Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-05-31
ECLI:NL:RBDHA:2024:9894
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,410 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/275696-23
Datum uitspraak: 31 mei 2024
Tegenspraak
(Verkort vonnis)
De rechtbank Den Haag heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .
De terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 31 mei 2024.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. H. Weisfelt, is op de terechtzitting verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr. S. Sleeswijk Visser heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde.
De tenlasteleggingAan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 20 oktober 2023 te 's-Gravenhage, opzettelijk een
electriciteitswerk (een zogenoemde elektriciteitsmeter voor de stroomvoorziening
in een pand gelegen aan de [adres] ) heeft vernield, beschadigd,
onbruikbaar heeft gemaakt, een stoornis in de gang en/of in de werking van dat
elektriciteitswerk heeft veroorzaakt, en/of een ten opzichte van dat
elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld, terwijl daarvan
gemeen gevaar voor goederen te duchten is geweest, althans daardoor verhindering
en/of bemoeilijking van de stroomlevering ten algemene nutte is ontstaan, immers
heeft verdachte in dat pand:
- een langwerpig object in de aansluiting geduwd met als gevolg dat er een
knetterend geluid uit de aansluiting kwam en er flitsen zichtbaar waren in de gang;
- een draad van de meterkast waarop stroom stond doorgeknipt;
- een onveilige situatie bij de meterkast doen ontstaan waardoor de kans op
kortsluiting of vlamvatting aanwezig was.
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 oktober 2023 te 's-Gravenhage
opzettelijk en wederrechtelijk een elektriciteitswerk, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of
weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 20 oktober 2023 te 's-Gravenhage
[naam] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door:
- met een mes naar die [naam] en anderen te zwaaien, in elk geval een mes
aan hen te tonen en daarbij te schreeuwen je komt er niet in.
De bewijsmiddelen
De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel met een opgave daarvan, zal dit plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.
Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte op 20 oktober 2023 vanaf de eerste verdieping van zijn woning vanuit een raam met een (aardappelschil)mes richting de aangever [naam] (hierna ook: de aangever) en twee Stedincollega’s heeft gezwaaid. Hierbij schreeuwde de verdachte “niemand komt naar binnen” en “je komt er niet in”.
De raadsman heeft bepleit dat bovengenoemde gedragingen geen strafbare bedreiging opleveren. De aangever en zijn collega’s wilden de woning in voor een storing, maar hadden geen doorzoekingsbevoegdheid. De verdachte mocht zich daarom tegen hun (binnen)komst verzetten. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat door het zwaaien met een aardappelschilmes niet kan worden gesproken van een bedreiging nu het niet realistisch is dat iemand daarmee van het leven wordt beroofd dan wel hiermee zwaar lichamelijk letsel wordt veroorzaakt.
De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt als volgt. Om van een strafbare bedreiging te kunnen spreken moet de bedreiging van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook daadwerkelijk ten uitvoer zou worden gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat daarvan sprake is geweest, gelet op de zwaaiende bewegingen met het mes in combinatie met de door de verdachte gekozen bewoordingen, die niet slechts duidden op (al dan niet geoorloofd) verzet tegen binnenkomst in de woning, maar zo opgevat konden worden dat de verdachte bijvoorbeeld met het mes naar beneden/buiten zou komen om zijn woorden kracht bij te zetten. De rechtbank is daarbij, mede gelet op ambtshalve aan haar bekende jurisprudentie, van oordeel dat het op zichzelf niet onwaarschijnlijk is dat iemand met een aardappelschilmesje ernstig kan worden verwond of zelfs gedood. De rechtbank is daarom van oordeel dat in ieder geval sprake is van een bedreiging met zware mishandeling.
De bewezenverklaring
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft – heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
1
hij op 20 oktober 2023 te 's-Gravenhage, opzettelijk een electriciteitswerk (een zogenoemde elektriciteitsmeter voor de stroomvoorziening in een pand gelegen aan de [adres] ) onbruikbaar heeft gemaakt en een stoornis in de werking van dat
elektriciteitswerk heeft veroorzaakt, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is geweest, immers heeft verdachte in dat pand:
- een langwerpig object in de aansluiting geduwd met als gevolg dat er een
knetterend geluid uit de aansluiting kwam en er flitsen zichtbaar waren in de gang;
- een draad van de meterkast waarop stroom stond doorgeknipt;
- een onveilige situatie bij de meterkast doen ontstaan waardoor de kans op
kortsluiting of vlamvatting aanwezig was.
2
hij op 20 oktober 2023 te ’s-Gravenhage [naam] heeft bedreigd
met zware mishandeling,
door:
- met een mes naar die [naam] te zwaaien en daarbij te schreeuwen je komt er niet in.
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van de verdachte
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was en dat hij moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Verder heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat geen maatregel behoeft te worden opgelegd omdat een zorgmachtiging is afgegeven.
De raadsman heeft zich namens de verdachte op het standpunt gesteld dat de feiten niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend en dat hij daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de met betrekking tot de persoon van de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapportage van 23 januari 2024, opgemaakt door B. van der Hoorn, psychiater, en C. Boateng, arts in opleiding tot medisch specialist (hierna: de deskundigen).
Dictum
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1 primair:
het opzettelijk onbruikbaar maken van enig elektriciteitswerk en het veroorzaken van een stoornis in de werking van een zodanig werk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
ten aanzien van feit 2:
bedreiging met zware mishandeling;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
verklaart de verdachte niet strafbaar;
ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;
verklaart onttrokken aan het verkeer het aardappelschilmes met goednummer 3035266;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.R. van Hattum, voorzitter,
mr. E.C. Kole, rechter,
mr. J. Holleman, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A. Copier en K. Muijsert, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 mei 2024.