Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:10487
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,604 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/25/1018 R
vonnis van 3 juni 2025 (bij vervroeging)
op het verzoek van:
[naam 1]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 26 mei 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan mevrouw [naam 1] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- mevrouw [naam 1] vergezeld van [naam 2] (zoon),
- [naam 3] , beschermingsbewindvoerder,
- [naam 4] en [naam 5] , ambulant begeleiders.
1.3.
De uitspraak is bepaald op 9 juni 2025 met mededeling dat zo mogelijk bij
vervroeging uitspraak zal worden gedaan.
Beoordeling
Toelating tot de WSNP
2.1.
Mevrouw [naam 1] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [naam 1] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken blijkt het volgende. Mevrouw [naam 1] heeft sinds de ziekte en het overlijden van haar echtgenoot, door inkomensverlies en haar gebrekkige kennis van de Nederlandse taal niet op een goede manier administratie kunnen voeren en overzicht kunnen houden. Zij heeft hulp gezocht en staat al sinds 24 februari 2015 onder beschermingsbewind. Desondanks zijn ook tijdens het beschermingsbewind schulden ontstaan en is nog steeds sprake van een problematische schuldenlast. Tijdens het minnelijk traject is gebleken dat mogelijk niet alle schulden bekend zijn. De (schuld)hulpverlener(s) en mevrouw [naam 1] willen niet een minnelijke regeling afronden met het risico dat er toch nog meer schulden blijken te zijn. Onder deze omstandigheden is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat het niet mogelijk is om tot een succesvolle buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
2.3.
Mevrouw [naam 1] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.4.
De verplichtingen waaraan mevrouw [naam 1] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.5.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan mevrouw [naam 1] .
2.6.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als mevrouw [naam 1] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [naam 1] kunnen verhalen.
Ingangsdatum looptijd WSNP
2.7.
Mevrouw [naam 1] verzoekt de ingangsdatum van de WSNP te bepalen op 15 mei 2024.
2.8.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij onder meer dat de schuldenaar zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan. Mevrouw [naam 1] ontvangt een PW-uitkering. Zij is arbeidsgeschikt, maar heeft gedurende het minnelijk traject geen betaalde werkzaamheden verricht of gesolliciteerd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1] ,
geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek),
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf vandaag;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. van Nooijen en tot bewindvoerder:
J.M. Hoogland (Sociaal.nl Schuldsanering B.V.)
Postbus 845
1440 AV Purmerend;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van mevrouw [naam 1] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2025.