de zitting heeft eiseres aangevoerd dat in de beschikking van de minister van 8 oktober 2024 waarbij uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw), is beslist dat er sprake was van een risico op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM.
16. De rechtbank stelt vast dat die beschikking van 8 oktober 2024 ziet op medische redenen op grond waarvan aan eiseres uitstel van vertrek is verleend. Het beoordelingskader voor een asielaanvraag verschilt van het beoordelingskader voor een zogenaamde artikel 64- aanvraag”. Uitzetting kan in verband met de medische toestand van een vreemdeling onder uitzonderlijke omstandigheden leiden tot een schending van artikel 3 EVRM maar die vreemdeling komt dan niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel.13 Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen heeft de minister de vrees voor discriminatie en de vrees voor eiseres haar familie in het kader van artikel 3 van het EVRM zorgvuldig beoordeeld.
11 Ecuador: Avalan cambio de sexo y género en documento de identidad – Centro Psico Trans Quito Ecuador. Somos un Centro de Psicología y Terapias en identidad de género para población transfemenina, transmasculino, MTF, FTM, género no conforme e intersex de Ecuador.
12 Verslag nader gehoor, pagina 18.
13 Vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1733