Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:10518
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,222 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: C/09/676744 / FT RK 24/1071
uitspraakdatum: 28 februari 2025
[verzoeker] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
postadres: [postadres] , [postcode] te [plaats] ,
verzoeker,
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.
Procesverloop
1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 24 februari 2025. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker] ,
- [naam 1] en [naam 2] , schuldhulpverleners van de gemeente Den Haag.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Die voorwaarden zijn dat aannemelijk moet zijn dat [verzoeker] in een problematische schuldensituatie verkeert, dat hij in de afgelopen drie jaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden, en dat aannemelijk is dat [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP zal nakomen.
2.2.
Op basis van de stukken en hetgeen [verzoeker] op de zitting heeft verklaard, is niet aannemelijk geworden dat [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP naar behoren zal nakomen. [verzoeker] is momenteel dakloos en ontvangt sinds 2023 een bijstandsuitkering. Hij heeft geen vaste verblijfplaats en slaapt bij vrienden en bekenden. Door die omstandigheid wordt het nakomen van de verplichting om te werken en/of te solliciteren en maximaal te sparen voor de schuldeisers heel lastig. Op de zitting heeft hij bovendien aangegeven niet te willen werken voor zijn schuldeisers. Hij is het niet eens met de bedragen die hij volgens de schuldeisers moet betalen. Het systeem op basis waarvan hij ook rente en kosten moet betalen, klopt volgens hem niet. Later heeft hij verklaard wel te willen werken, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. Eén van die voorwaarden zou dan zijn dat een werkgever zorgt voor een dak boven zijn hoofd. In de WSNP is geen ruimte voor dergelijke voorwaarden.
2.3.
De rechtbank vindt het ook niet aannemelijk dat [verzoeker] te goeder trouw is geweest bij het onbetaald laten van zijn schulden. [verzoeker] heeft verteld dat hij in de winter tijd heeft doorgebracht op Aruba. Op vragen van de rechtbank hoe hij een ticket naar Aruba heeft bekostigd, kwam geen duidelijk antwoord. Ook op de vraag of hij als hovenier dan toch geen werkzaamheden tegen betaling heeft verricht, waren de antwoorden naar het oordeel van de rechtbank ontwijkend.
2.4.
[verzoeker] legt de verantwoordelijkheid voor de situatie waar hij in zit geheel buiten zichzelf. Hij wil alleen zelf een bijdrage leveren aan een oplossing voor zijn schulden als anderen zorgen voor een huis en een baan. Dit alles getuigt volgens de rechtbank niet van een saneringsgezinde houding.
2.5.
De rechtbank stelt voorop dat elke schuldenaar de kans moet krijgen op een schuldenvrije toekomst, maar dat dit niet ongemotiveerd of vrijblijvend kan. Schuldeisers moeten bij een geslaagd minnelijk traject en/of een goed doorlopen WSNP-traject immers een streep door een groot deel van hun vorderingen halen. Dat kan alleen als de schuldenaar zich maximaal heeft ingespannen zo veel mogelijk te sparen voor zijn of haar schuldeisers. Dat [verzoeker] bereid en in staat is om aan die inspanningsverplichting te voldoen, is onvoldoende aannemelijk geworden.
2.6.
De rechtbank zal het verzoek afwijzen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [verzoeker] af.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met M.Y.P.M. Zeeman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.