Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-18
ECLI:NL:RBDHA:2025:15352
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,540 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.41822
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),
en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser stelt van Ivoriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1978. Hij heeft op 25 juli 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Als tolk zijn verschenen K. Blom (fysiek) en mw. Hoogerwaard (telefonisch).
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt de vraag of de minister de asielaanvraag van eiser ongegrond heeft mogen verklaren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
5. Eiser heeft drie keer eerder een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend. Eiser heeft aan zijn derde aanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel geaard is. De minister heeft de gestelde geaardheid toen ongeloofwaardig geacht. De besluiten in eerdere procedures zijn onherroepelijk.
6. Aan zijn huidige vierde asielaanvraag legt eiser opnieuw ten grondslag dat hij homoseksueel is. Eiser stelt dat er nieuwe elementen en bevindingen zijn, namelijk dat hij inmiddels een relatie heeft met de heer [naam] 1. Eiser heeft zijn aanvraag met verschillende documenten onderbouwd, namelijk een brief van zijn partner, brieven en e- mails van bekenden van eiser en het rapport ‘Trots of schaamte? – het vervolg’ van mr. S. Jansen (het rapport).
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Homoseksuele gerichtheid.
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht en de homoseksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig geacht. Volgens de minister heeft eiser met de overgelegde documenten zijn asielmotief niet zonder meer aannemelijk gemaakt en heeft eiser zijn asielmotief ook niet aannemelijk gemaakt met zijn verklaringen. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vreemdelingenwet (Vw).
Het rapport
8. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte aan hem heeft tegengeworpen dat hij de inhoud van het rapport niet kent. Zijn gemachtigde heeft dit rapport bij zijn vierde aanvraag overgelegd, maar eiser kent de inhoud van dat rapport zelf niet. Aan hem mag niet tegengeworpen worden dat hij van de juridische aspecten van zijn procedure geen verstand heeft en de inhoud van het rapport niet kent. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht dat hij niet een inhoudelijk beroep doet op het rapport. Hij vindt alleen dat de minister ten onrechte aan hem heeft tegengeworpen dat het feit dat hij niet over de inhoud van het rapport kan verklaren, afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn homoseksuele gerichtheid.
9. De rechtbank stelt vast dat de minister de documenten die eiser heeft overgelegd bij zijn vierde asielaanvraag heeft beoordeeld, waaronder het rapport. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat het rapport niet strekt tot onderbouwing van het asielrelaas van eiser en niet bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de gestelde seksuele geaardheid van eiser. Tijdens de zitting is gebleken dat eiser het daarmee eens is, maar dat hij vindt dat de minister ten onrechte aan hem tegenwerpt dat hij de inhoud van het rapport niet kent. Anders dan eiser lijkt te veronderstellen, heeft de minister zich in het bestreden besluit niet op het standpunt gesteld dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De minister heeft zich in het besluit en het daarin ingelaste voornemen slechts op het standpunt gesteld dat het rapport niet leidt tot een ander oordeel ten aanzien van de geloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid van eiser dan in de voorgaande procedure en dat niet valt in te zien dat het rapport bijdraagt aan het beoordelen van de relatie van eiser met de heer [naam] die ten grondslag ligt aan de huidige asielaanvraag. Daarmee is eiser het eens. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Verklaringen over de relatie met [naam]
10. Eiser betoogt dat van hem niet verwacht kan worden dat hij samenhangend en aannemelijk kan verklaren over de groei in zijn bewustzijn over zijn seksuele identiteit. Van eiser kan bovendien niet veel verwacht worden ten aanzien van het consistent en logisch verklaren over zijn seksuele geaardheid. Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij analfabeet is en zeer laag opgeleid. Eiser is geen intellectueel en kan daarom niet anders dan in simpele bewoordingen vanuit zijn eigen belevingswereld verklaren over zijn relatie en geaardheid. Eiser heeft naar zijn beste vermogen verklaard, meer kan niet van hem verwacht worden. De minister heeft bij het horen en tijdens de beslissing ten onrechte geen rekening gehouden met het referentiekader en het opleidingsniveau van eiser.
1. In het vervolg wordt, omwille van duidelijkheid en uniformiteit, steeds de naam ‘ [naam] ’ gebruikt.
11. Het toetsingskader in lhbti-zaken wordt gevormd door Werkinstructie (WI) 2019/17 en rechtspraak van de hoogste rechter in asielzaken.2 Bij het horen en beslissen moet de minister rekening houden met het referentiekader van de vreemdeling, zoals bijvoorbeeld opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur en afkomst. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen wordt betrokken of de verklaringen consistent zijn en overeenkomen met wat bekend is over de algemene situatie (ten aanzien van lhbti’s) in het land van herkomst. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat iedere zaak op zijn individuele merites beoordeeld moet worden en dat – zeker bij een onderwerp als seksuele gerichtheid – niet alles te vatten is in objectief meetbare criteria.3
12. De rechtbank oordeelt dat de minister in het bestreden besluit terecht heeft overwogen dat zelfs gelet op het opleidingsniveau van eiser, verwacht mag worden dat hij over gevoelens en gedachten over zijn relatie meer zou kunnen verklaren dan hij heeft gedaan.4 Als uitgangspunt geldt dat de vreemdeling samenhangend, aannemelijk en in detail kan verklaren over zijn relatie, als onderdeel van zijn homoseksuele geaardheid. Eiser heeft slechts summier en oppervlakkig verklaard. Dat staat niet ter discussie en dat blijkt ook uit het rapport gehoor opvolgende aanvraag. Zo staat in dat rapport onder meer het volgende.5
U hebt een herhaalde aanvraag gedaan, wat ik vraag is of u in eigen woorden kan vertellen waarom u opnieuw een aanvraag hebt gedaan. Neem uw tijd. U mag daar best uitgebreid in zijn.
Ik heb een nieuwe relatie. Ik heb een vriend uit Sierra Leone, wij hebben nu een relatie met elkaar en daar wil ik over vertellen.
Daar mag u nu over vertellen.
Komt u met uw vragen, dat is alles wat ik nu kan vertellen. Alles wat u vraagt, dan ga ik antwoord geven. Ik heb nu de reden van mijn asielaanvraag verteld.
Voor de duidelijkheid, u wilt zelf niet meer vertellen over uw relatie en de redenen waarom u een herhaalde aanvraag indient?
Ja, wij houden van elkaar. Ik hou van hem en hij houdt van mij.
U hebt verteld dat uw relatie een groot aandeel vormt in de reden van uw herhaalde aanvraag. Kunt u beschrijven hoe uw relatie eruit ziet?
Wij zijn gelukkig met elkaar. Wij gaan ook samen bijna overal naartoe, we gaan voetbal kijken en naar de winkel.
Conclusie
19. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen verblijfsvergunning asiel krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.M. van de Wijdeven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 maart 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.