Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:12996
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,217 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28342
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Met het besluit van 25 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2002 en de Turkse nationaliteit te hebben. Op 1 mei 2025 heeft eiser een asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 27 december 2023 al in Zwitserland om internationale bescherming heeft verzocht. Verweerder heeft op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening de Zwitserse autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen. De Zwitserse autoriteiten hebben dit verzoek op 4 juni 2025 geaccepteerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Zwitserland vast staat.
3. Eiser kan zich niet vinden in het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij vreest niet in aanmerking te komen voor de opvang, voorzieningen en toegang tot de asielprocedure en direct te worden uitgezet naar Turkije.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Zwitserland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. In zijn algemeenheid mag verweerder ten aanzien van Zwitserland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is bevestigd in de uitspraak van de Afdeling van 24 januari 2025. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser is hier niet in geslaagd.
5. Eiser heeft zijn stellingen dat hij geen toegang zal krijgen tot de asielprocedure en de (opvang-) voorzieningen niet onderbouwd. Hij heeft bovendien zelf verklaard dat hij tijdens zijn eerdere asielprocedure in Zwitserland gedurende twee jaar wel opvang kreeg en dat hij de eerdere afwijzende beslissing heeft kunnen aanvechten met hulp van een advocaat. Verder hebben de Zwitserse autoriteiten met het claimakkoord gegarandeerd dat ze eisers aanvraag in behandeling zullen nemen met inachtneming van de Europese richtlijnen. Het ligt op de weg van eiser om in Zwitserland te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties, als hij vindt dat Zwitserland zijn verplichtingen niet nakomt. Niet is gebleken dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is.
6. De rechtbank stelt voorop dat zij niet het risico op (indirect) refoulement mag onderzoeken als verweerder van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dat volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023. Gelet hierop treft de beroepsgrond dat hij bij terugkeer naar Zwitserland vreest te worden uitgezet naar Turkije geen doel.
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser kan worden overgedragen aan Zwitserland. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.
Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verordening (EU) 604/2013.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State,
ECLI:NL:RVS:2025:265.
Dublingehoor 18 mei 2025, p. 5 en 6.
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023, zaken C228/21, C254/21, C297/21, C315/21 en C328/21, ECLI:EU:C:2023:934, punt 140-142.