Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:14881
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,996 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.38871
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. F.E. Mahler).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
1.1.
Eiseres heeft op 14 november 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 1 oktober 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1993 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij in Nigeria problemen heeft gehad omdat zij een lesbische vrouw is en een relatie heeft gehad met een vrouw, waar mensen in Nigeria later zijn achter gekomen. Bij terugkeer naar Nigeria vreest zij dat zij door de overheid gevangen zal worden gezet.
3.1.
Eiseres heeft ter onderbouwing van het asielrelaas een brief van het COC Midden-Nederland overgelegd.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
eiseres haar identiteit, nationaliteit en herkomst (ook wel het eerste asielmotief); en
eiseres haar seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen (ook wel het tweede asielmotief).
4.1.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig gevonden. De seksuele gerichtheid van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen heeft verweerder niet geloofwaardig gevonden. Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd die dit asielmotief (volledig) onderbouwen. In de geloofwaardigheidsbeoordeling heeft verweerder beoordeeld dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Dat eiseres uit Nigeria komt is onvoldoende om aan te nemen dat zij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat zij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiseres verwijst allereerst naar dat wat zij eerder in de procedure heeft aangevoerd en overgelegd, en verzoekt de rechtbank om dit als herhaald en ingelast te beschouwen. In aanvulling daarop voert eiseres aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, nu er gebruik is gemaakt van een tolk Igbo Delta terwijl eiseres Igbo Central spreekt. Daardoor is het bestreden besluit uitgegaan van fout vertaalde verklaringen van eiseres in het nader gehoor. Verweerder had met de gemachtigde van eiseres moeten overleggen of het gehoor doorgang kon vinden en heeft dit ten onrechte niet gedaan. Verder heeft verweerder de verklaringen van eiseres over de beleving van haar seksuele gerichtheid ten onrechte als summier en oppervlakkig aangemerkt. Eiseres heeft duidelijk verklaard wat het realisatiemoment van haar seksuele gerichtheid was. Daarnaast is het zo dat het voor eiseres vanuit haar cultuur erg moeilijk is om over haar gevoelens te praten. Eiseres heeft voldoende verklaard over haar gevoelens met betrekking tot het geheimhouden van haar seksuele gerichtheid. Ook heeft eiseres voldoende verklaard over haar relaties met [naam 1] en [naam 2] . Verweerder heeft verder ten onrechte gesteld dat eiseres wisselend en vaag verklaard heeft over het incident met [naam 2] . Zij heeft een aantal verklaringen gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen. Het is daarnaast niet duidelijk waarom het eiseres wordt aangerekend dat zij geen lhbti-organisaties kent in Nigeria. Ook is de brief die eiseres heeft overgelegd van COC Midden-Nederland ten onrechte niet in de beoordeling betrokken door verweerder en deze brief zou moeten leiden tot een ander oordeel over de seksuele geaardheid van eiseres.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
7. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
8. In de enkele verwijzing van eiseres naar wat zij eerder in de procedure heeft aangevoerd en overgelegd, ziet de rechtbank geen aanleiding om het besluit te vernietigen. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eerder in de procedure is aangevoerd, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiseres van mening is dat de motivering in het bestreden besluit onjuist is. De rechtbank gaat hierna in op de in beroep aangevoerde gronden.
Heeft verweerder het besluit onzorgvuldig voorbereid?
9. De beroepsgrond van eiseres dat verweerder onzorgvuldig gehandeld heeft met betrekking tot de tolk, slaagt niet. Hoewel verweerder heeft aangegeven dat het gebruikelijk was geweest om te overleggen met de gemachtigde van eiseres voorafgaand aan het gehoor, heeft verweerder niet onzorgvuldig gehandeld door dit na te laten. De hoormedewerker heeft veelvuldig geverifieerd of eiseres de tolk goed kon verstaan en begrijpen. Ook volgt uit het verslag van het nader gehoor dat de tolk meermaals heeft gecontroleerd of hij eiseres goed begrepen heeft. Eiseres zelf heeft ook aangegeven dat zij de tolk goed begrepen heeft en dat het gehoor doorgang kon vinden. Verweerder heeft er verder op kunnen wijzen dat uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat eiseres assertief genoeg was om te laten weten hoe zij over de tolk dacht en dat daarom niet gevolgd hoeft te worden dat eiseres niet durfde te klagen of te vragen om verduidelijking. Dat het asielrelaas onvoldoende beoordeeld kan worden aan de hand van het nader gehoor, kan de rechtbank gelet op voorgaande dus niet volgen.
Heeft verweerder de verklaringen van eiseres over het tweede asielmotief ongeloofwaardig mogen vinden?
10. Bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de lhbti-gerichtheid van eiseres dient verweerder werkinstructie 2019/17 als uitgangspunt te nemen. Volgens deze werkinstructie moet verweerder bij de beoordeling rekening houden met de omstandigheid dat het voor een vreemdeling niet mogelijk is om met sluitend bewijs aannemelijk te maken dat zij lhbti is. De enkele stelling van de vreemdeling dat zij lhbti is, is niet voldoende. Verweerder maakt een individuele afweging die onderdeel is van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig werkinstructie 2014/10, waarbij alle relevante omstandigheden van het geval worden betrokken en in onderlinge samenhang worden gewogen. Het is aan de vreemdeling om de gestelde seksuele gerichtheid tegenover verweerder aannemelijk te maken. Het bepalen van welk gewicht toekomt aan de antwoorden op de vragen die zijn gesteld over iemands seksuele gerichtheid, is sterk afhankelijk van de individuele zaak. Verweerder houdt, net als tijdens het gehoor, hierbij rekening met het referentiekader van de vreemdeling. Bij de beoordeling wordt betrokken of de verklaringen consistent zijn en overeenkomen met hetgeen bekend is over de algemene situatie (ten aanzien van lhbti’ers in het land van herkomst). Het zwaartepunt ligt bij het persoonlijke, authentieke verhaal dat een vreemdeling vertelt over en vanuit haar eigen ervaringen.
10.1.
Verweerder moet de gestelde seksuele gerichtheid in ieder geval aan de hand van de volgende vier thema’s beoordelen:
privéleven;
huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen;
contact met lhbti’ers in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie; en
discriminatie, repressie en vervolging in land van herkomst.
Conclusie
11. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen als ongegrond. Daarmee is het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Zie onder meer verslag nader gehoor, p. 9, 24, 27 en 33.
Verslag nader gehoor, p. 2, 20, 21, 26 en 32.
WI 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd 9Wi 2019/17).
WI 2014/10 Integrale geloofwaardigheidstoets; inhoudelijke beoordeling (asiel).
Verslag nader gehoor, p. 12.
WI 2019/17.
Paragraaf C1/4.3.2.3. van de Vreemdelingencirculaire (Vc); zie ook uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 15 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3460.
Bestreden besluit, p. 3.
Beoordeling
10.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de lhbti-gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig is, omdat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft daarbij de volgende omstandigheden kunnen betrekken.
10.3.
Hoewel eiseres consistent heeft verklaard over de leeftijd waarop zij zich realiseerde dat zij op vrouwen viel, heeft verweerder kunnen stellen dat zij onvoldoende inzicht heeft gegeven in hoe zij tot deze realisatie gekomen is en wat dit voor haar betekende in een samenleving waarin homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt. Dat de tolk eiseres slechts zou hebben gevraagd hoe zij zich voelde als lesbienne, zij aangaf dat ze daar tevreden mee was en de tolk haar niet heeft gevraagd naar het realisatiemoment van de seksuele gerichtheid kan de rechtbank niet volgen. Er is expliciet gevraagd naar het realisatiemoment van de seksuele gerichtheid. Dat het voor eiseres moeilijk is om over haar gevoelens te praten vanuit haar cultuur, maakt dit oordeel niet anders. Bij iemand die afkomstig is uit een land waar men lhbti-gerichtheid niet accepteert, mag verwacht worden dat sprake is van een (denk)proces waarin diegene zich onder andere voor de vraag gesteld ziet wat het betekent om anders te zijn dan de maatschappij verlangt.
10.4.
Daarnaast heeft eiseres ook over haar gestelde relaties summier verklaard. Eiseres is acht jaar samen geweest met [naam 1] en heeft ook een jarenlange relatie gehad met [naam 2] waarbij zij elkaar vier keer per week zagen. Verweerder mocht daarom van haar verwachten dat zij meer kon vertellen over deze relaties, bijvoorbeeld wat zij samen deden of waar zij over spraken. Anders dan eiseres stelt, werpt verweerder in het bestreden besluit niet slechts tegen dat de verklaringen van eiseres over de relaties alleen zien op seksuele handelingen. Verweerder heeft eiseres in het bestreden besluit naar aanleiding van de zienswijze niet meer tegengeworpen dat zij onvoldoende heeft verklaard over haar gevoelens met betrekking tot het geheimhouden van haar seksuele gerichtheid.
10.5.
Verweerder heeft eiseres ook tegen kunnen werpen dat zij wisselend verklaard heeft over het incident met [naam 2] . Zo heeft zij aan de ene kant verklaard dat zij naar buiten keek en een jongen zag, maar ook dat zij niets kon zien van de personen buiten omdat het donker was. Ook heeft zij aan de ene kant verklaard dat zij en [naam 2] hun kleding aan hadden toen de onbekende personen binnenkwamen, en aan de andere kant dat [naam 2] nog bezig was om haar kleding aan te doen. Ook heeft eiseres meerdere tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de manier waarop zij haar huis vervolgens heeft verlaten. Zo heeft zij verklaard dat zij naar buiten werd gesleept door de onbekende personen, maar ook dat zij door haar buurvrouw van de kamer werd gesleept, dat haar gevraagd werd door de onbekende personen om naar buiten te gaan maar dat zij dit weigerde en dat zij met haar buurvrouw de achterdeur uit ging. Dat eiseres bepaalde verklaringen heeft gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen, betekent niet dat verweerder deze tegenstrijdigheden niet meer mocht tegenwerpen. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht gesteld dat van eiseres verwacht mag worden dat zij een goede verklaring heeft voor de wisselende verklaringen en niet enkel haar verklaring verandert. Eiseres dient, anders dan dat zij in haar beroepsgronden stelt, wel een verklaring te geven als zij in de correcties en aanvullingen terug komt op eerdere verklaringen in het nader gehoor. In de correcties en aanvullingen is niet toegelicht wat de reden is van het terugkomen op de eerdere verklaringen. Dat het niet eenduidig verklaren over het incident zou volgen uit een verkeerde vertaling door de tolk, kan de rechtbank – gelet op hetgeen zij in rechtsoverweging 9 heeft overwogen – niet volgen.
10.6.
Tot slot heeft verweerder in het bestreden besluit de verklaring van COC Midden-Nederland, anders dan eiseres stelt, wel bij de beoordeling betrokken. Echter heeft verweerder hierover kunnen stellen dat deze verklaring op zichzelf niet voldoende is om de gestelde seksuele gerichtheid te onderbouwen. Het zwaartepunt ligt namelijk op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van eiseres. Aan deze brief had verweerder dus niet het gewicht hoeven geven zoals eiseres dat gezien had willen hebben.
10.7.
Gelet op het voorgaande, heeft verweerder een voldoende dragende motivering gegeven bij de beoordeling dat de verklaringen van eiseres over haar seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig worden geacht. De rest van de beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.