Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:11902
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
631 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.10290 en NL24.10292
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster] en [verzoeker] ,
V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer]
tezamen: verzoekers (gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, de minister (gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).
Procesverloop
Bij besluiten van 1 maart 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de bodemzaken NL24.10289 en NL24.10291, op 3 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, L. Harutyunyan als tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Verzoekers hebben de Colombiaanse nationaliteit en zijn geboren op [geboortedatum] 2000 (verzoekster) respectievelijk [geboortedatum] 2003 (verzoeker).
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.10289 en NL24.10291, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoekers. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1 Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 juni 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.