Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-10
ECLI:NL:RBDHA:2025:12220
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,428 tokens
Inleiding
RECHTBANK
DEN HAAG
Kantonrechter, zittingsplaats 's-Gravenhage
CB/c
Rolnummer: 11038893 / RL EXPL 24 - 7366
29 april 2025 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
, wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. A.Y. Lai (Aviclaim),
tegen
de besloten vennootschap TUI Airlines Nederland B.V.,
(statutair) gevestigd te Rijswijk,gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigde: mevr. mr. M. Lustenhouwer (AKD).
1Het procesverloop
1.1
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
de dagvaarding van 26 maart 2024 met vijf producties (nrs. 1 tot en met 5);
de conclusie van antwoord van 29 mei 2024 met twee producties (nrs. 6 en 7);
de conclusie van repliek van 12 november 2024 met een productie (nr. 6);
de conclusie van dupliek van 1 april 2025;
1.2
Bij brief van 1 april 2025 heeft de griffie van de rechtbank partijen op de hoogte gesteld dat de kantonrechter op 27 mei 2025 vonnis zou wijzen. Partijen hebben zich daarop niet gemeld met het verzoek tot het houden van een mondelinge behandeling, zodat op basis van de gewisselde processtukken vonnis zal worden gewezen. Niettemin wordt het vonnis heden bij vervroeging uitgesproken.
Feiten
2.1
[eiseres] en haar (ten tijde van de vlucht) minderjarige kind van jonger dan twee jaar [minderjarige] hebben op 3 juli 2022 een vlucht gemaakt met TUI-vluchtnummer [vluchtnummer] van Amsterdam-Schiphol Airport naar Aeropuerto Hato (Curaçao). Voor deze vlucht heeft [eiseres] een prijs betaald van € 427,08 voor haarzelf en een medepassagier (exclusief luchthavenbelasting, extra ruimbagage en boekingskosten) en een bedrag van € 60,00 als ‘Toeslag baby’ voor de minderjarige.
2.2
Deze vlucht is met een vertraging van 4:02 uur uitgevoerd.
2.3
Voor de vertraging heeft [eiseres] een vergoeding van TUI ontvangen. Zij heeft ook een vergoeding gevraagd voor de minderjarige, maar TUI heeft deze geweigerd te betalen.
2.4
[eiseres] heeft de vordering van haar minderjarige kind aan zichzelf gecedeerd.
3De vordering
3.1
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (I) TUI te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 600,00 te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW, te rekenen vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (II.) TUI te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 90,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten te rekenen vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (III.) TUI te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de betekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; (IV.) TUI te veroordelen in de nakosten van het te wijzen vonnis.
3.2
Aan haar vordering legt [eiseres] ten grondslag dat zij ten onrechte geen vergoeding voor vertraging heeft ontvangen met betrekking tot de vertraagde vlucht met vluchtnummer [vluchtnummer] van Amsterdam-Schiphol Airport naar Aeropuerto Hato (Curaçao) op 3 juli 2022 voor haar minderjarige kind [minderjarige] . Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) en (onder meer) de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 december 2008 (C-549/07, Wallentin-Hermann-arrest), van 19 november 2009 (C-402/07, Sturgeon-arrest) recht geven op een vergoeding van € 600,00 per persoon in verband met de vertraging van een vlucht. Ook een minderjarig kind van jonger dan twee jaar heeft recht op deze vergoeding.
4Het verweer
4.1
TUI voert gemotiveerd verweer tegen de vordering van [eiseres] . Het verweer komt erop neer dat de minderjarige gratis heeft meegevlogen met [eiseres] en dat de Verordening op grond van artikel 3 lid 3 niet geldt voor passagiers die gratis of tegen een gereduceerd tarief vliegen, dat niet voor het publiek toegankelijk is.
Beoordeling
5.1
Waar het in deze procedure in de kern om gaat is of [eiseres] (ook) recht heeft op een vertragingsvergoeding voor hun ten tijde van de vlucht minderjarige kind.
5.2
De standpunten van [eiseres] enerzijds en TUI anderzijds liggen in die zin uiteen dat [eiseres] stellen dat een bedrag van € 60,00 is betaald voor de minderjarige en dat deze daarmee dus niet gratis heeft gevlogen, terwijl TUI stelt dat dat bedrag ziet op administratiekosten en af te dragen belastingen en niet op de prijs van een ticket voor de minderjarige.
5.3
Naar het oordeel van de kantonrechter geeft de vermelding op de boekingsbevestiging van TUI van 27 februari 2022 (productie 2 bij dagvaarding):
Toeslag baby 1x € 60,00 € 60,00,
voldoende aanknopingspunten voor de beantwoording van de vraag of daarmee (ook) voor het vliegticket van de baby is betaald. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt.
5.4
Anders dan in het door TUI in haar conclusie van dupliek genoemde geschil (zaaknummer: 10650674 RL EXPL 23 – 13110), waarin op 7 januari 2025 eveneens op een vordering terzake van een minderjarige baby is beslist, is in het voorliggende geval geen sprake van een pakketreis, waarbij voor de minderjarige een ‘basis reissom’ was betaald voor de gehele pakketreis van de minderjarige. In die procedure was doorslaggevend dat het bedrag van € 60,00 niet toe te schrijven was aan (alleen) het gedeelte van de pakketreis dat ziet op de vlucht.
5.5
Dat ligt in dit geschil anders. In dit geschil is geen sprake van een pakketreis, maar van enkel (een boeking voor) een retourvlucht voor drie personen, waarvan er één ten tijde van de vlucht jonger was dan twee jaar, van Amsterdam naar Curaçao en vice versa. Hetgeen voor de drie personen is betaald is daarmee ook rechtsreeks toe te schrijven aan de kosten van het vervoer, oftewel de kosten van het ticket. Uit de boekingsbevestiging blijkt dat de vluchtkosten voor de twee volwassenen voor de heenvlucht € 213,54 per persoon bedroegen en de kosten van de minderjarige € 60,00. Dat op de boekingsbevestiging deze kosten staan vermeld als ‘Toeslag baby’ maakt niet dat daaruit valt af te leiden dat de minderjarige gratis heeft gereisd.
5.6
TUI heeft nog aangevoerd dat het bedrag van € 60,00 betrekking heeft op luchthavenbelasting en af te dragen belastingen. Dat verweer is echter niet aannemelijk, omdat op de boekingsbevestiging de luchthavenbelasting en de boekingskosten afzonderlijk en na de prijzen voor de tickets staan vermeld. Daaruit volgt dat de ticketprijzen exclusief deze kosten zijn en dat geldt ook voor de ‘Toeslag baby’. Indien de ‘Toeslag baby’ zou zien op belastingen en kosten in verband met het vervoer van de minderjarige, dan had TUI dat als zodanig op de boekingsbevestiging moeten vermelden.
5.7
Voor zover TUI nog heeft aangevoerd dat de minderjarige geen recht had op een eigen stoel, passeert de kantonrechter dat verweer. Reizigers kunnen ervoor kiezen om voor een baby een eigen stoel te boeken of om de baby tijdens de vlucht op schoot te nemen. Dat [eiseres] er in dit geval er – kennelijk – voor heeft gekozen om de baby op schoot te nemen, maakt niet dat de baby per definitie gratis heeft gevlogen.
5.8
Dit alles maakt dat [eiseres] in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat de baby niet gratis heeft gevlogen en TUI heeft een en ander in onvoldoende mate weerlegd. Als gevolg daarvan zal de vordering van [eiseres] worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten van € 90,00. [eiseres] heeft voldoende onderbouwd dat – via Aviclaim – getracht is het geschil buiten rechte te regelen.
5.9
Als de in het ongelijk gestelde partij zal TUI worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , alsmede in de nakosten als na te melden.
Dictum
De kantonrechter:
- veroordeelt TUI om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 690,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 600,00 vanaf 3 juli 2022 en over een bedrag van € 90,00 vanaf de dag van de dagvaarding, alles tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt TUI in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , begroot op een bedrag van € 691,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als TUI niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 april 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.