Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:13144
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,636 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1870
Zaaknummer: C/09/681794
Datum beschikking: 17 april 2025
Gezagsuitoefening/paspoortwet
Beschikking op het op 10 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Polat te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
met een bij de rechtbank bekend briefadres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 3 april 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de moeder verschenen, bijgestaan door haar advocaat.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2003 tot [datum 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2] ;
- Partijen zijn ook de ouders van een inmiddels meerderjarig kind:
[jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2004 te [geboorteplaats 3] , [geboorteland] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen uit.
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a van het Burgerlijk Wetboek (BW) een ouderschapsplan opgesteld, waarin zij:
een zorgregeling zijn overeengekomen waarbij de kinderen iedere zaterdag en zondag 12.00 uur tot 17.00 contact hebben met de vader;
een verdeling van de vakanties zijn overeengekomen, waarbij deze bij helfte tussen de ouders worden verdeeld.
- De vader en de moeder hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a BW verzocht:
toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Frankrijk te reizen in de periode 21 april 2025 tot en met 4 mei 2025;
toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, voor de aanvraag van een paspoort ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de moeder.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders, of een van hen, aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Ten aanzien van de paspoorten geldt dat ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet dat bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd moet worden van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Beoordeling
De moeder verzoekt om vervangende toestemming voor een reis met de kinderen naar Frankrijk in de meivakantie. Zij verzoekt ook vervangende toestemming om nieuwe paspoorten aan te vragen voor de kinderen, omdat deze bijna zijn verlopen. De moeder heeft al geruime tijd geen contact met de vader. Hoewel op de zitting is gebleken dat hij mogelijk weer in Nederland verblijft, weet zij niet hoe zij hem kan bereiken. Zij heeft daarom inmiddels ook een verzoek tot eenhoofdig gezag ingediend bij de rechtbank.
Omdat de vader niet op de zitting is verschenen, heeft de rechtbank geen vergelijk tussen de ouders kunnen beproeven. De rechtbank zal daarom de verzoeken van de moeder beoordelen.
Vaststaat dat de moeder geen toestemming voor de vakantie en de aanvraag van paspoorten heeft kunnen verkrijgen, omdat zij de vader niet kan bereiken. Hierdoor is de daarvoor noodzakelijke toestemming niet verleend. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij met hun moeder op vakantie kunnen gaan naar Frankrijk en dat zij beschikken over geldige reisdocumenten. Bovendien heeft de vader geen verweer gevoerd. De rechtbank zal de verzoeken van de moeder daarom toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de vader vervangt – om met de minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2] ;
in de periode van 21 april 2025 tot en met 4 mei 2025 naar Frankrijk te reizen;
verleent aan de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, ten behoeve van de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 april 2025.