Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:14725
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,010 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6346
Zaaknummer: C/09/671960
Datum beschikking: 8 mei 2025
Gezag
Beschikking op het op 3 september 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
de brief van de moeder van 25 maart 2025.
Op 3 april 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de vader verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
[minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ;
- Bij beschikking van deze rechtbank van 30 november 2010 zijn partijen gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
- [minderjarige] woont bij de vader.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de vader verzoekt om hem voortaan alleen met het gezag over [minderjarige] te belasten.
De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na voormelde beschikking zijn gewijzigd en dat wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] is.
De moeder heeft geen (formeel) verweer gevoerd.
Beoordeling
Gezag
Ingevolge artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank leidt uit de brief die de moeder aan de rechtbank heeft gestuurd af dat zij het niet eens is met het verzoek en het gezag over [minderjarige] wil behouden. De moeder heeft aangegeven dat zij het belangrijk vindt dat zij het gezag behoudt omdat zij het allerbeste voor haar dochter wil en zij niet hoopt dat haar ook nog het gezag wordt ontnomen. De rechtbank zal het verzoek van de vader desondanks toewijzen. Door de vader is onweersproken gesteld dat hij inmiddels al een aantal jaar de zorg voor [minderjarige] alleen draagt. Aanleiding hiervoor waren zorgen in de opvoedsituatie bij de moeder, in het bijzonder huiselijk geweld door de stiefvader. [minderjarige] liet hierdoor signalen zien die erop duidden dat ze niet om kan gaan met de spanningen in de thuissituatie bij moeder. Dit heeft geresulteerd in de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en zij is vervolgens bij de vader gaan wonen. De veiligheidsafspraken voor het plaatsvinden van contact met de moeder (te weten: de afwezigheid van de stiefvader bij de contactmomenten) werden daarbij niet nageleefd. [minderjarige] weigert sindsdien contact met haar moeder. Sinds mei 2022 heeft er helemaal geen contact meer tussen hen plaatsgevonden. Volgens de vader zijn de ouders niet in staat om gezamenlijk beslissingen te nemen over [minderjarige] en is de moeder niet bij haar betrokken. [minderjarige] heeft een lange weg moeten gaan en heeft behandeling gevolgd in verband met haar somberheidsklachten. Inmiddels gaat het weer een stuk beter met [minderjarige] . Zij heeft haar behandeling afgerond en de vader ziet haar weer kind worden.
Met de vader is de rechtbank daarom van oordeel dat de juridische situatie in overeenstemming moet worden gebracht met de feitelijke situatie, waarbij de vader al lange tijd alle beslissingen over [minderjarige] alleen neemt. Het is voor de vader in de praktijk erg moeilijk om van de moeder toestemming te krijgen voor bijvoorbeeld een reis of voor de aanvraag van een identiteitsbewijs. Wijziging van het gezag is in het belang van [minderjarige] zodat, ten behoeve van [minderjarige] , voortvarend beslissingen kunnen worden genomen. De rechtbank zal de vader daarom voortaan alleen belasten met het gezag over [minderjarige] . Daarbij benadrukt de rechtbank echter wel dat dit niets verandert aan het (juridisch) ouderschap van de moeder en dat de familieband tussen de moeder en [minderjarige] zal blijven bestaan. Op het moment dat [minderjarige] eraan toe is, is daarbij mogelijk ook weer ruimte om (onder voorwaarden) het contact te herstellen.
Brief aan [minderjarige]
Tegelijkertijd met de beschikking zal de rechtbank aan [minderjarige] een brief sturen waarin de beslissing aan haar wordt uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:
Beste [minderjarige]
Op 2 april 2025 hebben wij met elkaar gesproken in de rechtbank. Ik weet nog goed dat je me vertelde dat je last hebt van een depressie. Ook zei je dat je al heel veel psychologen hebt gezien, maar dat dit bijna afgelopen is. Je vertelde ook dat je meer sociale vaardigheden leert. Daar werd ik wel een beetje door verrast, omdat ik jou heb leren kennen als iemand die heel sociaal vaardig is. Het was duidelijk dat je heel trots bent op wat je hebt bereikt de afgelopen periode. En dat mag je ook zijn, want het is heel knap.
Tijdens het gesprek heb ik je uitgelegd dat ik de volgende dag met je ouders zou spreken. Het gesprek met je ouders ging over de vraag of je vader voortaan de belangrijke beslissingen over jou alleen mag nemen. Jij hebt mij uitgelegd dat jij denkt dat dit het beste is omdat je vader voor je zorgt en jij jouw moeder al drie jaar niet hebt gezien. Ook heb je gezegd dat er in het verleden heel vervelende dingen zijn gebeurd en dat je teleurgesteld bent in je moeder.
Jij vroeg mij toen om in een brief aan jou te vertellen wat de beslissing is. Ik heb beslist dat het voor jou beste is, als jouw vader voortaan de belangrijke beslissingen alleen kan nemen. Ik heb dat beslist omdat het mij duidelijk is dat het jouw vader en moeder samen niet goed lukt om dat te doen. En om ervoor te zorgen dat jij daar geen last van hebt, is het het beste als jouw vader voortaan alleen het gezag heeft.
Ik hoop dat ik hiermee mijn beslissing aan jou heb kunnen uitleggen. Voor jouw ouders maak ik een officiële uitspraak waarin ik ook de inhoud van deze brief opneem. Zo weten jouw ouders wat ik daarover aan jou heb geschreven. Ik wens jou veel succes met alles.
De kinderrechter.
Dictum
bepaalt dat voortaan alleen aan de vader het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ;
en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 mei 2025.