Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-02
ECLI:NL:RBDHA:2025:11641
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
457 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18200
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. K. Nuninga).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 27 maart 2025 afgewezen.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.18199, op
2 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.18199, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.