Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:107
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
992 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.41552
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] ,
[naam] , V-nummer: [nummer] ,
[naam] , V-nummer: [nummer] ,
[naam] , V-nummer: [nummer] ,
[naam] , V-nummer: [nummer] ,
gezamenlijk: eisers,(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 10 april 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
2. Bij brief van 10 oktober 2024, ontvangen door verweerder op 11 oktober 2024 hebben eisers verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Eisers hebben vervolgens op 23 oktober 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
3. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet behandeld op een zitting.
Overwegingen
4. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
5. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
6. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
7. De rechtbank overweegt dat eisers bij brief van 10 oktober 2024, welke op 11 oktober 2024 door de minister is ontvangen, de minister in gebreke hebben gesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag van 10 april 2024. Op grond van artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vangt de in artikel 6:12, tweede lid, Awb bedoelde termijn van twee weken aan op de dag volgend op de ontvangst van de ingebrekestelling, in dit geval op 12 oktober 2024. De termijn voor het nemen van een beslissing is derhalve verstreken met ingang van 27 oktober 2024. Eisers hebben het beroepschrift echter op 23 oktober 2024 ingediend.
8. Gezien het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat het beroep van eisers niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb, aangezien het beroep te vroeg is ingediend, namelijk vóór het verstrijken van de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
9. Het beroep is, gelet op het voorgaande, niet-ontvankelijk.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van T.H. Bos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.