Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-10
ECLI:NL:RBDHA:2025:10912
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
5,397 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:10912 text/xml public 2026-04-09T08:02:07 2025-06-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-02-10 09/173435-24 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:10912 text/html public 2026-04-09T08:01:27 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:10912 Rechtbank Den Haag , 10-02-2025 / 09/173435-24 Aanwezig hebben 3.758 flessen lachgas. Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/173435-24 Datum uitspraak: 10 februari 2025 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , [adres 1] 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 27 januari 2025. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.F. Baas en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. J.S. Jordan naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 27 januari 2025 – ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 10 augustus 2023, althans in of omstreeks het jaar 2023, te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 3.758 flessen bevattende (in totaal) 2311 kilogram, althans enige hoeveelheid, distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: een of meer (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 10 augustus 2023, althans in of omstreeks het jaar 2023, te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig hebben gehad 3.758 flessen bevattende (in totaal) 2311 kilogram, althans enige hoeveelheid, distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 augustus 2023, althans in of omstreeks het jaar 2023 in Nootdorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest of opzettelijk gelegenheid of middelen heeft verschaft door een (gedeelte van een) bedrijfsruimte aan deze persoon/personen ter beschikking te stellen; 2. hij op of omstreeks 10 augustus 2023, althans in of omstreeks het jaar 2023, te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,3 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: een of meer (onbekend gebleven) personen op of omstreeks 10 augustus 2023, althans in of omstreeks het jaar 2023, te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,3 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 augustus 2023, althans in of omstreeks het jaar 2023 in Nootdorp en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest of opzettelijk gelegenheid of middelen heeft verschaft door een (gedeelte van een) bedrijfsruimte aan deze persoon/personen ter beschikking te stellen; 3. hij op of omstreeks 10 augustus 2023, althans in of omstreeks het jaar 2023 te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten: - 100 kilogram ethylester van PMK-Glycidezuur voorhanden heeft gehad en/of - 49 kilogram siliciumdioxide (met daarin 1,3 kilogram cocaïne, althans enige hoeveelheid cocaïne) voorhanden heeft gehad en/of - een (gedeelte van een) bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] en/of een of meer sleutels van dat pand. 3 De bewijsbeslissing 3.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten. 3.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Op specifieke verweren gaat de rechtbank hierna in, voor zover dat nodig is. 3.3. Vrijspraak van de feiten 2 en 3 De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen. In het door de verdachte gehuurde pand aan de [adres 2] zijn vijf dozen met daarin steeds een vacuümzak aangetroffen. In deze vacuümzakken zat telkens een plastic zak met daarin een poedersubstantie. Uit de verpakkingen kon de aard van de stof niet worden afgeleid. Na onderzoek bleek dat deze substantie de ethylester van PMK-glycidezuur bevatte. PMK-glycidezuur is een precursor die wordt gebruikt bij de productie van MDMA. Ook is een bouwafvalzak aangetroffen met daarin een plastic zak die was afgedicht met een tie-wrap. In deze zak bevond zich een poedersubstantie met een gewicht van 49,9 kilogram. Na onderzoek bleek dat deze substantie vooral uit siliciumdioxide, de belangrijkste component van zand, bestond en dat zij ook een lage concentratie (circa 2,6%) cocaïne bevatte. De verdachte heeft als huurder van het pand kunnen beschikken over deze middelen. De rechtbank is echter van oordeel dat uit het dossier niet zonder meer blijkt dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het aanwezig hebben van de cocaïne, die in feite was vermengd met ruim 48 kilo zand en niet als zodanig zichtbaar was. Evenmin blijkt uit het dossier dat hij enige kennis had van de aard en de verwerkingsmogelijkheden van de ethylester van PMK-glycidezuur, noch van door zand vermengde cocaïne. Daarom is niet bewezen dat de verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat die middelen bestemd waren tot het plegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van de onder 2 primair en subsidiair en onder 3 ten laste gelegde feiten. 3.4. Gebruikte bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en).
Volledig
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2023246557, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 87). 1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 27 januari 2025, voor zover inhoudende: Ik huur het pand aan de [adres 2] sinds 1 april 2023. 2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 11 augustus 2023, voor zover inhoudende (p. 9-11): Op 9 augustus 2023 kwam er bij de politie een MMA melding binnen. De inhoud van deze melding was als volgt: In het bedrijfspand aan de [adres 2] staan meerdere pallets met lachgas tanks opgeslagen. Af en toe komen er verschillende auto´s, waarbij er een doos met lachgas tanks wordt ingeladen. De eigenaar van dat bedrijf is volgens de gegevens in de kamer van koophandel, [verdachte] , [geboortedatum] 1984. In verband met bovenstaande informatie werd door mij een nader onderzoek ingesteld, waarbij ik op 10 augustus 2023 samen met de collega´s op grond van de Opiumwet ben binnengetreden in het genoemde pand. Alvorens wij het bedrijfspand betraden, zag ik dat de ramen van het pand waren beplakt met folie. Een hoekje van de folie was echter omgevouwen, waardoor ik binnen dozen kon zien staan met de opdruk die duidde op lachgas. In het pand troffen wij een grote hoeveelheid lachgas aan. Er stonden in het pand acht houten pallets met daarop dozen met nieuwe lachgasflessen. Tevens stonden er losse dozen met daarin lachgasflessen. 3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 augustus 2023, voor zover inhoudende (p. 16-17): Ik verklaar dat het hier gaat om lachgas, dit wist ik vast te stellen op de volgende wijze: ik keek van buiten het pand door het raam naar binnen. Ik kon door het raam kijken op een plek waar de raamfolie los had gelaten. Ik zag een pallet staan met daarop gestapeld witte dozen. Ik las daarop de volgende tekst: "UN1070 E942 NITROUS OXIDE". Ik zag dat het UN-nummer 1070 betreft. Het UN-nummer is het nummer dat de stof identificeert volgens een internationaal systeem. UN1070 staat voor distikstof(mono)oxide, voorheen stikstofoxidule, in de volksmond ook wel lachgas genoemd. 4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 augustus 2023, voor zover inhoudende (p. 18-19): Ik heb samen met collega's de telling uitgevoerd van de lachgascilinders. Per pallet hebben we 1 of 2 dozen opengemaakt om te controleren hoeveel cilinders er in de doos zaten. Ik zag dat elke doos die wij controleerden 6 cilinders bevatte. De telling hebben we met 4 collega's gedaan waarbij een ieder elkaar controleerde. Hierdoor hebben we in totaal in het pand 3758 cilinders geteld. Tussentijds zijn hoeveelheden opgeschreven, aan het einde van de rit hebben we deze aantallen per pallet bij elkaar opgeteld middels een rekenmachine en daarmee kwamen wij op het aantal van 3758 stuks (468+504+576+336+504+504+594+270+2 enkele=3758). Alle cilinders in het pand hadden dezelfde inhoud van 615 gram. Dat betekent een totaal van 2311 kilo en 170 gram. 3.5. Bewijsoverwegingen Rechtmatigheid binnentreden De raadsman heeft betoogd dat het binnentreden in het pand onrechtmatig was en dat hetgeen in het pand is aangetroffen daarom van het bewijs moet worden uitgesloten. Volgens de raadsman was er op basis van de melding geen concrete verdenking en is het erg onaannemelijk dat verbalisanten vanaf buiten de lachgasflessen hebben zien staan nu deze flessen zich in gesloten dozen bevonden. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de politie op 9 augustus 2023 een melding via Meld Misdaad Anoniem (MMA) heeft ontvangen. De melder verklaart dat in het pand aan de [adres 2] meerdere pallets met lachgastanks staan en dat er verschillende auto’s langskomen om dozen met lachgastanks in te laden. Na onderzoek door de politie bleek dat de verdachte de huurder was van dit pand. Op 10 augustus 2023 zijn de verbalisanten naar het pand gegaan. Twee verbalisanten verklaren dat zij door een raam naar binnen keken en dat zij pallets zagen met daarop dozen die, op basis van hun uiterlijke kenmerken, duidden op lachgasflessen. Mede gelet op deze waarneming is het pand vervolgens betreden. De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde omstandigheden een toereikende grondslag vormen voor het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld van de verdachte aan een strafbaar feit. Het binnentreden is voorafgegaan door een MMA-melding en het door de politie ter verificatie van die melding verrichte onderzoek. De verbalisanten verklaren niet dat zij daarbij de exacte inhoud van de dozen hebben gezien, maar wel dat zij pallets met dozen zagen die duidden op de aanwezigheid van lachgasflessen. Een proces-verbaal dat door verbalisanten op ambtseed is opgemaakt, levert volgens vaste jurisprudentie in beginsel betrouwbaar bewijs op. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de processen-verbaal. Het binnentreden was dan ook niet onrechtmatig. Nu geen sprake is van een vormverzuim in het vooronderzoek verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging strekkende tot bewijsuitsluiting. De processen-verbaal over de in het pand aangetroffen voorwerpen kunnen dus voor het bewijs worden gebruikt. Aanwezig hebben lachgas Voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van lachgas is vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de flessen met lachgas en dat hij beschikkingsmacht over deze flessen had. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Vaststaat dat de verdachte de huurder van het pand was op het moment dat de 3.758 flessen met lachgas daar werden aangetroffen. Hij had daarmee zeggenschap over en toegang tot het pand en hij wordt geacht verantwoordelijkheid te dragen voor wat zich daar bevindt. De verdachte had als huurder van het pand de feitelijke beschikkingsmacht over de lachgasflessen. Dit rechtvaardigt op zichzelf ook een vermoeden van wetenschap. Daarbij komt dat de omvang en aard van de aangetroffen lachgasflessen erop wijzen dat de verdachte op de hoogte moet zijn geweest van de aanwezigheid ervan. Uit het dossier blijkt namelijk dat de lachgasflessen in grote hoeveelheden aanwezig waren, zichtbaar waren opgeslagen in dozen op pallets en door verbalisanten van buitenaf konden worden waargenomen. Op de dozen staat de tekst “nitrous oxide”, de aanduiding van lachgas in het Engels. Gelet op deze omstandigheden kan worden aangenomen dat de verdachte wetenschap had van de lachgasflessen in het pand. De verdachte heeft pas ter terechtzitting een verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij niets wist van de aanwezigheid van de lachgasflessen en dat hij het pand zou hebben onderverhuurd aan een man die hij enkel van voornaam kent. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk. De verdachte heeft geen enkele onderbouwing gegeven voor deze stelling, terwijl hij als huurder van het pand geacht wordt toezicht te houden op wat zich in het pand afspeelt. Ook is er geen enkele aanwijzing in het dossier die de verklaring van de verdachte ondersteunt. De verdachte heeft geen enkel bewijs overgelegd waaruit blijkt dat daadwerkelijk contact is geweest met deze man, zoals berichten of getuigenverklaringen. Indien hij het pand daadwerkelijk aan een derde zou hebben onderverhuurd, had het op zijn weg gelegen om dit te staven met verifieerbare gegevens, zoals een huurcontract of een betalingsbewijs. In de MMA-melding wordt vermeld dat auto’s bij het pand stoppen om dozen met lachgasflessen in te laden. Dit wijst op een bedrijfsmatige en georganiseerde handel in lachgas. Gezien de omvang van de aangetroffen hoeveelheid en de logistieke handelingen die daarbij komen kijken, is het niet aannemelijk dat de verdachte dit alleen heeft kunnen bewerkstelligen. Dit duidt op een bewuste en nauwe samenwerking met anderen, waardoor sprake is van medeplegen. Gelet op de omstandigheden, waaronder de positie van de verdachte als huurder en de manier waarop de lachgasflessen zijn aangetroffen, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van het lachgas en daarover ook de beschikkingsmacht had.
Volledig
Conclusie De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 10 augustus 2023 in Nootdorp 3.758 flessen met lachgas aanwezig heeft gehad. 3.6. De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: 1. hij op 10 augustus 2023 te Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 3.758 flessen bevattende (in totaal) 2.311 kilogram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. 4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor de feiten 1 tot en met 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. 6.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een zeer grote hoeveelheid lachgas. De omvang van de aangetroffen partij en de hoge straatwaarde duiden op een bedrijfsmatige handel. Het gebruik van lachgas brengt aanzienlijke risico’s met zich mee, niet alleen voor de gezondheid van de gebruikers, maar ook voor de samenleving als geheel. Het inhaleren van lachgas kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen, waaronder neurologische schade, bewustzijnsverlies en verslaving. Daarnaast heeft het gebruik van lachgas een negatieve impact op de openbare veiligheid. Met name in het verkeer leidt het gebruik van lachgas steeds vaker tot gevaarlijke situaties en ernstige ongevallen. Het opslaan van een dergelijke grote hoeveelheid lachgas in een pand brengt bovendien aanvullende risico’s met zich mee, zoals het risico op ontploffing. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het faciliteren van deze risico’s. Hiermee heeft de verdachte niet alleen de gezondheid van individuele gebruikers in gevaar gebracht, maar ook de negatieve effecten voor de samenleving vergroot. De rechtbank rekent de verdachte aan dat hij uitsluitend handelde uit eigen gewin, zonder zich te bekommeren om de schadelijke gevolgen. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 30 december 2024, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van twaalf maanden passend en geboden. De op te leggen gevangenisstraf is van kortere duur dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank tot een bewezenverklaring van minder strafbare feiten komt dan waartoe de officier van justitie heeft gerekwireerd. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet. 7 De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 8 De beslissing De rechtbank: verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 primair en subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6. bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 12 (TWAALF) MAANDEN . Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.A. de Koning, voorzitter, mr. F.C. Berg, rechter, mr. W.R. van Hattum, rechter, in tegenwoordigheid van mr. K.Z. Zeeman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 februari 2025.