Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:10768
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,675 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7655
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
(gemachtigde: mr. T.C.A. Hofman en mr. N. Fazli).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om haar prestatiebeurs om te zetten in een gift.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 27 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 juli 2024 is hij bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van verweerder.
Beoordeling
2. Eiseres heeft in de periode 2009-2012 gestudeerd aan de Haagse Hogeschool zonder daar een diploma te hebben behaald. Destijds ontving zij studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs. Op latere leeftijd is zij gediagnostiseerd met ADHD wat haar achteraf gezien heeft belemmerd in het behalen van haar diploma. Zij heeft verweerder daarom verzocht om haar prestatiebeurs om te zetten in een gift. Omdat haar verzoek niet is ondersteund door de onderwijsinstelling, heeft verweerder dat verzoek afgewezen.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres vindt dat haar prestatiebeurs wel moet worden omgezet in een gift. Zij is pas op 17 januari 2023 gediagnostiseerd met ADHD. Het is lastig om ADHD te herkennen, zeker bij vrouwen. De diagnose verklaart achteraf gezien de periodes van slapenloosheid, die een negatieve impact hadden op eiseres’ studieverloop. Eiseres heeft tijdens haar studie niet aan de bel getrokken bij haar studiebegeleiders, zodat er weinig over haar bekend is. Dat komt omdat zij zich schaamde en bang was dat er zou worden getwijfeld aan haar intelligentie. Als zij destijds had geweten dat dit haar kon worden tegengeworpen, dan had zij met de kennis van nu logischerwijs wel contact gelegd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Indien een student in het hoger onderwijs als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van structurele aard niet in staat is om binnen de diplomatermijn met goed gevolg het afsluitend examen te behalen, wordt een toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift. Uit de wet volgt dat die bijzondere omstandigheden uitsluitend kunnen worden aangetoond door een verklaring van de onderwijsinstelling en als zich medische omstandigheden voordoen, ook door een verklaring van een arts. Het is niet aan verweerder zelf om te beoordelen of aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan. Wel moet hij beoordelen of die verklaringen op een zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, inzichtelijk en consistent zijn.
4.1.
Het wordt niet betwist dat eiseres ADHD heeft en daardoor last ondervindt en heeft ondervonden in veel onderdelen van haar leven. In dit geval ontbreekt echter een ondersteunende verklaring van de onderwijsinstelling dat eiseres als gevolg van haar ADHD niet in staat was om haar diploma binnen de daarvoor gestelde termijn te behalen. De studentendecaan van de Haagse Hogeschool heeft bij brief van 2 mei 2023 laten weten dat het causale verband twaalf jaar na dato niet meer door haar kan worden vastgesteld. Zij schrijft dat er navraag is gedaan bij de toenmalige studieloopbegeleider van eiseres, en dat is gesproken met collega-decanen, maar dat zij niet kan concluderen dat eiseres vanwege haar ADHD niet in staat was haar opleiding af te ronden. Eiseres heeft slechts een keer in februari 2012 contact opgenomen, omdat zij moeite had met het behalen van een vak, maar dat is onvoldoende om die conclusie te kunnen dragen.
4.2.
De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de inhoud en totstandkoming van deze verklaring. Dat eiseres uit schaamte en angst niet vaker contact op heeft genomen met haar studiebegeleider zodat geen sprake is van dossieropbouw is spijtig, maar komt nu eenmaal voor haar rekening en risico. Verweerder heeft het verzoek om de prestatiebeurs om te zetten in een gift dan ook terecht afgewezen, omdat het causale verband tussen de gestelde diagnose ADHD en het niet behalen van het examen binnen de diplomatermijn niet is aangetoond met de verklaring van de onderwijsinstelling.Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de prestatiebeurs van eiseres niet wordt omgezet in een gift.
5.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, rechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2025.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
Attention Deficit Hyperactivity Disorder.
Artikel 5.16, vijfde lid, van de Wsf 2000.
Artikel 5.16, derde lid, van de Wsf 2000.
Artikel 5.16, vijfde lid, van de Wsf 2000.
Zie ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, van 14 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2024:2154, r.o. 4.3.