Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:15041
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,708 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2660
Zaaknummer: C/09/683271
Datum beschikking: 12 mei 2025
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 9 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.S.M. Oudijk te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.E. de Vries te Alphen aan den Rijn.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek;
het F9-bericht van de vrouw van 16 april 2025, met bijlagen;
het F9-bericht van de man van [geboortedatum 3] 2025, met bijlagen.
Op 24 april 2025 zijn buiten kantoortijd aanvullende stukken ingediend door de vrouw. Op de zitting is besproken dat de rechtbank deze stukken, mede gelet op de omvang ervan, wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing zal laten.
Op 25 april 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
Partijen zijn gehuwd op [datum] 2020 te [plaats 1] .
Uit het huwelijk zijn de volgende, nog minderjarige geboren:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] .
- Partijen zijn van rechtswege gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te
( [postcode] ) [plaats 2] , aan de [adres] ;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van
de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij de kinderen:
in de oneven weken gedurende het weekend van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man zijn;
tijdens de schoolvakanties en erkende feestdagen (inclusief Suikerfeest en Offerfeest) voor 50% bij de vrouw en voor 50% bij de man zijn, in onderling overleg tussen partijen te verdelen;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 187,-
per maand per kind (totaal: € 561,-) wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 368,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer tegen het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, de zorgregeling en de kinder- en partneralimentatie.
De man verzoekt daarnaast zelfstandig dat:
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te
( [postcode] ) [plaats 2] aan de [adres] ;
de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd;
een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van
de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij de kinderen om het weekend van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18.00 uur (inclusief warm eten) bij de vrouw verblijven, alsmede de helft van de feest- en vakantiedagen;
- voor zover de kinderen voorlopig aan de man worden toevertrouwd: vaststelling van
een door de vrouw aan de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 124,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer tegen het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, de toevertrouwing van de kinderen de zorgregeling en de kinderalimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Uitsluitend gebruik en toevertrouwing kinderen
Gelet op de nauwe, onderlinge samenhang ziet de rechtbank aanleiding om de verzoeken van partijen om het uitsluitend gebruik van de woning en het verzoek van de man om toevertrouwing van de kinderen, gezamenlijk beoordelen.
De rechtbank zal het uitsluitend gebruik van de woning toewijzen aan de vrouw. Het is duidelijk dat de huidige situatie niet langer houdbaar is vanwege de hoogoplopende ruzies en escalaties tussen de man en de vrouw. Zij leggen allebei de oorzaak van de escalaties bij de ander neer.
Vast staat dat aan de man een tijdelijk huisverbod is opgelegd. De man stelt dat dit huisverbod onterecht was. De rechtbank kan in het kader van deze procedure geen onderzoek doen naar wat zich precies heeft afgespeeld en zal daarom moeten uitgaan van het gegeven dat dit huisverbod aan de man is opgelegd. Daarnaast is gebleken dat in ieder geval in de afgelopen periode de vrouw het merendeel van de dagelijkse zorg voor kinderen op zich heeft genomen. Zij heeft haar werkplek en werktijden zoveel mogelijk aangepast aan de schoolgang van de kinderen. De man werkt in de zorg en heeft op dit moment nog onregelmatige werktijden waardoor het voor hem op korte termijn praktisch moeilijker is om de dagelijkse zorg voor de kinderen zich te nemen. De rechtbank weegt tot slot nog mee dat de vrouw – anders dan de man – een moeizame relatie heeft met haar familie en daardoor geen plek heeft tijdelijk te verblijven in de buurt van de kinderen.Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toewijzen aan de vrouw. Het verzoek van de man om toevertrouwing van de kinderen zal worden afgewezen. De rechtbank vat het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling – waarbij het overgrote deel van de zorg bij haar ligt – zo op dat zij verzoekt om toevertrouwing van de kinderen aan haar, en zal dit verzoek toewijzen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De rechtbank vindt het belangrijk dat de kinderen, mede gelet op hun jonge leeftijd, regelmatig contact hebben met de vader. Zij zal daarom een voorlopige zorgregeling vaststellen, waarbij de kinderen één weekend per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school, en daarnaast iedere week op één doordeweekse dag na schooltijd tot na het avondeten bij de vader zijn. Partijen kunnen in onderling overleg afstemmen welke dag dit zal zijn, maar als zij hier niet uit komen, is de woensdag het uitgangspunt. Daarnaast zullen de kinderen ook de helft van de vakanties en feestdagen (waaronder ook het Suiker- en Offerfeest) bij de man verblijven.
Kinderalimentatie
De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.
Ingangsdatum
Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. De rechtbank zal de kinderalimentatie vaststellen met ingang van de datum van deze beschikking, omdat partijen tot nu toe nog gezamenlijk in de woning hebben verbleven.
Behoefte
Partijen zijn het niet eens over de behoefte van de kinderen. De vrouw heeft de behoefte berekend op € 509,- per kind per maand in 2024, uitgaande van een winst uit onderneming van de man van € 72.273,-, waarbij zij, zo lijkt het, de winst uit onderneming van de man en de privé-onttrekkingen bij elkaar heeft opgeteld. Volgens de man ligt de behoefte van de kinderen lager, namelijk op € 420,- per kind per maand in 2025. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw het gestelde inkomen van de man – dat aanzienlijk hoger ligt dan de winst uit onderneming – onvoldoende heeft onderbouwd en gaat daarom uit van de door de man gestelde behoefte van € 420,- per maand per kind in 2025 (totaal: € 1.260,-).
Draagkracht van de vrouw
Partijen zijn het erover eens dat de draagkracht van de vrouw € 1.114,- per maand bedraagt, zodat de rechtbank dat zal volgen.
Draagkracht van de man
Voor de berekening van de draagkracht van de man zal de rechtbank uitgaan van de winst uit onderneming over 2024, zijnde € 42.729,-.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2025 op € 3.044,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [3.044 – (913 + 1.310)] = € 575,- per maand.
Draagkrachtvergelijking
De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.689,- per maand (€ 1.114 + € 575). Dit is voldoende om volledig in de behoefte van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] van € 1.260,- per maand te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.
Het eigen aandeel van de man bedraagt: 575 / 1.689 x 1.260 = € 429,-
Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 1.114 / 1.689 x 1.260 = € 831,-
Samen € 1.260,-
Zorgkorting
Tussen partijen is het te hanteren zorgkortingspercentage in geschil. Omdat de man gemiddeld twee dagen per week de zorg heeft voor de kinderen geldt een percentage van 25. De zorgkorting bedraagt dan € 315,- per maand (25% van € 1.260,-).
Aandeel onderhoudsplichtige
De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel. De door de man te betalen bijdrage bedraagt dan € 114,- per maand (€ 429 -/- € 315) voor de drie kinderen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot dit bedrag toewijzen en voor het overige afwijzen.
Partneralimentatie
Draagkracht van de man
In het kader van de partneralimentatie is door de man enkel verweer gevoerd ten aanzien van zijn draagkracht en niet tegen de (aanvullende) behoefte van de vrouw. De rechtbank zal daarom in het kader van deze voorlopige voorzieningen enkel de draagkracht beoordelen. Op basis van de hiervoor berekende gegevens bedraagt de draagkrachtruimte van de man € 821,- per maand. Hiervan is 60% beschikbaar voor partneralimentatie, wat neerkomt op € 493,- netto per maand. Daarop wordt het aandeel van de man in de kosten van de kinderen van € 429,- in mindering gebracht. Dat leidt ertoe dat aan de zijde van de man een draagkracht resteert voor een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw van € 99,- bruto per maand. De rechtbank zal dit bedrag vaststellen en het verzoek van de vrouw voor het overige afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats 2] aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat de minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] ;
aan de vrouw worden toevertrouwd en voorlopig bij de vader zullen zijn:
één weekend per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot maandag naar school;
één doordeweekse dag na schooltijd tot na het avondeten, in onderling overleg tussen
partijen te bepalen en – indien zij hierin niet slagen – op woensdag;
- de helft van de vakanties en feestdagen, waaronder ook Suiker- en Offerfeest;
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 114,- per maand in totaal zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van heden voorlopig een partneralimentatie van € 99,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 mei 2025.