Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-31
ECLI:NL:RBDHA:2025:15011
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,061 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.44051 (beroep) en NL24.44052 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Deniz).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
Eiser heeft op 31 oktober 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 8 november 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder. Als tolk is verschenen mevrouw K. Smit. De rechtbank merkt hierbij op dat dit ging om een tolk Frans en niet om een tolk in de voorkeurstaal van eiser (Wolof).
3. De rechtbank heeft het onderzoek na de behandeling ter zitting geschorst om eiser de gelegenheid te geven om de zitting (met een juiste tolk) na te bespreken met zijn gemachtigde en nog een schriftelijke reactie in te dienen. Dit heeft eiser gedaan. Daarna heeft de rechtbank het onderzoek – met toestemming van partijen – gesloten.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
4. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1985 en heeft de Senegalese nationaliteit. Hij legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij (campagne)werkzaamheden verrichte voor de heer [naam] , de broer van de vorige president van Senegal. Toen de ex-president nog aan de macht was, werd eisers winkel geplunderd tijdens een demonstratie. Na de verkiezingen werd eiser telefonisch en op straat bedreigd. Eiser vreest dat hij zal worden gedood bij terugkeer naar Senegal.
4.1.
Eiser heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas zijn Senegalese paspoort overgelegd.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante asielmotieven:
eisers identiteit, nationaliteit en herkomst (ook wel het eerste asielmotief); en
eisers problemen vanwege steun aan de broer van de vorige president (ook wel het tweede asielmotief).
5.1.
Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn problemen vanwege steun aan de broer van de vorige president niet. Eiser heeft het tweede asielmotief niet (volledig) met objectieve documenten onderbouwd. In de geloofwaardigheidsbeoordeling vindt verweerder dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft en vindt zij dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Dat eiser uit Senegal komt is onvoldoende om aan te nemen dat eiser een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Senegal een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Senegal is een veilig land van herkomst is en niet blijkt dat Senegal voor eiser persoonlijk niet veilig is. Gelet daarop heeft verweerder de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat heeft ze ook gedaan omdat is gebleken dat eiser niet onmiddellijk om asiel heeft gevraagd toen dat mogelijk was.
Wat vindt eiser in beroep?
6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en vindt – kort samengevat – het volgende. Eiser heeft bij zijn zienswijze foto’s overgelegd waarmee hij bewijst dat hij werkzaamheden heeft verricht voor de heer [naam] (de broer van de ex-president) en dat hij, zoals hij ook heeft verklaard, een eigen winkel had. Meer bewijzen hierover kan hij – vanwege de informele wijze van zaken doen in Senegal – niet overleggen. Over de inhoudelijke motivatie om ondersteuning te gegeven aan de campagne van [naam] is eiser in het gehoor niet bevraagd en een summiere beantwoording van de vragen kan hem – ook vanwege de omstandigheid dat hij laaggeschoold is – niet worden tegengeworpen. Over de telefonische bedreigingen stelt eiser dat hij niet kan aantonen wat de inhoud van de gesprekken was en dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij niet weet wie de bedreigers zijn of dat hij niets heeft gedaan om dit te achterhalen. Zijn telefoonnummer is tijdens de verkiezingscampagne veel door jongeren onderling gedeeld. Eiser kon geen aangifte doen van deze bedreigingen vanwege de onrust in Senegal. Over de dreigementen op straat had eiser niet de mogelijkheid zijn verklaringen daarover in de correcties en aanvullingen te verhelderen. Verder stelt eiser dat hij ook in [plaats] werd herkend (door zijn voetbalachtergrond) en daar ook niet meer veilig was, en dat Senegal op grond van verouderde informatie is aangemerkt als veilig land. Senegal is, vanwege de machtsovername en het geweld na de verkiezingen, niet veilig meer, aldus eiser.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
8. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
9. Allereerst merkt de rechtbank het volgende op. Ter zitting had eiser geen tolk tot zijn beschikking in zijn voorkeurstaal. Ter zitting is met partijen afgesproken dat – ook gelet op het feit dat de behandeling van eisers zaak om deze zelfde reden eerder al is aangehouden – de behandeling van de zaken op zitting voort te zetten en eiser de mogelijkheid te bieden na de zitting een nadere reactie te geven op hetgeen ter zitting is besproken. Bovendien heeft eisers gemachtigde ter zitting het woord voor hem gevoerd en heeft zijn gemachtigde zijn standpunten over het bestreden naar voren kunnen brengen. Gelet daarop overweegt de rechtbank, anders dan eiser in zijn nadere reactie stelt, dat er geen sprake is van een schending van eisers recht op een fair trial zoals bedoeld in artikel 6 van het EVRM.
Mocht verweerder het tweede asielmotief ongeloofwaardig vinden?
10. Verweerder heeft beoordeeld of eiser alle relevante documenten waarover hij beschikt heeft overgelegd en of er een goede reden is gegeven bij het eventueel ontbreken van relevante documenten. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor de broer van de ex-president heeft gewerkt. Uit het enkel overleggen van foto’s waarop eiser te zien is met een poster/flyer van de partij APR volgt niet dat hij voor de broer van de ex-president heeft gewerkt, nu eenieder dergelijke foto’s kan maken. Dat eiser naar eigen zeggen geen ander bewijs kan bemachtigen, maakt niet dat verweerder hiermee genoegen heeft hoeven nemen. Nu eiser stelt dat hij voor [naam] heeft gewerkt, ligt het op zijn weg om dit asielmotief aannemelijk te maken. Het betoog van eiser dat verweerder in het gehoor niet expliciet heeft gevraagd naar een inhoudelijke motivatie voor zijn werk voor de campagne van [naam] kan het voorgaande niet anders maken, nu eiser hierover wel expliciet bevraagd is. Eisers standpunt in zijn nadere reactie dat hij vanwege het bewaringsregime niet in de gelegenheid is gesteld om nadere bewijsstukken van zijn activiteiten voor [naam] op te vragen en door te sturen maakt het voorgaande ook niet anders, nu eiser eerder zelf heeft gesteld dat hij geen ander bewijs kan bemachtigen dan dat hij al eerder heeft overgelegd.
10.1.
Verweerder heeft ook beoordeeld of eisers verklaringen een samenhangend en aannemelijk geheel zijn en heeft daarbij onder meer kunnen betrekken dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven over het incident bij zijn winkel.
10.2.
Ook mocht verweerder betrekken dat eisers verklaringen over de telefonische bedreigingen vaag en summier zijn, onder meer omdat eiser geen moeite heeft gedaan om te achterhalen wie er achter deze bedreigingen zit. Zo blijkt dat eiser niet is nagegaan of iemand zijn nummer aan iemand anders heeft gegeven. Dat veel jongeren de beschikking hadden over zijn telefoonnummer maakt niet dat niet van eiser verwacht mag worden dat hij in zijn kringen vraagt of zijn telefoonnummer is doorgegeven. Bovendien heeft eiser geen verschoonbare reden gegeven waarom hij voor de bedreigingen niet naar de (hogere) autoriteiten is gestapt. De enkele verwijzing naar een artikel waaruit volgt dat er ten tijde van de verkiezingscampagnes sporadische opstoten zijn (geweest) tussen aanhangers van verschillende politieke partijen, maakt niet dat het niet voor eiser mogelijk was aangifte te doen.
10.3.
Bovendien mocht verweerder hierbij betrekken dat eiser de mogelijkheid had om zich elders in het land, zoals in [plaats] , te vestigen. Daar was het voor eiser – zoals hij zelf heeft verklaard – rustiger. De pas in beroep gedane stelling dat eiser ook in [plaats] werd herkend waardoor de situatie ook daar voor hem onveilig werd, doet aan het voorgaande niks af.
Conclusie
12. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand.
13. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
14. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vw.
Zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw.
Verslag gehoor veilig land van herkomst, p. 8 en 9.
Verslag gehoor veilig land van herkomst, p. 9.
Verslag gehoor veilig land van herkomst, p. 12.
Verslag gehoor veilig land van herkomst, p. 5.