Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:11820
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,054 tokens
Inleiding
rolbeslissing
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/686862 / HA ZA 25-533
Rolbeslissing van 25 juni 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. H.J. Hagemans te Amsterdam,
tegen
1HOLLANDSCHE VASTGOED EN INVESTERINGS GROEP B.V. te Den Haag,
2. [gedaagde sub 2] B.V. te [vestigingsplaats 2] ,
3. [gedaagde sub 3] zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
gedaagden,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaardingen van 6 en 7 maart 2025, met producties, tegen de eerste rolzitting van 18 juni 2025.
Beoordeling
2.1.
Beoordeeld moet worden of de betekening en kennisgeving van de dagvaarding aan gedaagden op zodanige wijze is geschied dat de rechtbank nu verstek kan verlenen.
ten aanzien van alle gedaagden
2.2. De rechtbank constateert dat zowel de aan gedaagden 1 en 2 betekende dagvaarding als de aan gedaagde 3 betekende dagvaarding niet voldoet aan artikel 111 lid 2 onder m Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), nu de exploten niet vermelden de in artikel 21 Rv genoemde verplichting en de in artikel 149 Rv genoemde rechtsgevolgen die intreden indien de in de dagvaarding gestelde feiten en rechten door de gedaagde niet (voldoende) worden betwist. Een en ander zoals verplicht sinds de inwerkingtreding van het nieuwe bewijsrecht per 1 januari jl. Dit nietigheidsgebrek maakt dat thans geen verstek tegen gedaagden kan worden verleend (artikel 121 lid 1 Rv). Op grond van artikel 121 lid 2 Rv bepaalt de rechtbank een nieuwe roldatum op 1 oktober 2025 welke door eiseres bij exploot aan gedaagden moet worden aangezegd op kosten van eiseres. Gelet op de gestelde onbekende woon- of verblijfsplaats van gedaagde 3, waarover hierna meer, is voor de nieuwe roldatum aangesloten bij de in artikel 115 lid 2 Rv genoemde (lange) dagvaardingstermijn van ten minste 3 maanden.
verder ten aanzien van gedaagde 3
2.3.
Eiseres heeft gedaagde 3 opgeroepen op de wijze zoals voorgeschreven in artikel 54 lid 2 Rv. Deze wijze van betekening geldt als laatste redmiddel, nu de kans dat het exploot de beoogde ontvanger via deze wijze van betekening ter kennis komt zeer klein is, terwijl de bepalingen in de zesde afdeling van boek 1, titel 1 Rv tot doel hebben dat het te betekenen exploot de boogde ontvanger daadwerkelijk ter kennis komt. Op een eisende partij rust dan ook een onderzoeksplicht om bij onbekendheid van een adres van gedaagde partij nadere maatregelen te nemen om het adres te achterhalen.
2.4.
Uit de dagvaarding blijkt niet dat – behoudens een controle van het Rijksregister van België, alwaar gedaagde 3 eerder verbleef – dit onderzoek is verricht en welke maatregelen eiseres heeft genomen om het werkelijk verblijf van gedaagde 3 te achterhalen, bijvoorbeeld via een bij eiseres bekend e-mailadres en/of telefoonnummer van gedaagde 3. Ook is niet gebleken dat onderzocht is of de dagvaarding op de in het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel genoemde adres van gedaagden 1 en 2, waarvan gedaagde 3 (middellijk) bestuurder is, kan worden betekend. Eiseres wordt verzocht een en ander nader toe te lichten bij akte.
Dictum
De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2025;
3.2.
stelt eiseres in de gelegenheid om:
de dagvaarding ten aanzien van alle gedaagden bij herstelexploot uit te brengen met aanzegging van de hiervoor vermelde roldatum;
een akte zoals bedoeld onder 2.4 te nemen;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.
type: 1486
coll: 3033