Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:13857
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,110 tokens
Geschil
in de zaak naar aanleiding van het op 2 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
de gecertificeerde instelling,
hierna: LJ&R
over:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna: [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna: de moeder;
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Erkens te Den Haag.
[de vader] ,
hierna: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
[de pleegvader] en [de pleegmoeder] ,
hierna: de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Het procesverloop
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
Op 10 juli 2025 heeft de kinderrechter de zaak gecombineerd met het door de moeder aanhangig gemaakte kort geding (C/09/687075 KG ZA 25-593) ter zitting met gesloten deuren behandeld. Op de zitting zijn verschenen:
- [naam 1] en mr. R. van de Watering namens LJ&R;
- de moeder bijgestaan door haar advocaat;
- [naam 2] , de begeleider van de moeder;
- de vader;
- de pleegouders.
Feiten
De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de pleegouders.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] staan sinds 29 april 2022 onder toezicht. De rechtbank heeft bij beschikking van 29 augustus 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 25 juli 2025. Bij beschikking van 18 februari 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 25 juli 2025.
Bij beschikking van deze rechtbank van 25 november 2024 is de volgende voorlopige begeleide contactregeling vastgesteld: eenmaal per week vijf uur bij de ouders thuis, waarbij de regeling van ommekomst van een aantal maanden dient te worden uitgebreid naar acht uur per week, indien de huidige reactie van de kinderen niet wijzigt, dat wil zeggen gelijk blijft.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben op dit moment elke week acht uur (van 10.00 uur tot 18.00 uur) begeleide omgang met hun ouders bij de ouders thuis.
Verzoek en verweer
De gecertificeerde instelling verzoekt – uitvoerbaar bij voorraad – op grond van artikel 1:162b Burgerlijk Wetboek (BW) een beslissing te nemen op het onderhavige geschil, te weten het inhalen van de omgangsmomenten die niet plaats kunnen vinden tijdens de vakantie.
De ouders zijn het niet eens met het besluit van LJ&R.
Beoordeling
LJ&R heeft de pleegouders toestemming gegeven voor een vakantie met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 24 juli tot en met 19 augustus 2025. Dit betekent dat de begeleide omgang tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun ouders in de weken 31, 32 en 33 niet door kan gaan. De ouders hebben voorgesteld of de gemiste omgangsmomenten kunnen worden ingehaald en of tweemaal per week videobellen met de kinderen tijdens de vakantie mogelijk is. LJ&R heeft het besluit genomen om geen videobelmomenten met de ouders te organiseren tijdens deze vakantie en LJ&R ziet ook geen ruimte om – ter compensatie – meer omgangsmomenten in de overige vakantieweken te organiseren.
Dictum
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M. Verkerk als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 15 juli 2025.
Ingevolge artikel 807 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen deze beslissing geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet.