Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:15206
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,654 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2521
Zaaknummer: C/09/664298
Datum beschikking: 15 april 2025
Gezag en omgangsregeling c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 4 april 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een geheim adres,
advocaat: mr. C.H.C. Houben te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: eerst mr. R.J. Bouwmeester, nu mr. L. Rijsdam te Leiden.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het F9-formulier van 15 april 2024, met bijlage, van de zijde van de vader;
het F9-formulier van 19 juli 2024 van de zijde van de vader;
de brief van 7 maart 2025, met producties, van de zijde van de vader;
het verweerschrift, met bijlagen.
Op 18 maart 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018, te [geboorteplaats] .
De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
De vader heeft [de minderjarige] erkend.
De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.
De vader en de moeder zijn een ouderschapsplan overeengekomen, dat door hen op respectievelijk 28 juli 2023 en 1 augustus 2023 is ondertekend. In artikel 3 zijn zij de volgende omgangsregeling overeengekomen: “De vader zal om de week, in de even weken, omgang hebben met [de minderjarige] op zaterdag van 9:00 uur tot 17:00 uur. Daarnaast zal de vader in de oneven weken omgang hebben op zondag van 9:00 tot 12:00 uur. Tevens zal de vader [de minderjarige] iedere week op woensdag ophalen uit school en om 17:00 uur terugbrengen bij de moeder. De moeder zal binnen twee weken nadat vader over eigen woonruimte beschikt (derhalve vanaf het moment dat vader de sleutel van de woning heeft) met [de minderjarige] op bezoek komen, alvorens de omgangsregeling daar gaat plaatsvinden. Het uitgangspunt is dat de omgangsregeling op dat moment wordt uitgebreid met een overnachting. [de minderjarige] zal dan in de even weken van zaterdag 9:00 uur tot zondag 12:00 uur bij vader verblijven. Slechts in uitzonderlijke situaties kan de moeder besluiten niet in te stemmen met uitbreiding van de omgangsregeling. Bovendien geldt als uitgangspunt dat de omgang binnen zes maanden zal worden uitgebreid met een extra overnachting. Ouders zullen in onderling overleg bepalen welke dag hiervoor het meest geschikt is. De vader geeft er de voorkeur aan om deze extra overnachting op woensdag te laten plaatsvinden.De vakanties en feestdagen zullen de ouders in onderling overleg verdelen.”
Verzoek en verweer
De vader verzoekt – met wijziging in zoverre van het ouderschapsplan – :
te bepalen dat de ouders gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] worden belast;
een reguliere omgangsregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] bij de vader verblijft:
om de week, in de even weken, van zaterdag 9.00 uur tot zondag 12.00 uur;
in de oneven weken op zondag 9.00 uur tot 12.00 uur;
iedere woensdag uit school tot donderdagochtend naar school;
althans een reguliere omgangsregeling vast te stellen die de rechtbank juist acht, per datum van de te geven beschikking, althans per zodanige datum die de rechtbank juist acht;
een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader verblijft, waarbij de volgende regeling wordt aangehouden:
[de minderjarige] verblijft in de oneven jaren de eerste drie weken zomervakantie bij de vader en in de even jaren de laatste drie weken bij de vader;
[de minderjarige] verblijft in de even jaren tijdens de voorjaarsvakantie bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
[de minderjarige] verblijft in de even jaren tijdens de eerste week van de meivakantie bij de vader en in de oneven jaren tijdens de tweede week van de meivakantie bij de vader;
[de minderjarige] verblijft in de oneven jaren tijdens de herfstvakantie bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
[de minderjarige] verblijft in de even jaren de eerste week van de kerstvakantie bi de vader en in de oneven jaren verblijft Djenna de tweede week van de kerstvakantie bij de vader;
Op vaderdag verblijft [de minderjarige] bij de vader en op Moederdag verblijft [de minderjarige] bij de moeder;
in de oneven jaren verblijft [de minderjarige] op Goede Vrijdag, Koningsdag en Hemelvaartsdag bij de vader en op Tweede Paasdag, Bevrijdingsdag en Tweede Pinksterdag bij de moeder;
in de oneven jaren verblijft [de minderjarige] op Goede Vrijdag, Koningsdag en Hemelvaartsdag bij de moeder en op Tweede Paasdag, Bevrijdingsdag en Tweede Pinksterdag bij de vader;
althans een vakantieregeling vast te stellen die de rechtbank juist acht, per datum van de te geven beschikking, althans per zodanige datum die de rechtbank juist acht;
te bepalen dat de moeder de opgelegde omgangsregeling dient na te komen op straffe van een dwangsom van € 125,- per dag, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, voor iedere dag dat zij in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 10.000,-;
te bepalen dat de moeder de vader dient te informeren over het wel en wee van [de minderjarige] en wel minimaal eens per kwartaal schriftelijk of per e-mail, waarbij de vader tevens de rapporten van [de minderjarige] en verslagen van consultatiebureau/schoolarts krijgt, alsmede te bepalen dat de moeder de vader dient te raadplegen over belangrijke beslissingen die [de minderjarige] aangaan;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Gezag
Wat staat er in de wet?
In artikel 1:253c eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten. In het tweede lid van dit artikel staat dat het verzoek alleen wordt afgewezen als er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of als afwijzing anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
Standpunten van de ouders
Volgens de vader is het in het belang van [de minderjarige] dat de ouders gezamenlijk met het gezag over haar worden belast. In het ouderschapsplan zijn de ouders overeengekomen dat zij zes maanden na ondertekening van het ouderschapsplan, dus in februari 2024, met elkaar zouden overleggen over het gezamenlijk gezag. In die periode zijn de verhoudingen tussen de ouders verstard. De vader heeft het gevoel dat de moeder alle touwtjes in handen heeft en alle beslissingen over [de minderjarige] zonder overleg met hem neemt. Hoewel de communicatie tussen de ouders gebrekkig verloopt, is de vader van mening dat dit de uitvoering van het gezamenlijk gezag niet in de weg staat. De vader verwacht dat de communicatie zal verbeteren zodra er sprake is van gelijkwaardig ouderschap, en dat de discussies dan zullen afnemen. De vader vreest dat de moeder [de minderjarige] bij hem zal weghouden als zij alleen met het gezag belast blijft, zoals zij de afgelopen periode ook heeft gedaan. De vader voelt een sterke verantwoordelijkheid voor [de minderjarige] en hij wil nauw betrokken blijven in haar leven. Als hij het gezag heeft kan hij ook zelf informatie opvragen, bijvoorbeeld bij de huisarts over de lactose-allergie van [de minderjarige] .
De moeder is van mening dat er een onaanvaardbaar risico is dat [de minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders bij toewijzing van het verzoek, en dat gezamenlijk gezag niet in het belang is van [de minderjarige] . De communicatie tussen de ouders is al heel lang slecht en lijkt alleen maar verder te verslechteren. Als de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, zal dit volgens de moeder alleen maar tot meer discussies leiden. Volgens de moeder ziet de vader alles als een aanval. Bovendien is er alleen contact per e-mail mogelijk, omdat de vader haar telefonisch heeft geblokkeerd. De moeder kan de vader hierdoor in geval van nood niet bereiken. Ook voor de betrokken hulpverlening vanuit Voor ieder 1 is de vader slecht bereikbaar. De betrokken jeugdhulpverlener heeft zorgen geuit over deze wijze van handelen van de vader. Doordat de vader de lactose-allergie van [de minderjarige] niet serieus neemt, lijdt de gezondheid van [de minderjarige] hieronder. Als het de ouders lukt om normaal met elkaar te communiceren na het volgen van een ouderschapsbemiddelingstraject, is de moeder bereid om het gezamenlijk gezag te regelen. Tot die tijd zou de beslissing op dit verzoek volgens de moeder moeten worden aangehouden.
Overwegingen
Op basis van de stukken in het dossier en wat tijdens de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank gebleken dat de communicatie tussen de ouders al langere tijd niet goed verloopt. De ouders communiceren wel met elkaar, maar uit de overgelegde mailwisselingen blijkt dat de toon waarop dit gebeurt niet altijd vriendelijk is. Dat de communicatie tussen de ouders niet optimaal verloopt acht de rechtbank echter onvoldoende om het verzoek tot gezamenlijk gezag af te wijzen, mede omdat op de zitting is besproken dat de rechtbank de ouders naar een ouderschapsbemiddelingstraject zal verwijzen om aan de verbetering hiervan te werken. De rechtbank ziet geen aanleiding om de beslissing over het gezag aan te houden in afwachting van dit traject. Binnen dit traject kunnen de ouders dan direct ondersteuning krijgen in hoe zij vorm zullen geven aan de uitvoering van het gezamenlijk gezag, en daarover duidelijke afspraken maken met elkaar. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de vader ervoor zorgt dat hij telefonisch bereikbaar is voor zowel de moeder als de hulpverleningsinstantie(s). Volgens de vader is het overigens een misverstand dat hij niet bereikbaar was; hij had een nieuw telefoonnummer dat hij ook al had doorgegeven aan de moeder en de mails van Voor ieder 1 waren in de spam terecht gekomen. Inmiddels heeft hij contact gehad met Voor ieder 1. Het verschil in opvatting van de ouders over hoe moet worden omgegaan met de lactose-allergie van [de minderjarige] acht de rechtbank evenmin een reden om het verzoek tot gezamenlijk gezag af te wijzen. De vader heeft op de zitting immers toegezegd dat hij zich zal houden aan de voedingslijst die de moeder aan hem heeft doorgegeven. Vanwege ervaringen in zijn familie met psoriasis kijkt de vader er wel anders tegen aan, en zou hij graag een second opinion willen. Om meer inzicht en begrip te krijgen in de lactose-allergie van [de minderjarige] is het van belang dat de vader meer betrokken wordt bij de medische behandeling. Als de vader mede het gezag heeft over [de minderjarige] kan hij zelf medische informatie van [de minderjarige] opvragen. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder de vader hierbij nu ook meer zal betrekken.
Gelet op wat hiervoor is overwogen is de rechtbank niet gebleken van een onaanvaardbaar risico dat [de minderjarige] klem of verloren zou raken tussen de ouders of dat afwijzing anderszins in het belang [de minderjarige] noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek van de vader om hem mede met het gezag over [de minderjarige] te belasten daarom toewijzen.
Zorgregeling
Omdat de vader mede met het gezag zal worden belast, wordt gesproken over de zorgregeling in plaats van over de omgangsregeling.
Wat staat er in de wet?
De rechtbank kan op grond van artikel 1:253a in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over de zorgregeling of een door ouders onderling getroffen regeling over de zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
De rechtbank neemt een beslissing die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Bij deze beslissing moeten alle omstandigheden van het geval in acht worden genomen. Dat kan er soms ook toe leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind, ook al moet het belang van het kind een overweging van de eerste orde zijn bij de afweging van alle belangen.
Gewijzigde omstandigheden
De rechtbank moet allereerst beoordelen of sprake is van gewijzigde omstandigheden.
De vader heeft gesteld [de minderjarige] nog altijd niet bij hem is blijven overnachten, ondanks dat de ouders daarover in het ouderschapsplan afspraken hadden gemaakt. Daarnaast heeft de vader [de minderjarige] inmiddels sinds 5 januari 2025 niet meer gezien. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden ten opzichte van de situatie zoals die was ten tijde van het opmaken van het ouderschapsplan in augustus 2023 zijn gewijzigd zodat de vader kan worden ontvangen in zijn verzoek.
Standpunten van de ouders
De vader wil graag dat de regeling wordt uitgebreid met overnachtingen nu hij eigen woonruimte heeft, zoals de ouders overeen waren gekomen in het ouderschapsplan. De vader heeft zijn adres meerdere keren aan de moeder doorgegeven, zodat zij eerst met [de minderjarige] op bezoek kon komen. De moeder komt de afspraken niet na en zij stelt allerlei eisen; zo draagt [de minderjarige] een gps-horloge als zij bij de vader is en mag de vader [de minderjarige] niet per fiets vervoeren van de moeder. Naast de reguliere weken wil de vader ook graag vakanties met [de minderjarige] doorbrengen.
De moeder voert verweer. Volgens de moeder is een uitbreiding nog niet aan de orde, vanwege de zorgen die zij heeft als [de minderjarige] bij de vader verblijft. De vader neemt de lactose-allergie van [de minderjarige] niet serieus, hij blowt en heeft een vervuild huis. De vader heeft geen auto en vervoert [de minderjarige] op een onveilig fiets. [de minderjarige] heeft verder last van nachtmerries en verlatingsangst. De moeder wil ook niet dat [de minderjarige] doordeweeks bij de vader verblijft, zodat [de minderjarige] zich op school kan concentreren. De moeder wil bovendien ook een volledig weekend met [de minderjarige] kunnen doorbrengen, wat in het voorstel van de vader niet mogelijk is. Uiteindelijk staat de moeder ervoor open om middels een opbouwregeling toe te werken naar een regeling waarbij [de minderjarige] twee weekenden per maand van zaterdagochtend tot zondagavond bij de vader verblijft, maar zij wil eerst in het ouderschapsbemiddelingstraject spreken over het herstarten en uitbreiden van de regeling.
Overwegingen
Gebleken is dat de vader en [de minderjarige] elkaar sinds 5 januari 2025 niet meer hebben gezien, omdat de moeder de omgang had stopgezet nadat [de minderjarige] een heftige allergische reactie kreeg na een omgangmoment met de vader. De ouders zouden met elkaar in gesprek gaan bij Voor ieder 1 om afspraken te maken over de hervatting van de omgang en om duidelijke afspraken te maken over de lactose-allergie van [de minderjarige] . Omdat het niet eerder lukte om contact te krijgen met de vader, is dit pas recent van de grond gekomen. [de minderjarige] krijgt ook ondersteuning vanuit Voor ieder 1. Tijdens de zitting is afgesproken dat het contact tussen de vader en [de minderjarige] tot aan de beschikkingsdatum weer als volgt zal worden opgestart:
tot zaterdag 5 april 2025 zal er iedere woensdag om 17.00 uur en iedere zaterdag om 10.00 uur contact zijn tussen de vader en [de minderjarige] door middel van videobellen, waarbij de vader de moeder belt;
vanaf 5 april 2025 zal er iedere woensdag om 17.00 uur contact zijn tussen de vader en [de minderjarige] door middel van videobellen, waarbij de vader de moeder belt;
op zaterdag 5 april 2025 zal [de minderjarige] weer voor het eerst naar de vader gaan van 9.00 tot 12.00 uur;
op zondag 13 april 2025 zal [de minderjarige] bij de vader zijn van 9.00 tot 12.00 uur.
De rechtbank zal voor de periode daarna beslissen over de zorgregeling, waarbij zij ook geen aanleiding ziet om de definitieve beslissing aan te houden in afwachting van het ouderschapsbemiddelingstraject. De ouders hebben nog niet zo lang geleden, in augustus 2023, met elkaar een ouderschapsplan opgesteld waarin zij duidelijke afspraken hebben gemaakt over de opbouw van het contact tussen de vader en [de minderjarige] . De rechtbank ziet in het door de moeder gestelde geen reden waarom hiervan nu zou moeten worden afgeweken. Dat de woning van de vader vervuild is en dat hij blowt heeft de vader betwist, en heeft de moeder verder niet onderbouwd. De vader stelt dat hij inmiddels een elektrische fiets heeft met een beveiligd kinderstoeltje. Voor de zorgen over de lactose-allergie van [de minderjarige] en de verlatingsangst is hulpverlening betrokken vanuit Voor ieder 1 en zullen de ouders met elkaar verder in gesprek moeten binnen het ouderschapsbemiddelingstraject. Gelet hierop zal de rechtbank aansluiten bij wat de ouders in het ouderschapsplan hebben afgesproken.
Vanaf zaterdag 19 april 2025 zal de regeling weer gaan lopen zoals die was:
in de even weken op zaterdag van 9:00 uur tot 17:00 uur;
in de oneven weken op zondag van 9:00 tot 12:00 uur;
iedere week op woensdag uit school tot 17:00 uur.
Vanaf zaterdag 17 mei 2025 zal worden uitgebreid met één overnachting per twee weken, en geldt de volgende regeling:
in de even weken van zaterdag 9.00 uur tot zondag 12.00 uur;
iedere week op woensdag uit school tot 17:00 uur.
De rechtbank acht deze regeling het meest in het belang van [de minderjarige] , omdat zij op deze manier eens in de twee weken bij de vader kan blijven overnachten en in de andere week een volledig weekend met haar moeder kan doorbrengen. De ouders kunnen daarna in overleg met de hulpverlening kijken of die regeling kan worden uitgebreid met een tweede overnachting. Daarnaast kan worden besproken of de weekendregeling kan worden uitgebreid, in die zin dat [de minderjarige] tot zondagmiddag bij de vader verblijft zoals de moeder heeft voorgesteld.
Verder gaat de rechtbank ervan uit dat de moeder een keer langs komt bij de vader thuis voordat [de minderjarige] bij de vader zal blijven overnachten. Dit is echter geen voorwaarde voor het starten van die regeling, zoals opgenomen in het ouderschapsplan.
Ten aanzien van de vakanties en feestdagen overweegt de rechtbank als volgt. In het ouderschapsplan zijn de ouders overeengekomen dat zij de vakanties en feestdagen in onderling overleg zullen verdelen. De vader heeft nu een concrete verdeling van de vakanties en feestdagen verzocht, die neerkomt op een verdeling bij helfte. Nu de moeder op dit verzoek geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd, en de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] acht dat zij (uiteindelijk) de helft van de vakanties en feestdagen met haar vader kan doorbrengen, zal de rechtbank het verzoek van de vader toewijzen. In het verzoekschrift van de vader is echter onduidelijk welke regeling de vader voor ogen heeft ten aanzien van de zomer-, mei- en kerstvakantie. De rechtbank zal daarom niet de concrete door de vader verzochte regeling toewijzen, maar enkel bepalen dat [de minderjarige] gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader verblijft. Gelet op de huidige situatie, waarin het contact tussen de vader en [de minderjarige] wordt opgebouwd, ziet de rechtbank bovendien aanleiding om te bepalen dat de vakantieregeling geldt vanaf 1 september 2025. Dit laat onverlet dat de ouders in onderling overleg kunnen afspreken dat [de minderjarige] ook tijdens de zomervakantie extra bij de vader kan verblijven. In het ouderschapsbemiddelingstraject kunnen de ouders met elkaar verdere afspraken maken over de concrete verdeling, waarbij oog zal moeten worden gehouden voor wat [de minderjarige] aan kan.
Verwijzing naar het traject ouderschapsbemiddeling (UHA)
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling, om – in ieder geval – de onderlinge communicatie met elkaar te verbeteren en een manier te vinden waarop zij in de toekomst op een manier met elkaar kunnen communiceren zonder dat zij [de minderjarige] daarmee belasten. Zoals hiervoor is overwogen kunnen de ouders binnen dit traject ook afspraken maken met elkaar over hoe zij vorm zullen geven aan de uitoefening van het gezamenlijk gezag, en over de verdere invulling van de zorgregeling. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Dwangsom
Het verzoek van de vader om een dwangsom te verbinden aan de nakoming van de omgangsregeling zal de rechtbank afwijzen. Er zijn naar het oordeel van de rechtbank geen aanwijzingen dat de moeder de regeling nu niet zal nakomen.
Informatie- en consultatieregeling
Het verzoek van de vader om een informatie- en consultatieregeling vast te stellen zal de rechtbank ook afwijzen. De moeder heeft toegezegd dat zij de vader zal informeren, en de rechtbank gaat ervan uit dat de moeder zich hieraan zal houden. Bovendien wordt de vader mede met het gezag over [de minderjarige] belast, zodat hij informatie over [de minderjarige] nu ook zelf zal kunnen opvragen en raadplegen.
Dictum
De rechtbank – met wijziging in zoverre van het door de vader en de moeder overeengekomen ouderschapsplan, dat door hen op respectievelijk 28 juli 2023 en 1 augustus 2023 is ondertekend – :
*
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018, te [geboorteplaats] ;
*
bepaalt in het kader van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn:
vanaf zaterdag 19 april 2025:
in de even weken op zaterdag van 9:00 uur tot 17:00 uur;
in de oneven weken op zondag van 9:00 tot 12:00 uur;
iedere week op woensdag uit school tot 17:00 uur;
vanaf zaterdag 17 mei 2025:
in de even weken van zaterdag 9.00 uur tot zondag 12.00 uur;
iedere week op woensdag uit school tot 17:00 uur;
*
bepaalt dat [de minderjarige] met ingang van 1 september 2025 gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader verblijft, tussen de ouders in onderling overleg met behulp van de hulpverlening te verdelen;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] , (de vader)
wonende op een geheim adres,
en
[de moeder] , (de moeder)
wonende te [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing bij eindbeschikking zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2025.