Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-16
ECLI:NL:RBDHA:2025:13821
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
822 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.10851
[eiseres]
, eiseres V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. Ceylan), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend tegen het besluit op bezwaar van de minister van 6 februari 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval bedraagt het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiseres op 13 maart 2025 een nota gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Op 11 april 2025 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Volgens de Track & Trace gegevens van PostNL is deze aangetekende brief op 17 april 2025 op het kantooradres van de gemachtigde van eiseres bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
zaaknummer: NL25.10851
2
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding.
16 juli 2025
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van J.B. Thépass,
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.