Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:15129
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,857 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5565
Zaaknummer: C/09/670450
Datum beschikking: 8 juli 2025
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 31 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. Zennipman in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
Op 10 juni 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
De vrouw en de man zijn gehuwd op [datum] 1987 in [plaats 1] .
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
Verzoek
De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw;
toedeling aan de vrouw van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan de [adres 1] in ( [postcode] ) [plaats 2] ,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Echtscheiding
De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Verdeling
De vrouw en de man zijn met elkaar gehuwd op [datum] 1987 in [plaats 1] . Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. De vrouw en de man zijn vóór 1 januari 2018 met elkaar gehuwd, zodat gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke algehele gemeenschap van goederen bestaat. Als uitgangspunt geldt dat de huwelijksgemeenschap volgens artikel 1:100 BW bij helfte tussen de vrouw en de man wordt verdeeld.
Peildatum
Als peildatum voor de omvang van de huwelijksgemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 31 juli 2024. Voor de waardering geldt – voor zover de vrouw en de man niet anders overeenkomen – de datum van de feitelijke verdeling als peildatum.
Omvang
Volgens de vrouw behoren de volgende zaken tot de huwelijksgemeenschap:
de echtelijke woning, gelegen aan de [adres 1] in ( [postcode] ) [plaats 2] en de daarbij behorende hypothecaire geldlening;
de woning gelegen aan de [adres 2] , [stadswijk] , [plaats 3] , [land] .
Ad a) de echtelijke woning
De vrouw geeft aan dat de woning moet worden opgeknapt en verkocht. De vrouw wil onderzoeken of zij de woning kan overnemen. De man heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Daarbij zal de rechtbank ook, zoals verzocht, de man veroordelen om volledig mee te werken aan de verkoop, tekening van notariële akten en levering van de echtelijke woning. Dit ook met de gevorderde bepaling dat deze beschikking op grond van artikel 3:300 lid 2 BW zo nodig in de plaats zal treden van de desbetreffende wilsverklaringen van de man in de notariële akten.
Ad b) de woning in [land]
De vrouw geeft aan dat partijen door de echtscheiding niet in staat zijn om de woning in [land] aan te houden en dat de woning om financiële redenen moet worden verkocht. De man heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Daarbij zal de rechtbank ook, zoals verzocht, de man veroordelen om volledig mee te werken aan de verkoop, tekening van notariële akten en levering van de woning in [land] . Dit ook met de gevorderde bepaling dat deze beschikking op grond van artikel 3:300 lid 2 BW zo nodig in de plaats zal treden van de desbetreffende wilsverklaringen van de man in de notariële akten.
Voortgezet gebruik echtelijke woning
De vrouw verzoekt aan haar het voortgezet gebruik van de echtelijke woning toe te delen, totdat de woning is verkocht. Volgens de vrouw verblijft de man al enige tijd bij zijn vader. De rechtbank zal dit verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Daarbij overweegt de rechtbank dat op grond van artikel 827 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in combinatie met artikel 1:165 BW het voortgezet gebruik alleen voor de duur van zes maanden kan worden toegedeeld, zodat de rechtbank dat zal vaststellen en het verzoek van de vrouw voor het overige zal afwijzen.
Dictum
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1987 in [plaats 1] ;
*
stelt de wijze van verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
de echtelijke woning aan de [adres 1] in ( [postcode] ) [plaats 2] moet worden verkocht;
de woning gelegen aan de [adres 2] , [stadswijk] , [plaats 3] , [land] moet worden verkocht;
veroordeelt de man om zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van de overdracht van bovengenoemde woningen, binnen drie maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;
veroordeelt de man tot verlening van zijn medewerking aan tekening van de notariële akten en alle overige handelingen die nodig zijn voor de levering van bovengenoemde woningen;
bepaalt dat, bij gebreke van de medewerking van de man tot levering van bovengenoemde woningen, deze beschikking op grond van artikel 3:300 lid 2 BW zo nodig in de plaats zal treden van de wilsverklaringen van de man in de desbetreffende notariële akte(n);
*
bepaalt dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning aan de [adres 1] in ( [postcode] ) [plaats 2] en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan, voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking, onder de voorwaarde dat de vrouw deze woning op het moment van die inschrijving bewoont en aan de man uitsluitend of mede toebehoort of ten gebruike toekomt;
*
verklaart deze beschikking tot zover – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 juli 2025.