Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:13692
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,791 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1580
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. X.R. Schuitemaker).
Inleiding
1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1
Eiser heeft op 27 augustus 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
1.2
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 19 december 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.3
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
1.4
Verweerder heeft op de beroepsgronden gereageerd met een verweerschrift.
1.5
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, I. Abdelfattah als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1966 en de Egyptische nationaliteit te hebben. Eiser is naar eigen zeggen Egypte ontvlucht op 25 december 2016 en heeft vervolgens in Maleisië en vanaf 2017 in Zuid-Korea verbleven. In 2020 is eiser naar Duitsland gereisd en heeft daar eerst asiel aangevraagd. Na inreis in 2022 heeft eiser ook in Nederland asiel aangevraagd. Ondanks een geaccepteerde Dublinclaim, is eiser niet tijdig overgedragen aan Duitsland en is de aanvraag in de nationale procedure opgenomen.
3. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij bij terugkeer naar Egypte vreest voor vervolging vanwege politiek activisme. Na de val van president Morsi in 2013 heeft eiser demonstraties georganiseerd en aan demonstraties deelgenomen. Vanwege deze politieke activiteiten is eiser in mei 2013 en oktober 2015 gedetineerd geweest. Na zijn vrijlating in oktober 2015 is eiser weer verder gaan werken. Eiser stelt dat in oktober 2016 opnieuw gepoogd is om hem te arresteren, waaraan hij heeft weten te ontkomen. Eiser is vervolgens gevlucht en heeft Egypte in 2016 op legale wijze verlaten.
Wat heeft verweerder besloten?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst
Politieke overtuiging
Politieke activiteiten verricht in Egypte tot mei 2015;
Detentie in Egypte in 2013 en 2015;
Poging tot arrestatie in oktober 2016;
Politieke activiteiten buiten Egypte;
Problemen na vertrek uit Egypte.
4.1
Alle asielmotieven, behalve de poging tot arrestatie in 2016 en de problemen na het vertrek uit Egypte, zijn geloofwaardig geacht door verweerder.
4.2
De arrestatiepoging in 2016 is niet geloofwaardig geacht, nu eiser dit niet met stukken of samenhangende, aannemelijke verklaringen heeft kunnen onderbouwen. Verweerder heeft in dit kader tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig verklaard heeft over zijn politieke activiteiten na zijn vrijlating in 2015, dat het ongerijmd is dat eiser vrijgelaten is, terwijl uit landeninformatie blijkt dat vele sympathisanten van de moslimbroederschap werden veroordeeld in massaprocessen en dat het ongerijmd is dat eiser na zijn vrijlating zijn werk op de basisschool kon hervatten. Nu eiser, ondanks de nog lopende strafzaak, na zijn vrijlating een paspoort heeft kunnen aanvragen en legaal is uitgereisd, acht verweerder het niet aannemelijk dat eiser in de negatieve aandacht van de Egyptische autoriteiten heeft gestaan die leidde tot de poging tot arrestatie in 2016.
4.3
Ook de problemen na het vertrek uit Egypte zijn niet geloofwaardig geacht door verweerder. Zo zijn de huiszoekingen en het bezoek van de officier bij de echtgenote van eiser niet met documenten of andere bewijsmiddelen aannemelijk gemaakt. Niet valt in te zien dat dit voorval niet nader onderbouwd kan worden, terwijl de advocaat van eiser in Egypte wel informatie kon verkrijgen over de strafdetentie. In dit kader heeft verweerder ook tegengeworpen dat eiser legaal heeft kunnen uitreizen, dat niet aannemelijk is dat de autoriteiten op de hoogte zijn van eisers politieke activiteiten buiten Egypte en dat ook niet anderszins gebleken is van negatieve aandacht voor eiser.
4.4
In het bestreden besluit heeft verweerder geconcludeerd dat eiser niet onder het risicoprofiel ‘politieke opposanten/activisten’ valt en dat zijn persoonlijke omstandigheden niet maken dat eiser op grond van de geloofwaardig geachte elementen gegronde vrees voor vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag aannemelijk heeft gemaakt. Ook een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 EVRM is hiermee niet aannemelijk gemaakt volgens verweerder. De asielaanvraag is afgewezen als ongegrond en aan eiser is bij het bestreden besluit ook een terugkeerbesluit gericht op vertrek naar Egypte met een vertrektermijn van vier weken opgelegd.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met bestreden besluit en heeft in beroep ten eerste aangevoerd dat de poging tot arrestatie in 2016 ten onrechte ongeloofwaardig is geacht. Anders dan verweerder meent, heeft eiser niet tegenstrijdig verklaard over zijn politieke activiteiten na 2015 en heeft hij juist verklaard dat hij niet fysiek actief was, maar enkel online via Facebook en Whatsapp. Daarbij acht verweerder geloofwaardig dat eiser sinds 2013 twee keer gedetineerd is geweest vanwege zijn politieke overtuiging. Reeds daarom is ook al aannemelijk dat eiser in negatieve aandacht van de autoriteiten stond en risico liep op arrestatie. Ook heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat het niet aannemelijk is dat eiser is vrijgelaten, terwijl er veroordelingen van andere politieke tegenstanders in massaprocessen plaatsvonden. Eiser heeft met documenten onderbouwd dat hij op borgtocht vrijgelaten is uit de voorlopige hechtenis, terwijl zijn strafzaak nog doorloopt. Eiser wijst in dit kader op het algemeen ambtsbericht, het rapport van Human Rights Watch en het artikel van Amnesty International over [naam] , die 7 jaar na zijn vrijlating op borgtocht alsnog veroordeeld werd vanwege zijn politieke activiteiten. Bovendien is schorsing van de voorlopige hechtenis, terwijl de strafzaak nog doorloopt, ook in Nederland mogelijk. Ook is ten onrechte tegengeworpen dat de arrestatie van eiser niet tijdens zijn werk heeft plaatsgevonden en dat eiser in 2016 legaal heeft kunnen uitreizen.
5.1
Ten aanzien van de problemen na het vertrek uit Egypte heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat eiser de huiszoeking niet met documenten heeft kunnen onderbouwen, nu uit landeninformatie blijkt dat arrestaties en huiszoekingen zonder huiszoekingsbevel plaatsvinden en de Egyptische autoriteiten zich daarbij in toenemende mate richten op activisten in ballingschap en hun achterblijvende familieleden in Egypte. Dat de advocaat van eiser in Egypte geen stukken heeft kunnen overleggen van de huiszoeking is dan ook verklaarbaar. Ook de conclusie van verweerder dat niet aannemelijk is dat de autoriteiten op de hoogte zijn van de politieke activiteiten van eiser wordt niet gevolgd, nu eiser verschillende mediaoptredens heeft gehad op bekende oppositiekanalen, deze ook heeft onderbouwd en nu uit landeninformatie volgt dat er online monitoring van politieke opposanten in het buitenland plaatsvind door de Egyptische autoriteiten.
5.2
Gelet op al het voorgaande heeft verweerder ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging aannemelijk heeft gemaakt.
Wat zijn de standpunten van partijen ter zitting?
6. Ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat in de bestreden besluitvorming ten onrechte geconcludeerd is dat eiser niet onder het risicoprofiel ‘politieke opposanten /activisten, die significante kritiek hebben geuit op de autoriteiten of het regeringsbeleid’ valt, als beschreven in het geldende landenbeleid voor Egypte. Verweerder heeft deze tegenwerping laten vallen en geconcludeerd dat, ondanks het gegeven dat eiser wél onder het risicoprofiel valt, eiser onvoldoende op individuele gronden aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege dit risicoprofiel gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer.
Conclusie
8. Het beroep is gegrond. De rechtbank ziet geen mogelijkheden voor finale geschilbeslechting en zal het bestreden besluit in zijn volledigheid vernietigen en verweerder opdragen om opnieuw te beslissen op de asielaanvraag van eiser. In het opnieuw te nemen besluit op de asielaanvraag zal verweerder op basis van alle in het dossier beschikbare informatie een deugdelijk gemotiveerde herbeoordeling moeten maken over de geloofwaardigheid en de zwaarwegendheid van het asielrelaas van eiser.
9. Er bestaat in dit geval aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen. De rechtbank stelt dit bedrag op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht 2025 vast op € 1.814,- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, waarde van €907,- per punt, wegingsfactor 1). Verweerder dient dit bedrag te betalen aan de gemachtigde van eiser.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van €1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Deze verzenddatum ziet u hierboven vermeld staan.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Algemeen Ambtsbericht Egypte 2021, pagina 44.
Algemeen Ambtsbericht Egypte 2021, pagina 110.